|
INFECTIEZIEKTEN
IMMUNITEIT & VACCINATIE
Door iemand te vaccineren
of in te enten wil men zijn/haar weerstand verhogen of hem/haar zelfs onvatbaar
maken tegen bepaalde infectieziekten. Dat wordt immuniteit genoemd.
Daarbij wordt gebruikgemaakt van de eigenschap van het lichaam dat men na een
doorgemaakte infectieziekte veel minder gevoelig of zelfs volledig ongevoelig
wordt voor een nieuwe infectie met dezelfde ziekteverwekker. Deze ongevoeligheid
kan tijdelijk zijn (enige maanden), maar kan ook vele jaren en zelfs levenslang
duren.
De weerstand wordt verhoogd doordat het afweersysteem ‘antistoffen’ en 'afweercellen' gaat
maken na contact met ziekteverwekkende micro-organismen. Dat kunnen virussen,
bacteriën, schimmels of parasieten zijn. Men heeft zelfs antistoffen ontdekt
tegen wormen. Bij een volgend contact met zo’n potentiële indringer staat het
afweersysteem meteen op scherp om de aanval af te slaan.
Actieve &
passieve immunisatie
Bij het vaccineren van mensen wordt in feite deze verhoogde paraatheid
opgeroepen zonder dat men de ziekte hoeft door te maken. Dat gebeurt door
injectie van ‘entstoffen’ die door het afweersysteem worden aangezien
voor ‘volwaardige’ ziekteverwekkers. Entstoffen zijn gedode of verzwakte
micro-organismen of producten daarvan, die zodanig zijn bewerkt dat ze zelf geen
ziekteverwekkende eigenschappen meer hebben. Op het moment dat er antistoffen
(sommigen spreken van antilichamen) in
het bloed verschijnen, is er een verhoogde weerstand opgewekt tegen een bepaald
type ziekteverwekker. Men noemt dit ook wel ‘actieve immunisatie’. Dit
moet worden onderscheiden van ‘passieve immunisatie’, waarbij ‘antiserum’
of een concentraat van gezuiverde antistoffen wordt geïnjecteerd. Een antiserum
is eigenlijk ‘serum’ (de celvrije vloeistof van het bloed) van dieren
(voornamelijk paarden) die besmet zijn met bepaalde ziekteverwekkers, waardoor
het serum veel antistoffen tegen deze ziekteverwekker bevat.
Bij antistoffen
afkomstig van menselijk bloed spreekt men van ‘immunoglobulinen’.
Passieve immunisatie wordt doorgaans alleen uitgevoerd als iemand al besmet is of al
ziekteverschijnselen heeft. Het eigen afweersysteem heeft dan nog niet voldoende
antistoffen kunnen vormen om de indringers onschadelijk te maken. Met de
geïnjecteerde antistoffen kan dat dan alsnog gebeuren.
Actieve immunisatie wordt uitsluitend uitgevoerd ter voorkoming van
infectieziekten; dus op een moment dat iemand niet ziek is. In bepaalde gevallen
kan een vaccin ook bescherming bieden wanneer het – nadat besmetting heeft
plaatsgevonden – in de incubatieperiode
(de periode tussen het eerste contact
met de ziekteverwekker en de eerste ziekteverschijnselen) wordt toegediend. Vaak
wordt dan eerst een specifiek immunoglobuline (passieve immunisatie) gegeven
voor onmiddellijke bescherming. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij tetanus,
wanneer iemand die nooit eerder of langer dan vijftien jaar geleden is
gevaccineerd, gewond raakt en de wond met straatvuil verontreinigd is. Een ander
actueel voorbeeld van passieve immunisatie is de preventie van
RS-virusinfecties bij pasgeborenen en zuigelingen (zie hieronder).
