Verslaving
CANNABIS: HOE SOFT IS CANNABIS?
|
INHOUD |
| •
Eeuwenoude toepassingen • Verslavend? • Groot scala aan effecten • Afwijkend gedrag • Cannabis op recept |
Ooit heb ik de stelling verdedigd: ‘de
schadelijkste bijwerking van cannabis is het krijgen van een gevangenisstraf...’
Dat was in de tijd dat in de Nederlandse wetgeving nog geen onderscheid werd
gemaakt tussen ‘harddrugs’ en ‘softdrugs’.
Tegenwoordig gaat deze stelling niet meer op, omdat het (beperkte) gebruik van
cannabis niet meer als misdrijf maar als overtreding wordt beschouwd. De
stelling geeft in ieder geval aan dat de gevaren van cannabis wel meevallen.
De van de hennepplant (Cannabis sativa) afkomstige bestanddelen zoals de
hars (hasjiesj) of de bladeren (marihuana, hennep, weed,
nederwiet) worden al sinds mensenheugenis als geneesmiddel gebruikt, maar
vooral als genotmiddel. Duizenden jaren geleden werd de medicinale werking al
door de Chinezen beschreven. Ook de Grieken en Romeinen waren enthousiast over
de werking van cannabis. In Europa duikt het middel sinds de Middeleeuwen
regelmatig op in beschrijvingen van geneeskrachtige kruiden. In de vorige eeuw
waren extracten en aftreksels van cannabis niet weg te denken medicijnen in het
(beperkte) arsenaal van de Nederlandse apotheker. Ze werden gebruikt bij de
behandeling van krampen en toevallen, bij astma, bij slaapstoornissen en bij
pijnlijke aandoeningen zoals migraine en menstruatiestoornissen. Ook zieken die
in het terminale stadium verkeerden, kregen cannabis. Rond de vorige
eeuwwisseling werd cannabis zelfs voorgeschreven om mensen van hun morfine-verslaving
af te helpen!
In de loop van de twintigste eeuw loopt het medicinale gebruik terug. Dat was
vooral te danken aan de komst van nieuwe synthetische geneesmiddelen die
effectiever waren en beter gedoseerd konden worden. Na 1958 was cannabis
als geneesmiddel (Extractum cannabis indicae) verdwenen uit de
Nederlandse farmacopee, het ‘kookboek’ van de apotheker. De laatste jaren is er
echter een voorzichtige ‘come-back’ als geneesmiddel, en wel in de vorm van de
meest werkzame component van cannabis, het THC (tetrahydrocannabinol).
Het is gebleken dat THC tamelijk effectief is bij de bestrijding van de
misselijkheid en het braken bij kankerpatiënten die met cytostatica
(middelen tegen kanker) worden behandeld of die bestraald worden. Overeenkomstig
de specifieke opiaatreceptoren in het lichaam die verantwoordelijk zijn
voor de werking van opiaten zoals morfine (zie ook de
sectie 'Pijn en Pijnbestrijding'), zijn er specifieke
aangrijpingsplaatsen in het lichaam ontdekt die verantwoordelijk zijn voor de
werking van cannabis of THC. Ze worden cannabinoïdreceptoren
genoemd. Niet lang daarna werd anandamide ontdekt, een lichaamseigen stof
die op deze receptoren aangrijpt. Het onderzoek naar het hoe en waarom van deze
receptoren en de ‘lichaamseigen cannabis’ is in volle gang.
Verslavend?
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw werd cannabis weer
populair. Nu niet als medicijn, maar als genotmiddel bij jongeren in West-Europa
en Amerika. Sindsdien zijn er heel veel onderzoeken gedaan naar de eigenschappen
van cannabis, vooral naar de eventuele verslavende werking. Een belangrijk
criterium daarbij is het optreden van onthoudingsverschijnselen (zie ook
de 'Inleiding' in deze sectie 'Verslaving'). Deze verschijnselen
kunnen ontstaan na het staken van het (intensieve) gebruik van bepaalde stoffen.
Door het plotseling wegvallen van de dagelijkse hoeveelheden van de toegediende
stof – waaraan het lichaam langzamerhand gewend was geraakt – kan het lichaam
danig van streek raken. Verschijnselen als pijn, gejaagdheid, krampen,
misselijkheid, diarree, zweten, slapeloosheid, depressie enzovoort kunnen het
gevolg zijn. Ze kunnen zelfs zo hevig zijn dat de gebruiker alles in het werk
stelt het middel wederom te krijgen. Het (genot)middel is dan letterlijk en
figuurlijk een onontbeerlijk medicijn geworden! Het is gebleken dat
dergelijke onthoudingsverschijnselen na langdurig gebruik van cannabis vrijwel
afwezig zijn, hetgeen wél het geval is na gebruik van echte harddrugs
zoals het zeer verslavende heroïne. Ook gewenning – dat wil zeggen
dat men steeds méér moet gebruiken om dezelfde werking (roes) te ondergaan –
komt niet of nauwelijks voor. De meeste onderzoekers zijn het er dan ook over
eens dat het met de verslavende eigenschappen van cannabis wel meevalt!
