Terug

MEDICIJNEN  op  MAAT

 HomeAlgemeenZiektenMedicijnen

LUCHTWEGEN  &  ADEMHALING

LUCHTWEGINFECTIES

INHOUD

 verkoudheid
   ▪ decongestiva en pijnstillers
   ▪ hoestremmers
 
voorhoofdsholteontsteking
   decongestiva en pijnstillers
   antibiotica
   nasale corticosteroïden
 
keelontsteking

   pijnstillers
   antibiotica
 
griep
   ▪ de grote griepepidemieën
   ▪ griepvaccinatie
   ▪ neuraminidaseremmers
   zogenaamde 'griepmiddelen'
   ▪ Mexicaanse griep
 
kinkhoest
   vaccinatie en antibiotica
   ▪ hoestremmers
 
acute bronchitis
   antibiotica
   ▪ hoestremmers
 
longontsteking
   ▪ pneumokokkenpneumonie
     antibiotica
   ▪ mycoplasma-pneumonie
     antibiotica
     ▫ hoestremmers
   ▪ veteranenziekte
     antibiotica
   nabehandeling longontsteking
 
longtuberculose
   ▪ tuberculose door de
     eeuwen heen

   ▪
tuberculosemiddelen

Het is gebruikelijk luchtweginfecties in te delen in bovenste en onderste luchtweginfecties. Bij de bovenste luchtweginfecties zijn de neus en de neusbijholten, keel, amandelen of strottenhoofd geïnfecteerd. Bij infecties van de luchtpijptakken (bronchiën) en de longen spreekt men van onderste luchtweginfecties. Toch zijn ze niet strikt van elkaar gescheiden. Een bovenste luchtweginfectie als verkoudheid of griep kan zich naar beneden uitbreiden en dan bronchitis veroorzaken.

De meeste luchtweginfecties worden door virussen veroorzaakt en kunnen dan ook niet met antibiotica worden behandeld. Ze gaan meestal vanzelf over. Antibiotica worden alleen gebruikt als er voldoende aanwijzingen zijn dat bacteriën ‘meedoen’ (zie ook 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Soms ontstaat een bacteriële infectie als gevolg van een voorafgaande virusinfectie. Dat komt nogal eens voor bij patiënten met astma of COPD. Ook bij patiënten met cystische fibrose (taaislijmziekte, een erfelijke aandoening waarbij klieren van de spijsvertering en van de longen abnormale producten afscheiden, met grote gevolgen voor het functioneren van deze organen) komen dikwijls longinfecties voor.

Externe links:
http://www.rivm.nl (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)

Verkoudheid
Zoals iedereen uit eigen ervaring weet, komt verkoudheid erg vaak voor, vooral in de wintermaanden. Men heeft dan vooral neusklachten (verstopping, waterige afscheiding: rinitis), soms niesbuien, vaak voorafgegaan door keelklachten (schraalheid, keelpijn, kriebel). Ook kriebelhoest (niet-productief) en lichte koorts kunnen voorkomen. Men voelt zich niet lekker en heeft vaak hoofdpijn. De oorzaak is in verreweg de meeste gevallen een virus. Het gaat dan om een ‘rinovirus’, waarvan inmiddels ruim dertig verschillende soorten zijn gevonden. Dat verklaart ook dat verkoudheid bij veel mensen zo vaak terugkomt.

Gebruik van antibiotica heeft geen enkele zin. Het is zelfs erg onverstandig antibiotica te slikken, omdat dan ‘nuttige’ bacteriën, bijvoorbeeld in de mondholte of in het maag-darmkanaal, worden onderdrukt. Daardoor kunnen andere, schadelijke microorganismen zoals schimmels de overhand krijgen. Men spreekt dan van superinfectie. Door het onnodig gebruik van antibiotica bestaat ook de mogelijkheid dat er resistentie tegen antibiotica ontstaat. Dat is zeer ongewenst, omdat – als er echt een gevaarlijke bacteriële infectie moet worden bestreden – antibiotica veel minder effectief blijken te zijn (zie ook 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').