Rijksvaccinatieprogramma
Vaccinaties worden al ruim tweehonderd jaar uitgevoerd. Nadat de Britse arts
Edward Jenner in 1795 ontdekte dat de vloeistof uit koepokken de mens tegen
pokken beschermde, paste hij als eerste een vaccin toe (de naam vaccin is afgeleid van
vacca, het Latijnse woord voor koe). In Nederland werd voor het eerst
tegen pokken gevaccineerd in 1810 in Rotterdam. In de loop van de negentiende
eeuw werd de vaccinatie op grotere schaal toegepast. Zonder pokkenbriefje mocht
een Nederlands kind niet naar school.
Tegenwoordig wordt de vaccinatie van de bevolking volgens een bepaald schema
uitgevoerd, doorgaans op het consultatiebureau of bij de GGD. Planmatige (en
gratis) vaccinatie van kinderen gebeurt in het kader van het
Rijksvaccinatieprogramma. Daarmee wordt al op zuigelingenleeftijd begonnen,
terwijl de diverse vaccinaties op de schoolleeftijd gedeeltelijk worden
voortgezet.
De eerste prik is die tegen het RS-virus (respiratoir syncytieel virus,
doorgaans afgekort als RSV) en beschermt baby's tegen een infectie aan de
(onderste) luchtwegen. Van het RS-virus kunnen vooral jonge baby's erg ziek
worden. Ze worden benauwd en krijgen koorts, maar kunnen ook een longontsteking
krijgen. Sinds het najaar van 2025 krijgen baby's deze prik aangeboden. Het
virus komt vooral voor in de herfst en winter. Daarom bepaalt het seizoen waarin de baby geboren wordt, wanneer de
baby de prik krijgt aangeboden. In feite gaat het hier om een vorm van
passieve immunisatie (zie hierboven) en wel met het immunoglobuline-preparaat
nirsevimab (Beyfortus®). De beschermingsduur is ongeveer 6
maanden, lang genoeg om de kinderen over die kwetsbaarste eerste maanden heen te
tillen.
De volgende vaccinatie is bedoeld voor de preventie van rotavirusinfecties (een ernstige vorm van
buikgriep bij jonge kinderen,
zie ook het onderdeel 'Darminfecties' in de sectie 'Darminfecties').
Dit dient binnen twee maanden na de geboorte plaats te vinden met het rotavirusvaccin (Rotarix®).
Dit vaccin is geregistreerd voor orale toediening (dus niet via een prik maar via de mond)
aan zuigelingen in twee doses. Meestal wordt de eerste dosis van het
rotavirusvaccin gecombineerd met de eerste inenting van het DKTP-vaccin,
een combinatievaccin tegen difterie, kinkhoest,
tetanus en kinderverlamming (poliomyelitis); ook worden dan de
eerste inentingen gegeven tegen bacteriële
hersenvliesontsteking (meningitis)
met het Haemophilus influenzae type-B-vaccin (Hib) en tegen hepatitis B met het
hepatitis B-vaccin (HepB), zie ook onderstaand schema. Met
tussenpozen van één maand, twee en zeven maanden worden deze inentingen herhaald
en gecombineerd met het
pneumokokkenvaccin (Pneu) tegen hersenvliesontsteking. Op een
leeftijd van 14 maanden worden de kinderen
ingeënt tegen bof, mazelen en rodehond met het BMR-vaccin
en het MenACWY-vaccin tegen hersenvliesontsteking. Het
BMR-vaccin wordt op 3-jarige leeftijd, het DKT-vaccin op 5-jarige
leeftijd en het MenACWY-vaccin en het DTP-vaccin op 14-jarige
leeftijd nog een keer herhaald. Zowel meisjes
als jongens krijgen op hun 10e
jaar nog een vaccinatie met het (humaan) papillomavirusvaccin
(HPV)
tegen baarmoederhalskanker, terwijl de 2de vaccinatie een
halfjaar later plaatsvindt.