Tegenstanders van een tolerante drugswetgeving wijzen nogal eens op de ‘stepping
stone’-theorie. Volgens deze theorie zal een gebruiker die begint met een
softdrug (dus een cannabisproduct), automatisch in de richting van
harddrugs zoals heroïne of cocaïne worden gedreven.
Deskundigen zijn echter van mening dat dit in de praktijk nauwelijks een rol
speelt. Zij wijzen erop dat sinds de verruiming van de Opiumwet in 1976 – toen
onderscheid werd gemaakt tussen hard- en softdrugs – van de honderdduizenden
cannabisgebruikers er maar erg weinig zijn overgestapt op harddrugs.
Groot scala aan effecten
Naar eventuele bijwerkingen van cannabis is veel en gedegen
onderzoek gedaan, vooral naar de werking van de meest werkzame component van
cannabis, het THC, dat sinds 1965 ook synthetisch kan worden bereid.
Afgezien van het effect op de stemming en het gedrag – men spreekt dan van een ‘roes’
of van ‘high’ of ‘stoned’ zijn – heeft THC een flink aantal
farmacologische effecten. De invloed op hart en bloedvaten is nogal gevarieerd:
na het roken van cannabis of THC stijgt de hartslag in eerste instantie
aanzienlijk, om na een minuut of twintig weer af te nemen terwijl de bloeddruk
dan enigszins daalt. Door THC daalt de druk in de oogbol. Bij mensen met een te
hoge oogboldruk (glaucoom) kan dat gunstig zijn. Daarnaast verwijden de
vaten in het oogbindvlies zich, waardoor het oogwit van de gebruiker enigszins
roze wordt. Op het zenuwstelsel heeft THC een remmende werking, die te
vergelijken is met die van sommige slaapmiddelen. Met simulatieapparatuur heeft
men kunnen vaststellen dat THC zowel de rijvaardigheid van automobilisten als de
vliegvaardigheid van piloten nadelig beïnvloedt. Bij cannabisgebruikers neemt
ook vaak de eetlust toe, met een sterke voorkeur voor zoete producten. Dat zou
te maken kunnen hebben met de stofwisseling. Toch zijn er nooit veranderingen in
de lever- of nierfuncties vastgesteld. Ook zijn er geen veranderingen in de
samenstelling van het bloed, de urine of het ruggenmergvocht gevonden.
Mensen die cannabisproducten roken (cannabis wordt meestal gerookt), hebben vrij
vaak klachten die te maken hebben met de luchtwegen: verkoudheid, keelpijn,
neusholteontsteking, hoesten en bronchitis. De klachten verdwijnen meestal als
men stopt met het gebruik. Deze klachten worden niet veroorzaakt door de
werkzame cannabiscomponenten, maar door de teerachtige stoffen die ontstaan
tijdens het verbranden van de cannabis in de sigaret (‘joint’, ‘stickie’)
of de hasjpijp. Precies hetzelfde geldt eigenlijk voor het roken van tabak.
Overigens wordt cannabis vaak gemengd met tabak en vervolgens gerookt.
Afwijkend gedrag
Tot zover de over het algemeen milde bijwerkingen die kunnen optreden
bij het gebruik van normale hoeveelheden cannabis. Bij overmatig gebruik
van veel grotere hoeveelheden lijken de gevolgen minder onschuldig. Dan kunnen
zich ernstige psychotische reacties ontwikkelen, zoals hevige angsten,
verwardheid en paniek en zelfs hallucinaties. Sommige deskundigen menen echter
dat deze reacties meer te maken hebben met de psychische structuur van de
gebruiker dan met de gebruikte hoeveelheid cannabis. Opvallend is dat deze
reacties vaker voorkomen na het eten van cannabisbevattend voedsel (‘spacecake’)
dan na het roken van cannabis.