Decongestiva en pijnstillers
De neusverstopping kan worden verminderd met behulp van neusdruppels of neussprays die de gezwollen neusslijmvliezen laten slinken: oxymetazoline (Nasivin®, Vicks Sinex®) of xylometazoline (Otrivin neusverkoudheid®, Xylometazoline FNA). Deze stoffen worden decongestiva genoemd. Ze mogen in principe niet langer dan vijf dagen worden gebruikt, omdat ze op den duur een schadelijke werking op het neusslijmvlies hebben. Sommige mensen hebben baat bij ‘stomen’, ofwel via de neus inademen boven een pan met heet water, dat al of niet verrijkt is met een vluchtige stof als levomenthol (Levomenthol FNA) dat de bovenste luchtwegen verwijdt.
De hoofdpijn, de keelpijn en eventuele koorts kunnen worden bestreden door een pijnstiller in te nemen (zie ook 'Pijnbestrijding' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Paracetamol (Daro Paracetamol Vloeibaar®, Kinderparacetamol®, Panadol®, Panadol Artrose®, Sinaspril Paracetamol®) heeft dan uiteraard de voorkeur, omdat deze pijnstiller nauwelijks bijwerkingen kan veroorzaken mits men zich strikt aan het doseringsvoorschrift houdt.

Hoestremmers
Deze middelen mogen alleen bij kriebelhoest (niet-productieve hoest) worden gebruikt. Zouden ze ook bij productieve hoest worden ingenomen, dan onderdrukken ze het verdedigingsmechanisme van de luchtwegen om slijm en andere ongerechtigheden te verwijderen, en dat is ongewenst. Bij nachtelijke kriebelhoest gaat de voorkeur uit naar codeïne. Door de versuffende werking kan men dan ook goed slapen. Voor overdag heeft noscapine de voorkeur omdat er geen versuffende werking optreedt (zie ook het onderdeel 'Hoest' elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'); maar noscapine is ook minder effectief dan codeïne.

overzicht  verkoudheidsmiddelen

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Decongestiva
oxymetazoline


xylometazoline
 

Nasivin®
Vicks Sinex®

Otrivin neusverkoudh.®
Xylometazoline FNA

 neusdruppels: 0,1 en ½ mg/ml
 neusspray: ¼ en ½ mg/ml
 
 neusdruppels: ¼, ½ en 1 mg/ml
 neusspray: ¼, ½ en 1 mg/ml
Stoomdruppels
levomenthol

Levomenthol FNA

 stoomdruppels: 50 mg/ml
Pijnstillers

paracetamol



 

Daro Paracetamol Vlb.®
Kinderparacetamol®
 Panadol®
Panadol Artrose®
Sinaspril Paracetamol®

 stroop: 24 mg/ml
 kauwtablet: 120 mg
 smelttablet: 125, 250 en 500 mg
 tablet: 100, 500 en 1000 mg
 zetpil: 60-1000 mg
Hoestremmers

codeïne


noscapine

diverse merknamen
(zie hoest)

 