Van de kinderen in Nederland wordt meer
dan 95 procent gevaccineerd via het Rijksvaccinatieprogramma. Uit
onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
blijkt dat het Rijksvaccinatieprogramma ieder jaar 36 kinderen het leven redt
(met een onzekerheidsmarge van 27 tot 50 kinderen), die zonder deze vaccinatie
aan kinkhoest, difterie, polio, tetanus of mazelen zouden zijn overleden. En een
veelvoud daarvan zou ook ernstig ziek zijn geworden, weliswaar zonder daaraan te
overlijden maar vaak met blijvende schade zoals bij hersenvliesontsteking en
polio.
|
De huidige vaccinaties op kinderleeftijd volgens het
Rijksvaccinatieprogramma
|
|
Leeftijd |
Vaccinatie |
Beschermt tegen |
|
0-6 maanden |
RS |
RS-virusinfectie
(onderste luchtwegen) |
|
6-9 weken |
1. Rota
2. DKTP+Hib+HepB |
Rotavirusinfectie (maagdarmkanaal)
Difterie, kinkhoest, tetanus, polio,
hersenvliesontsteking, hepatitis B |
|
3 maanden |
1. Rota
2. DKTP+Hib+HepB
3. Pneu |
Rotavirusinfectie (maagdarmkanaal)
Difterie, kinkhoest,
tetanus, polio,
hersenvliesontsteking, hepatitis B
Pneumokokken (hersenvliesontsteking) |
|
5 maanden |
1. DKTP+Hib+HepB
2. Pneu |
Difterie, kinkhoest,
tetanus, polio,
hersenvliesontsteking, hepatitis B
Pneumokokken (hersenvliesontsteking) |
|
12 maanden |
1. DKTP+Hib+HepB
2. Pneu |
Difterie, kinkhoest,
tetanus, polio,
hersenvliesontsteking, hepatitis B
Pneumokokken (hersenvliesontsteking) |
|
14 maanden |
1. BMR
2. MenACWY |
Bof, mazelen, rode hond
Hersenvliesontsteking |
|
3 jaar |
BMR |
Bof, mazelen, rode
hond |
|
5 jaar |
DKT |
Difterie, kinkhoest, tetanus |
10 jaar
(óók
jongens!) |
HPV (2de vaccinatie
halfjaar later) |
Baarmoederhalskanker |
|
14 jaar |
1. DTP
2. MenACWY |
Difterie, tetanus, polio
Hersenvliesontsteking |
|
Bron: RIVM |
Bijwerkingen
In de
praktijk is het niet mogelijk om bijwerkingen helemaal uit te sluiten. De meeste
reacties zijn mild. Soms zijn de klachten heftiger of langduriger. Gelukkig
komen ernstige bijwerkingen zelden voor. Ook moet men goed beseffen dat de
bijwerkingen in geen verhouding staan tot de ernst van de ziekte waartegen wordt
ingeënt. In het Rijksvaccinatieprogramma worden ruim 2,5 miljoen prikken per
jaar gegeven. In ongeveer 1000 gevallen wordt een mogelijke bijwerking gemeld.
Bij ruim 75% daarvan gaat het ook daadwerkelijk om een bijwerking. Ongeveer de
helft van deze
bijwerkingen beperkt zich tot lokale verschijnselen zoals pijn op de prikplek,
roodheid, zwelling en lichte, algemene ziekteverschijnselen. De rest van de bijwerkingen
betreft heftiger of ernstiger ziektebeelden. Voorbeelden zijn verkleurde benen,
langdurige of hoge koorts (40.5 oC of hoger), heftig ononderbroken
huilen (langer dan 3 uur), een collaps (wegraking), convulsies
(stuipen). Voor ouders betekenen dergelijke heftige reacties vaak een nare ervaring.
Kinderen houden er geen blijvende schade aan over. Bij de meeste vaccinaties in
het Rijksvaccinatieprogramma verschijnen de bijwerkingen op dezelfde dag en
duren ze niet langer dan 24 uur of bij uitzondering 48 uur. Na een BMR-vaccinatie
treden eventuele bijwerkingen pas na 5 tot 12 dagen op.

Een hardnekkig misverstand wordt gevormd door het gerucht als zouden
BMR-vaccinaties tegen bof, mazelen en rodehond kunnen
leiden tot autisme. Het is afkomstig van een artikel uit 1998 in het
wetenschappelijke tijdschrift The Lancet waarin Engelse
arts-onderzoekers beweerden 12 kinderen te hebben onderzocht, bij wie dit het
geval leek.
