LUCHTWEGEN & ADEMHALING
LUCHTWEGINFECTIES
Het is gebruikelijk luchtweginfecties in te delen in bovenste en onderste luchtweginfecties. Bij de bovenste luchtweginfecties zijn de neus en de neusbijholten, keel, amandelen of strottenhoofd geïnfecteerd. Bij infecties van de luchtpijptakken (bronchiën) en de longen spreekt men van onderste luchtweginfecties. Toch zijn ze niet strikt van elkaar gescheiden. Een bovenste luchtweginfectie als verkoudheid of griep kan zich naar beneden uitbreiden en dan bronchitis veroorzaken.
De meeste luchtweginfecties worden door virussen veroorzaakt en kunnen dan ook niet met antibiotica worden behandeld. Ze gaan meestal vanzelf over. Antibiotica worden alleen gebruikt als er voldoende aanwijzingen zijn dat bacteriën ‘meedoen’ (zie ook 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Soms ontstaat een bacteriële infectie als gevolg van een voorafgaande virusinfectie. Dat komt nogal eens voor bij patiënten met astma of COPD. Ook bij patiënten met cystische fibrose (taaislijmziekte, een erfelijke aandoening waarbij klieren van de spijsvertering en van de longen abnormale producten afscheiden, met grote gevolgen voor het functioneren van deze organen) komen dikwijls longinfecties voor.
Externe links:
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
Verkoudheid
Zoals iedereen uit eigen ervaring weet, komt verkoudheid erg vaak voor, vooral
in de wintermaanden. Men heeft dan vooral neusklachten (verstopping, waterige
afscheiding: rinitis), soms niesbuien, vaak voorafgegaan door keelklachten
(schraalheid, keelpijn, kriebel). Ook kriebelhoest (niet-productief) en lichte
koorts kunnen voorkomen. Men voelt zich niet lekker en heeft vaak hoofdpijn. De
oorzaak is in verreweg de meeste gevallen een virus. Het gaat dan om een
‘rinovirus’, waarvan inmiddels ruim dertig verschillende soorten zijn
gevonden. Dat verklaart ook dat verkoudheid bij veel mensen zo vaak terugkomt.
Gebruik van antibiotica heeft geen enkele zin. Het is zelfs erg onverstandig antibiotica te slikken, omdat dan ‘nuttige’ bacteriën, bijvoorbeeld in de mondholte of in het maag-darmkanaal, worden onderdrukt. Daardoor kunnen andere, schadelijke microorganismen zoals schimmels de overhand krijgen. Men spreekt dan van superinfectie. Door het onnodig gebruik van antibiotica bestaat ook de mogelijkheid dat er resistentie tegen antibiotica ontstaat. Dat is zeer ongewenst, omdat – als er echt een gevaarlijke bacteriële infectie moet worden bestreden – antibiotica veel minder effectief blijken te zijn (zie ook 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').
Decongestiva en pijnstillers
De neusverstopping kan worden
verminderd met behulp van neusdruppels of neussprays die de gezwollen
neusslijmvliezen laten slinken: oxymetazoline (Nasivin®, Vicks Sinex®) of
xylometazoline (Otrivin neusverkoudheid®, Xylometazoline Neusdruppels/Neusspray
FNA). Deze stoffen worden decongestiva genoemd. Ze mogen in principe niet langer dan vijf dagen worden
gebruikt, omdat ze op den duur een schadelijke werking op het neusslijmvlies hebben. Sommige
mensen hebben baat bij ‘stomen’, ofwel via de neus inademen boven een pan met
heet water, dat al of niet verrijkt is met een vluchtige stof als levomenthol
(Levomenthol Stoomdruppels FNA) dat de bovenste luchtwegen verwijdt.
De hoofdpijn, de keelpijn en eventuele koorts kunnen worden bestreden door een pijnstiller in te
nemen (zie ook 'Pijnbestrijding'
in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Paracetamol (Daro
Paracetamol Vloeibaar®, Kinderparacetamol®,
Panadol®, Panadol Artrose®, Paracetamol Smelttabletten 'Roter'®, Sinaspril Paracetamol®)
heeft dan uiteraard de voorkeur, omdat deze pijnstiller nauwelijks bijwerkingen
kan veroorzaken mits men zich strikt aan het doseringsvoorschrift houdt.
Externe links:
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
voorhoofdsholteontsteking (Sinusitis)
Sinusitis is de medische verzamelnaam voor ontstekingen van de neusbijholten (sinus
paranasales). Afhankelijk van de bijholte die is ontstoken (er zijn vier
neusbijholten), spreekt men onder andere van voorhoofdsholteontsteking of
bovenkaaksholteontsteking. De neusbijholten staan met nauwe openingen in
verbinding met de neus. Ze raken gemakkelijk verstopt door taai slijm en
gezwollen slijmvlies. In principe heeft men last van dezelfde klachten als bij
verkoudheid, maar ze zijn ernstiger. Ook heeft men hoofdpijn, pijn in het
gezicht (tussen en achter de ogen), en soms van tand- en kiespijn. Koorts gaat
vaak samen met sinusitis. Men noemt sinusitis acuut als de ontsteking
korter duurt dan vier weken, en chronisch bij langdurige (maanden)
klachten. Meestal wordt sinusitis voorafgegaan door een virale infectie van de
bovenste luchtwegen (verkoudheid, griep). Daarbij kunnen bepaalde
bacteriesoorten een rol gaan spelen. Ook worden wel andere (mede)oorzaken
genoemd: allergie, werkomstandigheden, ‘stress’, zwemmen en duiken, vliegen,
tocht, luchtverontreiniging, gebitsontstekingen en… neusdruppels of neussprays
die men gebruikt om het slijmvlies te laten slinken, maar die veel te lang
gebruikt worden.