 stroop: 0,39 mg/ml
 tablet: 10, 15 en 20 mg
 
 stroop: 1 mg/ml; tablet: 15 mg


Externe links
:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

voorhoofdsholteontsteking (Sinusitis)
Sinusitis is de medische verzamelnaam voor ontstekingen van de neusbijholten (sinus paranasales). Afhankelijk van de bijholte die is ontstoken (er zijn vier neusbijholten), spreekt men onder andere van voorhoofdsholteontsteking of bovenkaaksholteontsteking. De neusbijholten staan met nauwe openingen in verbinding met de neus. Ze raken gemakkelijk verstopt door taai slijm en gezwollen slijmvlies. In principe heeft men last van dezelfde klachten als bij verkoudheid, maar ze zijn ernstiger. Ook heeft men hoofdpijn, pijn in het gezicht (tussen en achter de ogen), en soms van tand- en kiespijn. Koorts gaat vaak samen met sinusitis. Men noemt sinusitis acuut als de ontsteking korter duurt dan vier weken, en chronisch bij langdurige (maanden) klachten. Meestal wordt sinusitis voorafgegaan door een virale infectie van de bovenste luchtwegen (verkoudheid, griep). Daarbij kunnen bepaalde bacteriesoorten een rol gaan spelen. Ook worden wel andere (mede)oorzaken genoemd: allergie, werkomstandigheden, ‘stress’, zwemmen en duiken, vliegen, tocht, luchtverontreiniging, gebitsontstekingen en … neusdruppels of neussprays die men gebruikt om het slijmvlies te laten slinken, maar die veel te lang gebruikt worden.

Decongestiva en pijnstillers
Tweederde van de patiënten geneest spontaan binnen tien dagen, dus zonder medicijnen, en bijna iedereen geneest binnen vier weken. Neusdruppels met een (fysiologische) zoutoplossing en ‘stomen’ kunnen de klachten verlichten, evenals het kortdurend (!) gebruik van neusdruppels of neussprays die het slijmvlies laten slinken, de zogenoemde decongestiva, zoals oxymetazoline (Nasivin®, Vicks Sinex®) en xylometazoline (Otrivin Neusverkoudheid®, Xylometazoline FNA) (zie ook 'verkoudheid'). Pijnstillers komen ook in aanmerking, uiteraard alleen als men veel pijn en koorts heeft. Paracetamol (Daro Paracetamol Vloeibaar®, Kinderparacetamol®, Panadol®, Panadol Artrose®, Sinaspril Paracetamol®) heeft dan uiteraard de voorkeur, omdat deze pijnstiller nauwelijks bijwerkingen kan veroorzaken mits men zich strikt aan het doseringsvoorschrift houdt (zie ook 'Pijnbestrijding' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding').

Antibiotica
Antibiotica worden pas gegeven bij ernstige klachten die gepaard gaan met koorts en die na vijf dagen nog steeds niet afnemen. De penicillinepreparaten amoxicilline of amoxicilline/clavulaanzuur (Augmentin®, Forcid®) zijn dan middelen van eerste keuze. Het tetracyclinepreparaat doxycycline (Doxy Disp®) is tegenwoordig tweedekeuze middel en vormt een alternatief indien er sprake is voor penicilline-allergie bij de patënt. Voor de bijwerkingen van deze antibiotica, zie penicillinen en tetracyclinen in het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Doxycycline mag niet aan kinderen onder de 12 jaar worden voorgeschreven in verband met vergeling en verzwakking van het gebit. Ook mag dit middel beslist niet aan zwangere vrouwen worden voorgeschreven, omdat het een schadelijke werking heeft op de skeletgroei van de ongeboren vrucht.

Nasale corticosteroïden
Aan patiënten met langdurige of steeds terugkerende klachten, kan een neusspray met een corticosteroïd worden voorgeschreven. Deze zogenaamde nasale corticosteroïden zijn in staat de zwellingen in de bijholten weg te nemen waardoor de verstoppingen en meestal ook de klachten verminderen. Voor meer informatie over corticosteroïden, ga naar het onderdeel 'Bijnierschorshormonen' in de sectie 'Hormonen & Stofwisseling'. In Nederland verkrijgbare nasale corticosteroïden zijn: beclometason, budesonide (Rhinocort®), fluticason (Avamys®, Flixonase®), mometason (Nasonex®) en triamcinolon (Nasacort®). Omdat deze stoffen alleen in contact komen met het neusslijmvlies, beperken de bijwerkingen zich tot irritatie van het neusslijmvlies, eventueel niesaanvallen direct na toediening, soms neusbloedingen of reukverlies. Bij het starten van een behandeling met deze middelen moet men zich realiseren dat de werking pas na drie tot tien dagen intreedt.