Na zeer langdurig en intensief gebruik zou zich ook een afwijkend gedragspatroon
kunnen ontwikkelen, het ‘amotivatiesyndroom’. Kenmerken daarvan zijn:
geheugen-, concentratie- en aandachtsstoornissen, doelloosheid (apathie)
en een verminderd realiteitsbesef. Toch betwijfelen veel deskundigen of dit
afwijkende gedrag het gevolg is van overmatig cannabisgebruik, want ook bij
niet-gebruikende jongeren komen zulke gedragsveranderingen regelmatig voor.
Ernstiger is echter dat op basis van recent onderzoek het vermoeden is gerezen
dat door intensief cannabisgebruik het risico op het ontstaan van
schizofrenie, een ernstige psychische aandoening (zie ook 'Psychotische
Stoornissen' in de sectie 'Hersenen & Zenuwstelsel'), en andere
psychische stoornissen zou verdubbelen. Volgens het Trimbos-instituut (een
landelijke instelling op het gebied van geestelijke gezondheidszorg,
verslavingszorg en maatschappelijke zorg) gaat het in Nederland om ongeveer
tweehonderd extra gevallen van schizofrenie door cannabisgebruik. Sommige
deskundigen menen echter dat dit waarschijnlijk alleen voorkomt bij
cannabisgebruikers die een (erfelijke) aanleg voor deze ziekte hebben. Hoe het
ook zij, iedereen is het erover eens dat heel goed moet worden uitgezocht of er
mogelijk ook andere verklaringen zijn voor de stijging van het aantal
schizofreniegevallen dan alleen cannabisgebruik. Daarbij zou men kunnen denken
aan het gelijktijdig gebruik van andere drugs of alcohol, andere psychische
aandoeningen bij de gebruiker of bij zijn familieleden enzovoort.
Alles overziend, moet voorlopig geconcludeerd worden dat de gevaren van
cannabis eigenlijk wel meevallen. Vergelijken we ze met die van andere
genotmiddelen die op grote schaal worden gebruikt, zoals alcohol en tabak, dan
is cannabis beslist ongevaarlijker. In tegenstelling tot deze (legale)
genotmiddelen zijn er de afgelopen tien jaar geen directe sterfgevallen
geconstateerd als gevolg van cannabisgebruik. Het grootste gevaar is misschien
nog de onzekere samenstelling van de verschillende cannabisproducten. De
gebruiker weet in feite niet hoeveel werkzame stof hij of zij binnenkrijgt.
Overdoseringen, met alle gevolgen van dien (psychotische reacties!), zijn dan
niet uitgesloten. Misschien voor de overheid een goede reden om in het kader van
het Nederlandse softdrugbeleid een of andere vorm van kwaliteitscontrole in te
stellen?
Cannabis op recept
Sinds 1 september 2003 kan cannabis via de apotheek worden
betrokken. Het blijkt dat sommige patiënten met multiple sclerose (MS;
zie ook 'Multiple Sclerose' in de sectie 'Hersenen & Zenuwstelsel')
zich veel beter voelen na het roken van een marihuanasigaret. De spierspasmen
verminderen en ook de pijn en de spiertrillingen nemen af. Echt harde
onderzoeksresultaten hierover zijn er niet, maar veel artsen en apothekers
vinden dat de gebruikerservaring het medisch gebruik van cannabis rechtvaardigt.
De stoffen die verantwoordelijk zijn voor de werking bij MS, zijn in de
marihuana die in de coffeeshop wordt gekocht, in wisselende samenstelling
aanwezig. Daar komt bij dat de meeste MS-patiënten of hun familieleden er
tegenop zien hun ‘medicijnen’ bij de coffeeshop te halen. De marihuana die bij
de apotheek verkrijgbaar is, bevat daarentegen een vast gehalte aan actieve
stoffen. De plantendelen die daarvoor nodig zijn, worden geleverd door speciale
hennepkwekerijen die onder toezicht van de overheid staan. Overigens is de
werkzame component van cannabis, THC, al veel langer beschikbaar
voor medische doeleinden. Het is onder de naam dronabinol (Marinol®)
verkrijgbaar en onder bepaalde omstandigheden kan het ook op recept (het valt
onder de Opiumwet!) worden voorgeschreven.
Behalve bij MS is cannabis of dronabinol werkzaam bij patiënten
die erg misselijk zijn en overgeven als gevolg van de cytostatica
die bij sommige vormen van kanker worden gegeven. In verband met de psychotrope
bijwerkingen (high of stoned worden), geven veel patiënten de
voorkeur aan andere, reguliere medicijnen (anti-emetica; zie ook 'Maagaandoeningen'
in de sectie 'Spijsvertering & Lever'). Het effect als
eetluststimulerend middel bij aids-patiënten is in onderzoek.