Decongestiva en pijnstillers
Tweederde van de patiënten geneest spontaan binnen tien dagen, dus zonder
medicijnen, en bijna iedereen geneest binnen vier weken. Neusdruppels met een
(fysiologische) zoutoplossing en ‘stomen’ kunnen de klachten verlichten, evenals
het kortdurend (!) gebruik van neusdruppels of neussprays die het slijmvlies
laten slinken, de zogenoemde decongestiva, zoals oxymetazoline (Nasivin®,
Vicks Sinex®)
en
xylometazoline (Otrivin Neusverkoudheid®, Xylometazoline Neusdruppels/Neusspray
FNA) (zie ook
'verkoudheid'). Pijnstillers komen ook in aanmerking, uiteraard
alleen als men veel pijn en koorts heeft. Paracetamol (Daro
Paracetamol Vloeibaar®, Kinderparacetamol®,
Panadol®, Panadol Artrose®, Paracetamol Smelttabletten 'Roter'®, Sinaspril Paracetamol®)
heeft dan uiteraard de voorkeur, omdat deze pijnstiller nauwelijks bijwerkingen
kan veroorzaken mits men zich strikt aan het doseringsvoorschrift houdt (zie ook
'Pijnbestrijding'
in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding').
Antibiotica
Antibiotica worden pas
gegeven bij ernstige klachten die gepaard gaan met koorts en die na vijf dagen nog steeds niet afnemen.
De penicillinepreparaten amoxicilline of amoxicilline/clavulaanzuur (Augmentin®, Forcid®)
en het
tetracyclinepreparaat doxycycline (Doxy Disp®,
Efracea®,
Vibramycin®)
zijn dan middelen van eerste keuze. Voor de bijwerkingen van deze antibiotica, zie
penicillinen
en tetracyclinen
in het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Doxycycline
mag niet aan kinderen onder de 12 jaar worden voorgeschreven.
Ook mag dit middel beslist niet aan zwangere vrouwen worden
voorgeschreven, omdat het een schadelijke werking heeft op de
skeletgroei van de ongeboren vrucht.
Nasale corticosteroïden
Aan patiënten met
langdurige of steeds terugkerende klachten, kan een
neusspray met een corticosteroïd worden voorgeschreven. Deze
zogenaamde nasale corticosteroïden zijn in staat de zwellingen in
de bijholten weg te nemen waardoor de verstoppingen en meestal ook de klachten
verminderen. Voor meer informatie over corticosteroïden, ga naar
het onderdeel 'Bijnierschorshormonen'
in de sectie 'Hormonen & Stofwisseling'. In Nederland verkrijgbare
nasale corticosteroïden zijn beclometason,
budesonide (Rhinocort®), flunisolide (Syntaris®),
fluticason (Avamys®,
Flixonase®),
mometason (Nasonex®) en triamcinolon (Nasacort®).
Omdat deze stoffen alleen in contact komen met het neusslijmvlies, beperken de
bijwerkingen zich tot irritatie van het neusslijmvlies, eventueel niesaanvallen
direct na toediening, soms neusbloedingen of reukverlies.
Bij het starten van een behandeling met deze middelen moet men
zich realiseren dat de werking pas na drie tot tien dagen intreedt.
Chronische sinusitis wordt behandeld door de keel-, neus- en oorarts. Hij zal met intensieve spoelingen of een (eenvoudige) operatieve ingreep de doorgankelijkheid van de verstopte bijholte vergroten, waarbij hij soms antibiotica zal voorschrijven.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.cbo.nl (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
Keelontsteking
Keelontsteking (keelangina, faryngitis, tonsillitis) is een infectie van
de keel (farynx) en/of amandelen (tonsillen) en wordt ook wel
keelangina genoemd. De klachten bestaan vrijwel altijd uit hevige keelpijn,
slikproblemen en koorts. De halslymfeklieren zijn meestal groter dan normaal en
pijnlijk bij druk. Soms hoest men ook of heeft men last van stemverlies of
heesheid (laryngitis).
Ongeveer 70 procent van alle keelontstekingen wordt door virussen veroorzaakt. In de overige gevallen gaat het meestal om een zogenoemde streptokokkeninfectie. Streptokokken zijn een bepaald soort bacteriën die ook andere infecties in het lichaam kunnen veroorzaken, zoals wondroos of longontsteking. Met een streptokokkentest kan de arts vaststellen of er dan of niet sprake is van een streptokokkeninfectie.
De kinderziekte roodvonk (scarlatina) wordt beschouwd als een
complicatie van een door streptokokken veroorzaakte keelontsteking. Hierbij
veroorzaken de bacteriehaarden in de amandelen behalve plaatselijke
ontstekingsverschijnselen het verschijnen van ‘erytrogeen toxine’ in de
bloedbaan, dat verantwoordelijk is voor de kenmerkende huiduitslag van roodvonk
(exantheem). Omdat niet alle streptokokkenstammen dit toxine vormen en op
grote schaal immuniteit tegen het toxine optreedt, is de frequentie van
keelontsteking mét roodvonkhuiduitslag veel lager dan van keelontsteking zonder
roodvonkhuiduitslag. Andere (immunologische) complicaties van bacteriële keelontsteking
kunnen doorgaans later optreden: circa één tot drie weken na de infectie. Het
betreft hier
acuut reuma (zie
ook het onderdeel 'Reumatische
Aandoeningen' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding') met of
zonder hartcomplicaties (endocarditis) en/of
acute glomerulonefritis
(zie 'Nieraandoeningen'
in de sectie 'Nieren & Urinewegen') die aanleiding kan zijn voor
ernstige, blijvende nierschade.
Keelontsteking kan ook voorkomen bij andere ziekten, zoals
mazelen
of kinkhoest.