Chronische sinusitis wordt behandeld door de keel-, neus- en oorarts. Hij zal met intensieve spoelingen of een (eenvoudige) operatieve ingreep de doorgankelijkheid van de verstopte bijholte vergroten, waarbij hij soms antibiotica zal voorschrijven.

overzicht  medicatie  bij  voorhoofdsholteontsteking

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Decongestiva
oxymetazoline


xylometazoline
 

Nasivin®
Vicks Sinex®

Otrivin neusverkoudh.®
Xylometazoline FNA

 neusdruppels: 0,1 en ½ mg/ml
 neusspray: ¼ en ½ mg/ml
 
 neusdruppels: ¼, ½ en 1 mg/ml
 neusspray: ¼, ½ en 1 mg/ml
Pijnstillers

paracetamol



 

Daro Paracetamol Vlb.®
Kinderparacetamol®
 Panadol®
Panadol Artrose®
Sinaspril Paracetamol®

 stroop: 24 mg/ml
 kauwtablet: 120 mg
 smelttablet: 125, 250 en 500 mg
 tablet: 100, 500 en 1000 mg
 zetpil: 60-1000 mg
Antibiotica
amoxicilline



amoxicilline/
  /clavulaanzuur

doxycycline





Augmentin®
Forcid®

Doxy Disp®

 capsule: 250, 375 en 500 mg
 suspensie:
20-100 mg/ml
 tablet:
250-1000 mg


 suspensie: 25/6¼-100/12½ mg/ml
 tablet: 250/62½-875/125 mg
 
 tablet: 100 mg
Nasale  corticosteroïden
beclometason

budesonide


fluticason


mometason

triamcinolon



Rhinocort®


Avamys®
Flixonase®

Nasonex®

Nasacort®

 neusspray: 50 microg/dosis
 
 neusspray: 32-100 microg/dosis
 turbuhaler: 100 microg/dosis
 
 neusdruppels: 1 mg/ml
 neusspray: 27½ en 50 microg/dosis
 
 neusspray: 50 microg/dosis
 
 neusspray: 55 microg/dosis


Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.diliguide.nl (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Keelontsteking
Keelontsteking (keelangina, faryngitis, tonsillitis) is een infectie van de keel (farynx) en/of amandelen (tonsillen) en wordt ook wel keelangina genoemd. De klachten bestaan vrijwel altijd uit hevige keelpijn, slikproblemen en koorts. De halslymfeklieren zijn meestal groter dan normaal en pijnlijk bij druk. Soms hoest men ook of heeft men last van stemverlies of heesheid (laryngitis).

Ongeveer 70 procent van alle keelontstekingen wordt door virussen veroorzaakt. In de overige gevallen gaat het meestal om een zogenoemde streptokokkeninfectie. Streptokokken zijn een bepaald soort bacteriën die ook andere infecties in het lichaam kunnen veroorzaken, zoals wondroos of longontsteking. Met een streptokokkentest kan de arts vaststellen of er dan of niet sprake is van een streptokokkeninfectie.

De kinderziekte roodvonk (scarlatina) wordt beschouwd als een complicatie van een door streptokokken veroorzaakte keelontsteking. Hierbij veroorzaken de bacteriehaarden in de amandelen behalve plaatselijke ontstekingsverschijnselen het verschijnen van ‘erytrogeen toxine’ in de bloedbaan, dat verantwoordelijk is voor de kenmerkende huiduitslag van roodvonk (exantheem). Omdat niet alle streptokokkenstammen dit toxine vormen en op grote schaal immuniteit tegen het toxine optreedt, is de frequentie van keelontsteking mét roodvonkhuiduitslag veel lager dan van keelontsteking zonder roodvonkhuiduitslag. Andere (immunologische) complicaties van bacteriële keelontsteking kunnen doorgaans later optreden: circa één tot drie weken na de infectie. Het betreft hier acuut reuma (zie ook het onderdeel 'Reumatische Aandoeningen' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding') met of zonder hartcomplicaties (endocarditis) en/of acute glomerulonefritis (zie 'Nieraandoeningen' in de sectie 'Nieren & Urinewegen') die aanleiding kan zijn voor ernstige, blijvende nierschade.
Keelontsteking kan ook voorkomen bij andere ziekten, zoals mazelen of kinkhoest.