Het artikel leidde in Engeland tot veel paniek. De vaccinatiegraad van de
Engelse kinderen daalde en als
gevolg daarvan waren er uitbraken van mazelen. Achteraf bleken de
onderzoekresultaten door geen enkel vervolgonderzoek te worden bevestigd.
Inmiddels zijn de arts-onderzoekers die het artikel hadden geschreven, veroordeeld wegens fraude met medische gegevens
en uit hun beroep als arts gezet.
Ook in Nederland heeft de Gezondheidsraad in 2007 onderzoek gedaan naar het
vermeende verband tussen de BMR-vaccinatie en autisme. De Gezondheidsraad heeft
hiervoor geen aanwijzingen voor gevonden.
De kans op bijwerkingen weegt ruimschoots op tegen de risico's die
ongevaccineerde kinderen lopen. De veiligheid van alle typen vaccinaties
wordt voortdurend in de gaten gehouden, onder andere door het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Discussies over het nut en de veiligheid van vaccinaties worden voortdurend
aangezwengeld, onder andere door de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken.
Hoewel het goed is, dat ouders nadenken over het wel of niet geven van
vaccinaties aan hun kinderen, en hierbij ook de aanwezige bijwerkingen meewegen,
is de voorlichting door deze vereniging vaak niet-objectief en onjuist. Op haar
website worden bijvoorbeeld vaak homeopathische of natuurgeneeskundige
'medicijnen', die nooit wetenschappelijk hun werking hebben bewezen, als
alternatief voor vaccinaties aangeprezen. Ook heeft deze 'kritische' vereniging
jarenlang tot aan de dag van vandaag de claim van de Engelse onderzoekers met
betrekking tot het verband tussen BMR-vaccinaties en autisme, ondersteund.
Vaccinaties
tegen andere infectieziekten
Pokkenvaccinaties
zijn al jaren niet meer nodig, omdat er sterke
aanwijzingen zijn dat het pokkenvirus definitief is uitgeroeid (onder andere door de
wereldwijde vaccinaties).
GRIEP
Voor
griepvaccinaties met het
influenzavaccin
(Influvac Tetra®, Vaxigrip®)
komen mensen in
aanmerking die een verhoogd risico lopen op complicaties die bij
griep (influenza, zie het onderdeel 'Luchtweginfecties'
in de sectie 'Luchtwegen & Ademhaling') kunnen
optreden, zoals patiënten met aandoeningen van de longen (astma en COPD), diabetespatiënten,
hartpatiënten, nierpatiënten, patiënten met een verminderde weerstand (na
een transplantatie, kankerbehandeling of radiotherapie).
Ook aan mensen vanaf 60 jaar en ouder wordt een griepvaccinatie
geadviseerd (en vergoed!).
Doordat het griepvirus jaarlijks verandert en de antistoffen
langzaam uit het lichaam verdwijnen, moet men voor optimale bescherming elk jaar
een nieuwe prik halen.
Vanaf 2020 wordt bij deze groep ook het pneumokokkenvaccin (Pneumovax
23®) geadviseerd (en vergoed!). Dit vaccin vermindert de kans op een
ernstige complicatie door zg. pneumokokken, bacteriën die vooral bij
ouderen een levensgevaarlijke longontsteking kunnen veroorzaken. Het vaccin
dient - anders dan het influenzavaccin dat elk jaar opnieuw moet worden
toegediend - elke 5 jaar te worden gegeven voor een effectieve bescherming. Gezonde,
jongere mensen die niets mankeren, hebben de griepprik niet echt nodig.
CORONA
Sinds eind 2020 zijn er diverse vaccins tegen COVID-19
(coronavirusziekte, zie ook
corona in het onderdeel 'Luchtweginfecties' in de sectie 'Luchtwegen
& Ademhaling') op de markt gekomen die zeer effectief zijn en erg
weinig ernstige bijwerkingen vertonen. Op dit moment is in Nederland
beschikbaar: Comirnaty®, een zogenaamd mRNA-vaccin
van Pfizer/BioNTech. In een mRNA-vaccin zit een vetbolletje met daarin een
code die ervoor zorgt dat cellen in het lichaam spike-eiwitten gaan
maken. Deze spike-eiwitten gaan als uitsteeksels op de buitenkant van het
coronavirus zitten. Het afweersysteem herkent deze spike-eiwitten als
lichaamsvreemd en gaat antistoffen maken die de virusdeeltjes inactiveren.