Pijnstillers
De (hevige) keelpijn en koorts kunnen worden bestreden door een pijnstiller in te
nemen (zie ook 'Pijnbestrijding'
in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Paracetamol (Daro
Paracetamol Vloeibaar®, Kinderparacetamol®,
Panadol®, Panadol Artrose®, Paracetamol Smelttabletten 'Roter'®, Sinaspril Paracetamol®)
heeft dan uiteraard de voorkeur, omdat deze pijnstiller nauwelijks bijwerkingen
kan veroorzaken mits men zich strikt aan het doseringsvoorschrift houdt.
Antibiotica
Zowel virale als streptokokkeninfecties van de keel genezen vanzelf, meestal binnen een
week. Alleen bij zeer veel klachten en bij bepaalde risico’s zal een
antibioticum worden voorgeschreven, maar dan moet in ieder geval de
streptokokkentest positief zijn. Het middel van eerste keuze is feneticilline
(Broxil®) of fenoxymethylpenicilline. Dit zijn zogenaamde
smalspectrumpenicillinen. Bij overgevoeligheid
voor deze penicillinen wordt erytromycine (Erythrocine®,
Erythrocine-ES®), claritromycine (Klacid®) of azitromycine (Zithromax®) gegeven,
zogenaamde macroliden. Dit laatste middel
heeft de voorkeur omdat het minder bijwerkingen (doorgaans in de vorm van
maag-darmstoornissen) heeft en maar één keer per dag
hoeft worden ingenomen gedurende drie dagen. Alleen tijdens de zwangerschap
heeft erytromycine de voorkeur boven azitromycine.
Voor de bijwerkingen van deze antibiotica zie
penicillinen
en macroliden
in het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').
Antibiotica in de vorm van zuigtabletten – dus lokaal – zijn niet effectief. Alleen bij schimmelinfecties in de mond- of keelholte worden schimmeldodende middelen (antimycotica) als zuigtablet, suspensie of ‘orale gel’ gegeven.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
Griep
Het woord griep (influenza) wordt nogal eens ten onrechte gebruikt
wanneer men zich een beetje gammel voelt en snottert; een lichte diarree wordt
al gauw buikgriep genoemd. Echte griep is een infectie van de bovenste
luchtwegen, veroorzaakt door het influenzavirus. De ziekte begint zeer
plotseling met (hoge) koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spierpijnen en
slijmvlieszwellingen van neus en keel. De patiënt voelt zich meestal erg
beroerd, soms zelfs totaal uitgeput. Als hij ook hoest, gaat het meestal om een
niet-productieve hoest. Na drie tot vijf dagen verbetert de patiënt spontaan,
maar het kan nog twee tot drie weken duren voordat hij volledig hersteld is.
In principe is griep tamelijk onschuldig, ondanks de hevige
ziekteverschijnselen. In bepaalde gevallen kunnen echter ernstige complicaties
ontstaan in de vorm van bacteriële longontsteking, vooral bij verzwakte ouderen.
Omdat een virus de boosdoener is, zijn antibiotica niet werkzaam,
behalve bij (bacteriële) complicaties.
|
De grote griepepidemieën |
| Al sinds de klassieke oudheid is duidelijk dat grote groepen mensen bij tijd en wijle worden bedreigd door een zeer besmettelijke aandoening van de luchtwegen, tegenwoordig bekend onder de naam griep of influenza. Het plotseling ontstaan van de ziektesymptomen, die enige weken kunnen duren, maar ook het weer plotseling verdwijnen, zijn dermate karakteristiek dat een aantal belangrijke epidemieën uit het verre verleden niet onopgemerkt is gebleven. De eerste uit een hele reeks werd al in het jaar 412 vóór Christus beschreven door Hippocrates. Hij had het over een griepepidemie in Griekenland, die waarschijnlijk op weg was naar West-Europa. Talrijke epidemieën hebben zich voorgedaan in de Middeleeuwen. Dat deze epidemieën veel dodelijke slachtoffers veroorzaakten staat vast, maar over concrete aantallen tast men in het duister. Ze werden overschaduwd door de verschrikkelijke pestepidemieën die Europa eeuwenlang hebben geteisterd en sommige populaties zelfs hebben gedecimeerd. |
|
Spaanse griep |
| Vanaf 1889 hebben zich zes grote epidemieën voorgedaan, waarvan sommige met recht als pandemie (wereldwijde epidemie) worden bestempeld. Verreweg de beruchtste is de Spaanse griep uit de jaren 1918-1919. Deze pandemie eiste naar schatting ruim 25 miljoen doden, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog enkele malen overtrof. Van Freetown, Sierra Leone of Brest – de Franse oorlogshaven voor het Amerikaanse expeditieleger – tot Boston, Massachusetts kwamen veel mensen in de greep van de griep. Het aantal doden liep in korte tijd zo snel op dat in een aantal grote Europese steden zoals in Wenen zelfs trams werden omgebouwd tot openbare lijkwagens. Historici zijn het erover eens dat de Spaanse griep de loop van de geschiedenis ingrijpend heeft beïnvloed. Dat werd onderstreept door generaal Von Ludendorff, stafchef van het toenmalige Duitse leger, die het mislukken van het Marne-offensief niet zozeer weet aan de aanwezigheid van de Amerikaanse troepen, maar aan de sterk verminderde gevechtskracht van zijn leger als gevolg van de griep. Maar ook de Amerikaanse troepen in Europa hadden zwaar geleden onder deze griepgolf. Maar liefst 80 procent van de Amerikaanse doden tijdens de Eerste Wereldoorlog was het gevolg van deze zeer besmettelijke ziekte. |
|
Latere griepgolven |
| Ook de Aziatische griep in 1957 bracht veel onrust, al was het aantal dodelijke slachtoffers in vergelijking met de Spaanse griep relatief klein. Deze griepgolf, die haar oorsprong had in de Chinese provincie Guizlou, werd waarschijnlijk veroorzaakt door een virus dat identiek of zeer nauw verwant was aan het influenza-A-virus dat in 1889-1890 ook al een pandemie had veroorzaakt. Midden 1968 begon in Oost-Azië een epidemie die al spoedig bekend werd onder de naam Hongkong-griep, door sommigen ook wel Mao-griep genoemd. Deze griepgolf maakte vooral in Noord-Amerika veel slachtoffers en kwam in de winter van 1968-1969 ook naar West-Europa. Het aantal influenzapatiënten was in die winter in Nederland echter niet groter dan de winter ervoor. |
Griepvaccinatie
Door tijdige griepvaccinatie echter kan
griep worden voorkomen en kunnen complicaties van de longen sterk worden
verminderd. Doordat het influenzavirus jaarlijks verandert en de afweerstoffen
langzaam uit het lichaam verdwijnen, moet men voor optimale bescherming elk jaar
een nieuwe prik halen. Dit gebeurt met het zogenaamde influenzavaccin (Inflexal
V®, Influvac®,
Vaxigrip®). De jaarlijkse griepvaccinatie wordt dringend aanbevolen
voor patiënten met astma of COPD, suikerziekte of een verminderde weerstand (na
een transplantatie, kankerbehandeling of radiotherapie), alsmede voor hart- en
nierpatiënten. Ook aan mensen vanaf 60 jaar en ouder wordt een griepvaccinatie
geadviseerd (en vergoed). Gezonde mensen die niets mankeren, hebben de griepprik
niet echt nodig. Voor meer informatie over vaccinaties wordt verwezen naar
het onderdeel 'Immuniteit & Vaccinatie'
in de sectie 'Infectieziekten'.