Pijnstillers
De (hevige) keelpijn en koorts kunnen worden bestreden door een pijnstiller in te nemen (zie ook 'Pijnbestrijding' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Paracetamol (Daro Paracetamol Vloeibaar®, Kinderparacetamol®, Panadol®, Panadol Artrose®, Paracetamol Smelttabletten 'Roter'®, Sinaspril Paracetamol®) heeft dan uiteraard de voorkeur, omdat deze pijnstiller nauwelijks bijwerkingen kan veroorzaken mits men zich strikt aan het doseringsvoorschrift houdt.

Antibiotica
Zowel virale als streptokokkeninfecties van de keel genezen vanzelf, meestal binnen een week. Alleen bij zeer veel klachten en bij bepaalde risico’s zal een antibioticum worden voorgeschreven, maar dan moet in ieder geval de streptokokkentest positief zijn. Het middel van eerste keuze is feneticilline (Broxil®) of fenoxymethylpenicilline. Dit zijn zogenaamde smalspectrumpenicillinen. Bij overgevoeligheid voor deze penicillinen wordt erytromycine (Erythrocine®, Erythrocine-ES®), claritromycine (Klacid®) of azitromycine (Zithromax®) gegeven, zogenaamde macroliden. Dit laatste middel heeft de voorkeur omdat het minder bijwerkingen (doorgaans in de vorm van maag-darmstoornissen) heeft en maar één keer per dag hoeft worden ingenomen gedurende drie dagen. Alleen tijdens de zwangerschap heeft erytromycine de voorkeur boven azitromycine. Voor de bijwerkingen van deze antibiotica zie penicillinen en macroliden in  het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').

Antibiotica in de vorm van zuigtabletten – dus lokaal – zijn niet effectief. Alleen bij schimmelinfecties in de mond- of keelholte worden schimmeldodende middelen (antimycotica) als zuigtablet, suspensie of ‘orale gel’ gegeven.

overzicht  medicatie  bij  keelpijn

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Pijnstillers

paracetamol



 

Daro Paracetamol Vlb.®
Kinderparacetamol®
 Panadol®
Panadol Artrose®
Sinaspril Paracetamol®

 stroop: 24 mg/ml
 kauwtablet: 120 mg
 smelttablet: 125, 250 en 500 mg
 tablet: 100, 500 en 1000 mg
 zetpil: 60-1000 mg

antibiotica

Penicillinen
feneticilline



fenoxymethyl-
       penicilline

Macroliden
azitromycine


claritromycine


erytromycine
 


Broxil®






Zithromax®


Klacid®


Erythrocine®
Erythrocine-ES®


 capsule: 250 en 500 mg
 suspensie: 25 mg/ml
 
 capsule: 250 mg


 
suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
 
 suspensie: 25 en 50 mg/ml
 tablet (mga*): 250 en 500 mg
 
 suspensie: 25 en 50 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
mga* = met gereguleerde afgifte


Externe links:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Griep
Het woord griep (influenza) wordt nogal eens ten onrechte gebruikt wanneer men zich een beetje gammel voelt en snottert; een lichte diarree wordt al gauw buikgriep genoemd. Echte griep is een infectie van de bovenste luchtwegen, veroorzaakt door het influenzavirus. De ziekte begint zeer plotseling met (hoge) koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spierpijnen en slijmvlieszwellingen van neus en keel. De patiënt voelt zich meestal erg beroerd, soms zelfs totaal uitgeput. Als hij ook hoest, gaat het meestal om een niet-productieve hoest. Na drie tot vijf dagen verbetert de patiënt spontaan, maar het kan nog twee tot drie weken duren voordat hij volledig hersteld is. In principe is griep tamelijk onschuldig, ondanks de hevige ziekteverschijnselen. In bepaalde gevallen kunnen echter ernstige complicaties ontstaan in de vorm van bacteriële longontsteking, vooral bij verzwakte ouderen. Omdat een virus de boosdoener is, zijn antibiotica niet werkzaam, behalve bij (bacteriële) complicaties.