De Gezondheidsraad adviseert om risicogroepen
periodiek (jaarlijks) een vaccinatie aan te bieden om de bescherming tegen
ernstige ziekte en ziekenhuisopname op peil te houden. Dit zijn: mensen van 60
jaar en ouder, volwassenen uit medische risicogroepen die jaarlijks de griepprik
krijgen aangeboden (inclusief zwangeren), volwassenen en kinderen uit medische
hoogrisicogroepen. Voor het standaard vaccinatieprogramma wordt gevaccineerd met
dit vaccin.
Het alternatief is een eiwit-vaccin van Hipra, Bimervax®, dat
beschikbaar is voor personen die tot de doelgroep van de coronavaccinatie
behoren en die om medische redenen geen mRNA-vaccin willen of mogen ontvangen.
WATERPOKKEN
Waterpokken
(varicella, zie ook het onderdeel 'Infecties te Kust en te Keur'
in de sectie 'Infectieziekten') is een typische kinderziekte,
veroorzaakt door het varicella-zostervirus. In Nederland vindt men
waterpokken 'gewoon en bij het leven horen'. De ziekte verloopt echter niet
altijd onschuldig, regelmatig zijn er complicaties. Jaarlijks worden 200-300
kinderen met waterpokken in het ziekenhuis opgenomen. Met het varicella-zostervaccin
(Provarivax®) kunnen kinderen met een verminderde afweer vanaf 9 maanden worden gevaccineerd.
GORDELROOS
Sinds 2010 bestaat de mogelijkheid middels vaccinatie met het zogenaamde
varicella-zostervaccin (Shingrix®) het optreden van
gordelroos
(herpes zoster)
en postherpetische neuralgie
(in het onderdeel 'Neurogene Pijn' in de
sectie 'Pijn & Pijnbestrijding') te voorkomen. Het is bestemd voor personen
ouder dan 50 jaar. Recent onderzoek toonde aan dat vaccinatie van 60-jarigen en
ouder het aantal gevallen van gordelroos flink verminderde en dat er bovendien een
reductie was van de ernst van postherpetische neuralgie.
TROPISCHE INFECTIEZIEKTEN
Tegen tropische
Infectieziekten (in de sectie 'Verre Reizen & Gezondheid') kunnen reizigers die veel in de tropen komen,
zich door vaccinaties beschermen. Zoals
tegen:
- buiktyfus: tyfusvaccin (Typherix®, Typhim
Vi®, Vivotif®), zie ook
buiktyfus;
- cholera: choleravaccin (Dukoral®),
zie ook cholera;
- gele koorts: gelekoortsvaccin (Stamaril®),
zie ook gele koorts;
- hepatitis A: hepatitis
A-vaccin (Avaxim®, Havrix®, Vaqta®),
zie ook hepatitis;
- hepatitis B: hepatitis B-vaccin (Fendrix®,
Engerix-B®, HBVAXPRO®), zie ook
hepatitis;
- hepatitis A én B: hepatitis A+B-vaccin (Ambirix®,
Twinrix Adult®), zie ook
hepatitis.
- hondsdolheid: rabiësvaccin (Rabiësvaccin Mérieux®,
Rabipur®),
zie ook
hondsdolheid;
- Japanse encefalitis: japanse-encefalitisvaccin (Ixiaro®),
zie ook
Japanse encefalitis;
- tuberculose: BCG-vaccin, zie ook
longtuberculose.

Externe links:
https://www.rivm.nl
(Rijksvaccinatieprogramma, Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)
https://www.apotheek.nl
(Apotheek.nl; KNMP)
https://www.farmacotherapeutischkompas.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
Terug
|