Amantadine (Symmetrel®) wordt ook als preventief middel
gegeven, maar alleen aan personen die de jaarlijkse griepprik zijn vergeten en
die een verhoogd risico hebben op de complicaties van griep.
Neuraminidaseremmers
Sinds 1999 was de eerste vertegenwoordiger van een
nieuw type geneesmiddel tegen griep beschikbaar. Het heet zanamivir
(Relenza®) en behoort tot de zogenoemde neuraminidaseremmers. Deze groep
stoffen remt het enzym neuraminidase uit het influenzavirus, waardoor er
minder nieuw gevormde virusdeeltjes uit de geïnfecteerde gastheercellen van de
luchtwegen worden afgegeven, met als resultaat dat besmetting van naburige
cellen wordt afgeremd. Zanamivir verlicht en verkort (gemiddeld met 1,5 dag) de
griepklachten (koorts, hoesten, beroerd voelen), mits men binnen 48 uur na het
begin van de klachten met het middel start. Het wordt per inhalatie
toegediend; een kuur bestaat uit twee inhalaties per dag gedurende vijf dagen.
Eind 2002 kwam ook oseltamivir (Tamiflu®) op de markt. In principe is
oseltamivir vergelijkbaar met zanamivir, maar het wordt via de mond (tabletten)
toegediend in plaats van per inhalatie. Het is nog niet duidelijk of zanamivir
of oseltamivir de complicaties bij griep verminderen bij patiënten met
een verhoogd risico (ouderen, astma- of COPD-patiënten, patiënten met
suikerziekte, hartpatiënten). Bij deze groepen blijft de griepvaccinatie dus de
belangrijkste vorm van grieppreventie.
Zogenaamde 'griepmiddelen'
Hoewel griep niet met medicijnen te genezen is, zijn er in Nederland tientallen
zogenaamde griepmiddelen op de markt. Ze bevatten meestal altijd
pijnstillers als paracetamol of acetylsalicylzuur (onder andere
Aspirine®; zie ook 'Pijnbestrijding'
in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Deze middelen werken ook
koortsverlagend. Als de pijn afneemt en de koorts daalt, voelt men zich
over het algemeen al een stuk beter. Toch wordt de griep zelf niet beïnvloed.
Veel artsen zijn zelfs van mening dat je de koorts beter niet kunt bestrijden,
omdat koorts een belangrijk afweermechanisme is in de strijd tegen een
(virale) infectie. Andere toevoegingen aan griepmiddelen zijn vitamine C,
coffeïne en fenylefrine. Ze zijn volstrekt zinloos bij de
behandeling van griep. Tegen de (niet-productieve) hoest kan codeïne of
noscapine (Noscapect®) worden gebruikt (zie ook het onderdeel 'Hoest'
elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling').
Mexicaanse
griep
De Mexicaanse griep, de officiële naam luidt Nieuwe
Influenza A (H1N1), is afkomstig van een nieuwe stam
van het H1N1-varkensgriepvirus, die zijn oorsprong heeft
in Mexico in maart 2009. In sommige landen wordt ook de naam varkensgriep
gehanteerd. Het virus manifesteerde zich voor het eerst in Mexico en breidde
zich in april dat jaar uit naar de Verenigde Staten en al snel ook naar andere
landen. Op 11 juni verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat het
uitbreken van de Mexicaanse griep een pandemie is, een wereldwijde
epidemie dus. Eind augustus 2009 waren wereldwijd ruim 200.000 besmettingen en
ten minste 2.200 doden als gevolg van het griepvirus vastgesteld. Bij de
genoemde sterfgevallen was meestal sprake van een combinatie met één of meerdere
andere aandoeningen waardoor de patiënten al een sterk verminderde gezondheid
hadden. Overlijden aan alleen Mexicaanse griep was zeldzaam.
In veel gevallen verliep de infectie vrij mild en veel patiënten meldden zich
daarom niet. Precieze cijfers over de sterftekans aan deze griep zijn dan ook
niet bekend, maar de wereldwijde sterfte wordt geschat op 0,71% van alle mensen
die met het mexicaansegriepvirus besmet waren. In
Nederland was dit 0,11%. Bij de 'gewone' Nederlandse seizoensgriep ligt dit
percentage tussen de 0,03 en de 0,25%. De Wereldgezondheidsorganisatie was
bezorgd, omdat bij eerdere pandemieën is gebleken dat de agressiviteit van
griepvirussen kan veranderen. Hierdoor zou de sterftekans kunnen toenemen. Er
waren overigens sterke aanwijzingen dat in tegenstelling tot de gewone seizoensgriep jonge
kinderen voor de Mexicaanse griep gevoeliger waren dan ouderen.
