|
SPIJSVERTERING & LEVER AANDOENINGEN van LEVER en GALWEGEN
Geelzucht, hepatitis en levercirrose Bij geelzucht (icterus) verkleuren huid, slijmvliezen en lichaamsvloeistoffen geel. Het opvallendst is de gele verkleuring van het oogwit en de donkere verkleuring van de urine. Vaak gaat geelzucht gepaard met jeuk. Geelzucht is het gevolg van een verhoogd bilirubine-gehalte van het bloed. Bilirubine is een afbraakproduct van de rode bloedkleurstof (hemoglobine), dat door de lever uit het bloed wordt gezuiverd en via de galwegen in de darm wordt uitgescheiden. Als de galwegen verstopt raken door een galsteen of een gezwel, wordt het bilirubinegehalte in het bloed te hoog en ontstaat er geelzucht.
Geelzucht kan echter ook het gevolg zijn van leverziekten als hepatitis of levercirrose. Hepatitis betekent leverontsteking; er zijn zowel acute als chronische vormen van hepatitis. Acute hepatitis (korter dan een half jaar) wordt meestal door een virus veroorzaakt en is dus een infectie. Er zijn inmiddels zes verschillende virussen ontdekt die acute hepatitis kunnen veroorzaken: hepatitis A tot en met hepatitis G. Hepatitis kan echter ook ontstaan door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen. Verreweg de meest voorkomende vorm van hepatitis is die door overmatig alcoholgebruik (alcoholhepatitis). De klachten bij acute hepatitis beginnen meestal met moeheid en maag-darmklachten als misselijkheid en diarree. De patiënt heeft ook koorts en meestal na een week ontstaat geelzucht en een donkere verkleuring van de urine en soms ontkleurde ontlasting. Het merendeel van de mensen met een acute hepatitis geneest binnen acht weken zonder nadelige gevolgen voor de lever. Hepatitis B – vroeger ook wel serumhepatitis genoemd vanwege de besmetting via een bloedtransfusie of geïnfecteerde injectiespuiten, hoewel hepatitis B ook via seksueel contact kan worden overgebracht (zie ook SOA in de sectie 'Seks & Voortplanting') – verloopt in de regel ernstiger dan hepatitis A. Een chronische hepatitis verloopt veel sluipender. De klachten zijn doorgaans moeheid, verminderde eetlust en een vol gevoel. Hepatitis B, D en vooral hepatitis C kunnen chronisch worden; bij hepatitis A en E is die kans nihil. De belangrijkste bron voor besmetting voor hepatitis A en E is de inname van besmet drinkwater en voedsel door slechte hygiënische omstandigheden, terwijl hepatitis B en C doorgaans het gevolg zijn van bloed-bloedcontact. Hepatitis D komt weinig voor maar wordt wel beschouwd als de meest ernstige virale hepatitis die alleen optreedt tezamen met hepatitis B. Bij levercirrose is sprake van een schrompeling en verharding van de lever. Meestal gaat aan deze aandoening een of andere vorm van hepatitis vooraf. Net als bij chronische hepatitis is er een sluipend begin met lichte maag-darmklachten. In een later stadium kan zich vocht ophopen in de buikholte (ascites) en door ophoping van giftige stoffen in het bloed kan een algehele vergiftiging ontstaan. Vaak is levercirrose het gevolg van alcoholhepatitis, maar ook andere oorzaken zijn bekend. Levercirrose is niet te genezen, de leverafwijkingen zijn onherstelbaar. Het verloop is uiteindelijk dodelijk. Behandeling De behandelingsmogelijkheden zijn vrij beperkt. Voorop staat het wegnemen van de oorzaak, als die bekend is. Zijn alcohol of medicijnen de oorzaak, dan ligt stoppen met het gebruik voor de hand. Is een virale infectie de oorzaak, dan ligt het voor de hand antivirale middelen toe te passen die dankzij nieuw ontwikkelde middelen de laatste jaren spectaculaire resultaten laten zien. De klachten bij hepatitis en levercirrose kunnen soms (maar beslist niet altijd) bestreden worden met medicijnen, die - zonder genezing te geven - specifiek een klacht of symptoom onderdrukken, zogenaamde symptomatica
Vaccinatie
Symptomatica
Antivirale middelen Indien er sterke aanwijzingen zijn op basis van bloedonderzoek dat een virale
infectie de oorzaak is van de hepatitis, wordt
al decennia lang de
behandeling met peginterferon-alfa (Pegasys®) overwogen, met
name bij patiënten met
chronische hepatitis B of chronische hepatitis C. Behorende tot
de interferonen (een groep lichaamseigen stoffen die cellen beschermen
tegen virussen) is peginterferon-alfa
een eiwitachtige stof die via een recombinant-DNA-techniek (met
bacteriën) is bereid. Het middel kan alleen per injectie worden toegediend, en
wel éénmaal per week peginterferon-alfa
gedurende 48 weken. Bij chronische hepatitis B lijkt 40% van de
patiënten
dan te zijn genezen. De bijwerkingen zijn niet gering; het merendeel van de
patiënten vertoont griepachtige symptomen zoals vermoeidheid, koorts, koude
rillingen, verlies van eetlust, spierpijn, hoofdpijn, gewrichtspijn,
transpireren, prikkelbaarheid en stemmingsstoornissen. Tegenwoordig heeft het gebruik van
nieuwere middelen de voorkeur zoals
entecavir (merkloos, Baraclude®) of
tenofovir (merkloos, Vemlidy®, Viread®). Deze antivirale middelen
kunnen via de mond (oraal) worden
toegediend.