Op 24 december
2009 meldde het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondsheidszorg
(NIVEL) dat de epidemie van de Mexicaanse griep voorbij was. Het aantal mensen
met griep daalde tot onder de 51 per 100.000 inwoners.
De meeste symptomen van de Mexicaanse griep waren gelijk aan die van normale seizoensgriep: koorts, loopneus, spierpijn, keelpijn en hoest. De symptomen diarree en braken waren bij Mexicaanse griep heviger dan bij gewone griep.
Evenals bij de seizoensgriep zijn antibiotica niet werkzaam, behalve bij (bacteriële) complicaties. Alleen door tijdige griepvaccinatie kan deze griep worden voorkomen en kunnen complicaties van de longen sterk worden verminderd. De vaccinatie was er dus om volwassenen en kinderen met een extra gezondheidsrisico te beschermen. De vaccinatie was daarom alleen beschikbaar voor:
Mensen met een gezondheidsrisico doordat ze een ziekte of aandoening hebben zoals diabetes mellitus, astma, copd, doorgemaakt hartinfarct, hartfalen, een nieraandoening of aids.
Mensen die in de gezondheidszorg werken en
regelmatig contact hebben met patiënten die extra ziek kunnen worden (of
zelfs kunnen overlijden) door de Mexicaanse griep.
De neuraminidaseremmers zanamivir (Relenza®) en oseltamivir (Tamiflu®) zijn evenals bij de seizoensgriep (zie hierboven) ook werkzaam bij de Mexicaanse griep. Dat wil zeggen dat deze middelen de griepklachten (koorts, hoesten, beroerd voelen) verlichten en verkorten (gemiddeld met 1,5 dag), mits men binnen 48 uur na het begin van de klachten met het middel start. Het is nog niet duidelijk of zanamivir of oseltamivir de complicaties bij griep verminderen bij patiënten met een verhoogd risico. Ook bij deze griepvariant blijft de griepvaccinatie dus de belangrijkste vorm van grieppreventie.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Stroomdiagram bij de behandeling van longinfecties.
Kinkhoest
Kinkhoest (pertussis) is een zeer besmettelijke ziekte van de luchtwegen die
wordt
veroorzaakt door een bacterie (Bordetella pertussis). Deze ziekte komt
voornamelijk
voor bij zeer jonge kinderen die (nog) niet gevaccineerd zijn, en bij ouderen
bij wie de vaccinatie niet meer voldoende beschermt. Kinkhoest begint als een gewone
verkoudheid
met milde hoest die steeds heviger wordt. Na een dag of tien heeft de patiënt
enorme hoestbuien die onderbroken worden door een diepe, gierende inademing. Na
vier weken nemen de hoestbuien spontaan af in aantal en hevigheid, waarna
genezing
volgt. Hoewel de meeste kinderen met kinkhoest herstellen, sterft 1 à 2 procent
van de kinderen jonger dan 1 jaar als gevolg van ernstige complicaties.
Vaccinatie en antibiotica
Bescherming tegen kinkhoest is zeer goed mogelijk door vaccinatie. Meestal
gebeurt
dat tegelijk met vaccinaties tegen andere ziekten (de zogeheten DKTP-vaccinatie
bij
zuigelingen, waarbij de K staat voor kinkhoest; zie ook 'Immuniteit
&
Vaccinatie' in de sectie 'Infectieziekten'). Mocht een
kind
toch kinkhoest krijgen (door welke oorzaak dan ook), dan wordt gedurende drie
dagen azitromycine (Zithromax®) gegeven,
een antibioticum van het macrolidetype. Bij vrouwen
die zwanger zijn, wordt uitgeweken naar erytromycine (Erythrocine®,
Erythrocine-ES®) eveneens een macrolidepreparaat (zie ook
macroliden in
het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Wil het
antibioticum effectief zijn, dan moet het in een vroeg stadium worden
toegediend. Macroliden kunnen als
bijwerking soms maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree)
veroorzaken.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
Acute Bronchitis
Bronchitis is een ontsteking van de slijmvliesbekleding van de luchtpijpen en de
luchtpijpvertakkingen (bronchiën). Men maakt onderscheid tussen een plotseling
optredende (acute) en een langdurende (chronische) bronchitis. Bij beide
ziektebeelden
overheersen het hoesten, de overmatige slijmproductie en de kortademigheid, met
soms pijn in de borst. Chronische bronchitis wordt uitvoerig besproken bij
'COPD'
elders
in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'.
Acute bronchitis is vrijwel altijd het gevolg van een infectie met een
micro-organisme.
Meestal is de boosdoener een virus. Antibiotica zijn dan beslist niet zinvol.
De ziekte
geneest vanzelf, ook al kan het wel een paar weken duren voordat de klachten
verdwenen
zijn.
Antibiotica
Veel minder vaak is acute bronchitis het gevolg van een bacteriële infectie.
Dat komt
bij patiënten met astma of COPD vaker voor dan bij gezonde personen. Klachten
als
benauwdheid, een piepende ademhaling en een verhoogde slijmproductie, die bij
astma of COPD toch al zeer hinderlijk kunnen zijn, nemen enorm toe.
Haemophilus influenzae, Streptococcus pneumoniae
(pneumokok) of (minder frequent) Branhamella catarrhalis (ook wel
Moraxella catarrhalis genoemd) zijn dan de micro-organismen die van belang
zijn. Meestal is
er
dan ook sprake van koorts en is het opgehoeste slijm geelgroen van kleur. In
dergelijke
situaties wordt een antibioticum voorgeschreven, namelijk amoxicilline
meestal in combinatie met clavulaanzuur (de combinatie heet dan Augmentin® of Forcid®). Ook worden gebruikt: doxycycline (Doxy
Disp®,
Efracea®,
Vibramycin®)
en co-trimoxazol (Bactrimel®) (voor de bijwerkingen van deze
antibiotica zie
penicillinen,
tetracyclinen
en co-trimoxazol
in het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Bij
kinderen wordt bij voorkeur de amoxicilline/clavulaanzuur-combinatie
voorgeschreven.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
Longontsteking
Longontsteking (pneumonie) – een (ernstige) ontsteking van de longblaasjes
(alveoli) en het
omgevende weefsel – kan veel oorzaken hebben. Behalve door diverse soorten
microorganismen
kan longontsteking ook ontstaan door geïnhaleerde deeltjes (uit de mond,
braaksel) of geïnhaleerde chemische stoffen. Men spreekt dan van
aspiratiepneumonie.
Van de vele soorten micro-organismen die longontsteking kunnen veroorzaken, zijn de bacteriële verwekkers de ergste. Bacteriesoorten als Streptococcus pneumoniae, Staphylococcus aureus, Legionella pneumophila, Haemophilus influenzae of Klebsiella pneumoniae zijn verwekkers van een ernstige longontsteking, vooral bij volwassenen. Bij oudere kinderen en jonge volwassenen is Mycoplasma pneumoniae – een verwekker die het midden houdt tussen een bacterie en een virus – nogal eens de oorzaak van een wat milder verlopende longontsteking. Ook virussen en schimmels kunnen longontsteking veroorzaken, alsmede bepaalde parasieten, zoals Pneumocystis carinii die in longen van gezonde personen onschadelijk is, maar bij patiënten met een verminderde afweer, zoals aids-patiënten, longontsteking veroorzaakt.
Van oudsher wordt onderscheid gemaakt in ‘typische’ en ‘atypische’ pneumonieën op grond van hun gevoeligheid voor penicillinen. Een ‘typische’, penicillinegevoelige pneumonie kan worden veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae (ook wel pneumokok genoemd, de meest voorkomende verwekker van acute pneumonie in de eerste lijn), Haemophilus influenzae (vooral bij ouderen) of Staphylococcus aureus (vaak als bacteriële complicatie van griep). Bij een ‘atypische’, penicillineongevoelige pneumonie is Mycoplasma pneumoniae verreweg de meest gevonden verwekker.
Hoewel men de beschikking heeft over effectieve antibiotica, is de sterfte ten gevolge van longontsteking nog steeds hoog: in de westerse landen ongeveer even hoog als de sterfte aan alle andere infectieziekten tezamen. Besmetting vindt meestal plaats via inademing van het micro-organisme; soms echter kan besmetting via het bloed (sepsis) plaatsvinden.
Pneumokokkenpneumonie
Longontsteking veroorzaakt door pneumokokken (Streptococcus pneumoniae) komt het
meest voor. Vaak wordt de ziekte voorafgegaan door een virusinfectie van de
bovenste
luchtwegen (verkoudheid, keelpijn, griep). De longontsteking begint plotseling,
met
koude rillingen, hoge koorts, pijn in de borst vooral tijdens het inademen, en
ophoesten
van roestkleurig slijm. Door de pijn en het gevoel van benauwdheid gaat de
patiënt
oppervlakkig en voorzichtig ademen. Zonder behandeling met antibiotica kan na
enkele dagen blauwzucht (cyanose) ontstaan, doordat er onvoldoende zuurstof
wordt
opgenomen. De patiënt kan gaan ijlen of wordt verward en geeft door bloed
roestkleurig,
etterig slijm op. Vroeger waren deze infecties berucht omdat de patiënten er
vaak aan overleden. Maar nog steeds vallen er dodelijke slachtoffers, vooral
onder
oudere patiënten.
Antibiotica
Tegenwoordig kan een pneumokokkenpneumonie goed worden behandeld met
antibiotica.
De huisarts geeft dan het breedspectrumpenicilline-preparaat amoxicilline
oraal (dus via de mond) gedurende tien dagen; soms geeft de dokter tegenwoordig
de voorkeur aan een combinatie van amoxicilline met clavulaanzuur (de combinatie heet dan
Augmentin® of Forcid®). Bij een zeer ernstig
ziektebeeld
wordt dit antibioticum of de genoemde combinatie de eerste dag per injectie gegeven en daarna, als er
verbetering
is opgetreden, via de mond. Ontstaat de infectie in het ziekenhuis, dan geeft
men de eerste dagen meestal het smalspectrumpenicilline-preparaat
benzylpenicilline
(Penicilline G)
in de vorm van een intraveneus infuus, omdat men in een ziekenhuis wat meer zekerheid over de
verwekker heeft. De dagen daarna wordt de patiënt oraal behandeld met
feneticilline
(Broxil®) of fenoxymethylpenicilline. Alternatieve
antibiotica bij de behandeling van een pneumokokkenpneumonie -
bijvoorbeeld in geval van overgevoeligheid voor penicillinen
- zijn het macrolide-preparaat azitromycine (Zithromax®)
of het tetracycline-preparaat doxycycline (Doxy Disp®,
Efracea®,
Vibramycin®). Bij vrouwen
die zwanger zijn, wordt uitgeweken naar erytromycine (Erythrocine®,
Erythrocine-ES®) eveneens een macrolide-preparaat.
Voor de bijwerkingen van deze antibiotica zie
penicillinen,
macroliden en
tetracyclinen
in het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'
Er is ook een vaccin beschikbaar dat bescherming biedt tegen een pneumokokkenpneumonie: pneumokokkenvaccin (Pneumo 23®, Prevenar®). Het wordt aanbevolen bij mensen die een verhoogd risico hebben zo’n gevaarlijke longontsteking te krijgen, zoals patiënten met een hart- of longaandoening, patiënten met suikerziekte of mensen ouder dan 65 jaar.