Tenminste gedurende één jaar of langer - afhankelijk van de tussentijdse,
gemeten bloedviruswaarden - dient deze therapie met een van deze middelen te worden
voortgezet. Ook deze middelen veroorzaken nogal wat bijwerkingen: vooral
vermoeidheid en lusteloosheid en verder hoofdpijn en maag-darmstoornissen. Op
basis van de resultaten van langetermijnonderzoek gaat de voorkeur op dit moment
uit naar entecavir of tenofovir. Bij de behandeling van chronische hepatitis C zijn de resultaten
veel minder negatief dan jaren
geleden. De
combinatie van peginterferon-alfa (Pegasys®) dat éénmaal per week
onderhuids moet worden geïnjecteerd, met ribavirine (merkloos), dat
tweemaal daags via de mond (oraal) wordt toegediend, was jarenlang de
standaardbehandeling, maar is door de komst van de nieuwste generatie middelen
inmiddels achterhaald.
Externe links:
Een belangrijk bestanddeel van gal is cholesterol. Door indikking of door verandering van de samenstelling van de galvloeistof kunnen galstenen ontstaan, die meestal voor een groot gedeelte uit cholesterol bestaan. Ze kunnen aangroeien tot een grootte van enkele centimeters. Galstenen kunnen leiden tot een galblaasontsteking, een verstopping van de galwegen of een alvleesklierontsteking (pancreatitis). De behandeling met de beste resultaten is een operatie. Meestal wordt dan de galblaas volledig verwijderd. Tegenwoordig gebeurt dat meestal tijdens een kijkoperatie, waarna de patiënt vaak de volgende dag weer naar huis mag. Galsteenvergruizing is eveneens mogelijk. Deze behandeling heeft tot nu toe alleen effect bij kleine stenen die uit cholesterol bestaan en zeer weinig kalk bevatten. Galstenen (cholelithiasis) komen op middelbare leeftijd bij 10 procent van de
mannen
en bij 20 procent van de vrouwen voor. Van alle mensen ouder dan 65 jaar heeft
eenderde galstenen. Galstenen in de galblaas hoeven geen klachten te veroorzaken.
Wanneer de stenen de galwegen geheel of gedeeltelijk afsluiten, zijn aanvallen
van
buikpijn, misselijkheid en soms koorts de meest voorkomende klachten. Worden de
galwegen door een galsteen afgesloten, dan ontstaat geelzucht. Als de pijn
plotseling
ontstaat en zeer hevig is, spreekt men van galsteenkolieken. Dan is een
onderhuidse (subcutane) injectie
met de ontstekingsremmende pijnstiller (van het type NSAID's) diclofenac (merkloos, Voltaren
K®)
aangewezen (zie ook pijnstillers
in de sectie 'Pijn
& Pijnbestrijding'). De arts
doet er
verstandig aan dit middel te combineren met een injectie met scopolaminebutyl
(merkloos, Buscopan®). Deze stof verwijdt de verkrampte spieren in de galwegen en de darm,
waardoor de eigenlijke oorzaak van de hevige pijn wordt weggenomen.
Scopolaminebutyl is ook verkrijgbaar als tablet en als zetpil; maar via de
orale of rectale toediening wordt het nauwelijks opgenomen en is dan ook niet
werkzaam. Er zijn ook medicijnen die galstenen kunnen oplossen of de vorming van nieuwe stenen kunnen tegengaan. Ze worden ook wel lithiasismiddelen genoemd. Momenteel word alleen nog ursodeoxycholzuur (merkloos, Grinterol®, Ursochol®, Ursofalk®, Ursonorm®, Ursosan®) gebruikt. Een groot nadeel van dit middel is dat het vele maanden tot zelfs jaren moet worden geslikt voor een positief resultaat. Ook bij deze behandeling geldt dat alleen niet te grote cholesterolstenen kunnen worden opgelost. De meest voorkomende bijwerking is diarree. Omdat de kijkoperaties waarbij galstenen en de galblaas worden verwijderd zeer succesvol zijn, word dit type medicijnen nog maar heel weinig toegepast.
Externe links: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||