Mycoplasma-pneumonie
Deze longontsteking is één van de zogenoemde atypische pneumonieën, omdat ze
niet
veroorzaakt wordt door een typische bacterie, maar door – in dit geval –
Mycoplasma
pneumoniae. Dit is een verwekker waarvan de herkomst lange tijd onbekend is
gebleven.
De ziekte komt voornamelijk voor bij mensen tussen 5 en 35 jaar en verloopt veel
milder dan een pneumokokkenpneumonie. De ziekte begint geleidelijk, waarbij in
de
beginfase niet zozeer longklachten, maar meer algemene klachten als spierpijn,
hoofdpijn, vermoeidheid en lichte koorts op de voorgrond staan. In het begin
hoest
de patiënt doorgaans niet, maar later is de hoest prominent aanwezig en is
meestal niet-productief (dat wil zeggen dat geen slijm wordt opgehoest). Zonder
behandeling kan
de patiënt na drie tot zes weken spontaan genezen, maar na een schijnbaar
herstel
kan de ziekte opnieuw opvlammen.
Antibiotica
Bij de behandeling komen slechts enkele groepen
antibiotica in aanmerking, zoals macroliden
bijvoorbeeld erytromycine (Erythrocine®,
Erythrocine-ES®) en azitromycine (Zithromax®)
of tetracyclinen zoals doxycycline (Doxy Disp®,
Efracea®,
Vibramycin®), omdat Mycoplasma-soorten zeer
bijzondere
micro-organismen zijn. Mycoplasma pneumoniae is voor veel antibiotica –
waaronder penicillinen – ongevoelig.
Macroliden kunnen als bijwerking soms maag-darmstoornissen
(misselijkheid, buikpijn, diarree) veroorzaken. Tetracyclinen hebben behalve
maag-darmstoornissen nog wat meer bijwerkingen (zie ook
macroliden en
tetracyclinen
in het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').
Zo mag doxycycline beslist niet worden voorgeschreven bij zwangere
vrouwen.
Veteranenziekte
In het voorjaar van 1999 werd Nederland opgeschrikt door een uitbraak van
veteranenziekte
(legionairsziekte) bij bezoekers van de West-Friese Flora in Bovenkarspel. Deze
gevaarlijke ziekte werd bij 230 mensen geconstateerd, met als triest resultaat
29 doden.
De ziekte wordt ook wel Legionella-pneumonie genoemd, omdat zich naast andere
verschijnselen (hoofd- en spierpijn, diarree, verwardheid) ook een
levensgevaarlijke
longontsteking kan ontwikkelen. De verwekker (Legionella pneumophila) is pas in
1976
ontdekt naar aanleiding van een uitbraak van longontsteking met dodelijke afloop
in een
hotel in het Amerikaanse Philadelphia, waar een bijeenkomst van
Vietnam-veteranen
(legionairs) werd gehouden. Het resultaat was 34 doden!
De bacterie verspreidt zich via de airconditioning en de warmwaterinstallaties in grote gebouwen, hotels en ziekenhuizen. Besmetting vindt plaats door inademing van met Legionella-bacteriën geïnfecteerd water(damp). Er zijn geen gevallen bekend waarbij mensen elkaar rechtstreeks hebben besmet. Ongeveer 10 tot 20 procent van de mensen met veteranenziekte overlijdt.
Antibiotica
Macroliden (onder andere erytromycine [Erythrocine®,
Erythrocine-ES®] of azitromycine [Zithromax®]) en chinolonen (onder andere
ciprofloxacine [Ciproxin®]) zijn de antibiotica van keuze
(zie macroliden
en chinolonen
in het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). In ernstige gevallen moeten deze
middelen intraveneus (dus rechtstreeks in een ader) worden toegediend. In minder ernstige
gevallen kunnen ze via de mond (oraal) worden ingenomen.
Zowel macroliden als chinolonen kunnen als
bijwerking soms maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree)
veroorzaken (zie voor meer details, zie
macroliden en
chinolonen in
het onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').
Nabehandeling
longontsteking
Het komt vaak voor dat een patiënt die succesvol
is behandeld met een antibioticum vanwege een heftige longontsteking, nog weken
tot zelfs maanden last van zijn longen houdt. Hoewel de infectie feitelijk
genezen is, kunnen hoesten, kortademigheid en/of opgeven van slijm nog veel last
en ongemak geven. Het valt dan te overwegen om gedurende enkele weken een
inhalatiepreparaat te gebruiken in de vorm van een
combinatie van het bètasympathicomimeticum formoterol
en het inhalatiecorticosteroïd beclometason of budesonide (geregistreerd onder de merknamen
Foster® respectievelijk Symbicort®) of het bètasympathicomimeticum salmeterol
en het inhalatiecorticosteroïd
fluticason (geregistreerd onder de merknaam Seretide®).
Voor details zie het onderdeel 'Astma en COPD'
in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'. Deze combinaties, die vaak bij
hardnekkige vormen van astma en COPD met succes worden ingezet, kunnen het herstel van de
longen na een longontsteking veelal bespoedigen.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl
(Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
Longtuberculose
Deze besmettelijke ziekte – ook wel tbc genoemd – wordt veroorzaakt door de
tuberkelbacil
(Mycobacterium tuberculosis). Besmetting vindt plaats door het inademen van
lucht
waarin zich microscopisch kleine slijmdeeltjes bevinden die zijn opgehoest door
iemand met open tuberculose. Op de plaatsen in de longen waar de
tuberkelbacillen
zich vermeerderen, ontstaat na verloop van tijd een ontstekingsreactie die
typisch is
voor tuberculose: een knobbeltje (ontstekingshaard of tuberkel) met in het
midden
dood (necrotisch) weefsel. Als er veel knobbeltjes ontstaan, spreekt men van
verkazing,
omdat het weefsel een geelwitte kleur krijgt. De infectie kan vele maanden tot
jaren
sluimeren zonder dat er ziekteverschijnselen zijn. Pas als de infectie actief
wordt,
krijgt de patiënt klachten als moeheid, zich slecht voelen, lichte koorts,
gebrek aan
eetlust en kriebelhoest. In het longweefsel kunnen holten ontstaan. In dat
stadium is
de ziekte zeer besmettelijk en spreekt men van open tuberculose. Behalve in de
longen
kan de ziekte ook in vele andere organen tot uiting komen.
Mensen die ooit in aanraking zijn geweest met tuberkelbacillen, hebben een positieve Mantoux-reactie. De Mantoux-reactie is een huidtest waarbij een kleine hoeveelheid extract uit tuberkelbacillen (tuberculine) in de huid wordt geïnjecteerd. Als er antistoffen aanwezig zijn (dus na contact met tuberkelbacillen), zal er een lichte ontstekingsreactie (roodheid en zwelling) op de plaats van injectie te zien zijn.
Vroeger was tuberculose in Nederland een ziekte met een hoog sterftecijfer. De behandeling bestond toen vooral uit bedrust, bij voorkeur in sanatoria hoog in de bergen (wegens de zuivere lucht). Wereldwijd is tuberculose nog steeds één van de belangrijkste infectieziekten, met meer dan twee miljoen doden per jaar.
|
Tuberculose door de eeuwen heen |
| Tuberculose heeft veel, uit de historie bekende slachtoffers gemaakt. Tijdens
een uitvoering
van zijn toneelstuk De ingebeelde zieke, waarin hijzelf de hoofdrol speelde,
kreeg de
toneelschrijver en -speler Molière (1622-1673) een fatale bloedspuwing uit de
longen. De
componisten Frédéric Chopin (1810-1849) en Carl Maria von Weber (1786-1826)
stierven
aan tuberculose. Dat zou ook het lot zijn geweest van Franciscus van Assisi
(1181-1226),
keizer Jozef II (1741-1790), kardinaal Richelieu (1585-1642), Calvijn
(1509-1564) en Schiller
(1759-1805). De ziekte kwam vroeger zeer vaak voor. Armoede, kou en vocht, maar ook slechte hygiënische omstandigheden maakten de mensen vatbaar voor infecties. Omdat die omstandigheden van generatie op generatie nauwelijks veranderden, dacht men dat de ziekte erfelijk was, want tuberculose kwam vaak in dezelfde families voor. Artsen probeerden soelaas te bieden, maar stonden met de rug tegen de muur. Ze leken voor een onmogelijk opgave te staan. Lang voordat ze aan een speciale verzorging dachten, gaf Florence Nightingale (1820-1910) het advies tuberculosepatiënten in het ziekenhuis in een aparte, hygiënische en luchtige omgeving te behandelen. Haar advies werd in 1854 opgevolgd; men opende zo’n kliniek, waar aan de behandeling ook dieetmaatregelen en lichaamsbeweging werden toegevoegd. De kliniek was een voorloper van de latere sanatoria, met hun rustkuren, lucht- en zonnebaden, zoals in Davos, Zwitserland. Die hooggelegen oorden bleken de voorkeur te hebben. Bron: Margreet Algera, Mens en medicijn, Amsterdam: Meulenhoff, 2000. |
Tuberculosemiddelen
Sinds 1950 zijn er middelen beschikbaar die de tuberkelbacil kunnen remmen of
doden, de zogenoemde tuberculosemiddelen (ze worden ook wel tuberculostatica
genoemd). De belangrijkste zijn:
isoniazide
(INH), rifabutine (Mycobutin®), rifampicine (Rifadin®),
pyrazinamide, streptomycine en ethambutol (Myambutol®).
Ook is er een vast combinatiepreparaat op de markt: isoniazide/rifampicine
(Rifinah®).
Omdat tuberculose een chronische ziekte is, die wordt veroorzaakt door een erg hardnekkige verwekker die moeilijk bereikbaar is voor antibiotica, is de behandeling veel moeilijker dan bij andere infecties. Ook de ontwikkeling van resistentie tegen de genoemde medicijnen is een groot probleem (zie ook 'Antibiotica in de problemen' in de sectie 'Infectieziekten'). Daarom worden vrijwel altijd combinaties van twee of drie, soms zelfs van vier verschillende tuberculosemiddelen gegeven gedurende zes tot negen maanden. De besmettelijkheid is na enige weken al voorbij, maar van totale genezing is pas sprake na vele maanden behandeling. Het spreekt voor zich dat een dusdanig lange behandeling met genoemde tuberculosemiddelen de kans op het optreden van vervelende bijwerkingen fors verhoogt.
Men kan zich tegen besmetting beschermen door vaccinatie met verzwakte levende tuberkelbacillen (BCG-vaccin), maar dat biedt geen honderd procent bescherming. Het is gebruikelijk alleen mensen te vaccineren die gedurende langere tijd in een land verblijven waar tuberculose vaak voorkomt. Isoniazide is zeer effectief wanneer het preventief gegeven wordt aan mensen die contact hebben gehad met tuberculosepatiënten en bij wie een omslag van de Mantoux-reactie (van negatief naar positief) is geconstateerd, maar die geen symptomen hebben van actieve tuberculose. Het middel moet dan in tabletvorm gedurende zes maanden elke dag worden ingenomen. Door het gebruik van isoniazide kan een vitamine-B6-tekort ontstaan. De klachten die daarvan het gevolg zijn (sufheid, concentratiestoornissen, veranderd gevoel in de ledematen, psychische verschijnselen) kunnen worden tegengegaan door dagelijks pyridoxine (vitamine B6) te slikken.
Externe links:
http://www.cbo.nl (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.rivm.nl (Centrum Infectiebestrijding van het RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)