De grote griepepidemieën

Al sinds de klassieke oudheid is duidelijk dat grote groepen mensen bij tijd en wijle worden bedreigd door een zeer besmettelijke aandoening van de luchtwegen, tegenwoordig bekend onder de naam griep of influenza. Het plotseling ontstaan van de ziektesymptomen, die enige weken kunnen duren, maar ook het weer plotseling verdwijnen, zijn dermate karakteristiek dat een aantal belangrijke epidemieën uit het verre verleden niet onopgemerkt is gebleven. De eerste uit een hele reeks werd al in het jaar 412 vóór Christus beschreven door Hippocrates. Hij had het over een griepepidemie in Griekenland, die waarschijnlijk op weg was naar West-Europa. Talrijke epidemieën hebben zich voorgedaan in de Middeleeuwen. Dat deze epidemieën veel dodelijke slachtoffers veroorzaakten staat vast, maar over concrete aantallen tast men in het duister. Ze werden overschaduwd door de verschrikkelijke pestepidemieën die Europa eeuwenlang hebben geteisterd en sommige populaties zelfs hebben gedecimeerd.

Spaanse griep

Vanaf 1889 hebben zich zes grote epidemieën voorgedaan, waarvan sommige met recht als pandemie (wereldwijde epidemie) worden bestempeld. Verreweg de beruchtste is de Spaanse griep uit de jaren 1918-1919. Deze pandemie eiste naar schatting ruim 25 miljoen doden, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog enkele malen overtrof. Van Freetown, Sierra Leone of Brest – de Franse oorlogshaven voor het Amerikaanse expeditieleger – tot Boston, Massachusetts kwamen veel mensen in de greep van de griep. Het aantal doden liep in korte tijd zo snel op dat in een aantal grote Europese steden zoals in Wenen zelfs trams werden omgebouwd tot openbare lijkwagens. Historici zijn het erover eens dat de Spaanse griep de loop van de geschiedenis ingrijpend heeft beïnvloed. Dat werd onderstreept door generaal Von Ludendorff, stafchef van het toenmalige Duitse leger, die het mislukken van het Marne-offensief niet zozeer weet aan de aanwezigheid van de Amerikaanse troepen, maar aan de sterk verminderde gevechtskracht van zijn leger als gevolg van de griep. Maar ook de Amerikaanse troepen in Europa hadden zwaar geleden onder deze griepgolf. Maar liefst 80 procent van de Amerikaanse doden tijdens de Eerste Wereldoorlog was het gevolg van deze zeer besmettelijke ziekte.

Latere griepgolven

Ook de Aziatische griep in 1957 bracht veel onrust, al was het aantal dodelijke slachtoffers in vergelijking met de Spaanse griep relatief klein. Deze griepgolf, die haar oorsprong had in de Chinese provincie Guizlou, werd waarschijnlijk veroorzaakt door een virus dat identiek of zeer nauw verwant was aan het influenza-A-virus dat in 1889-1890 ook al een pandemie had veroorzaakt. Midden 1968 begon in Oost-Azië een epidemie die al spoedig bekend werd onder de naam Hongkong-griep, door sommigen ook wel Mao-griep genoemd. Deze griepgolf maakte vooral in Noord-Amerika veel slachtoffers en kwam in de winter van 1968-1969 ook naar West-Europa. Het aantal influenzapatiënten was in die winter in Nederland echter niet groter dan de winter ervoor.

 
Griepvaccinatie

Door tijdige griepvaccinatie echter kan griep worden voorkomen en kunnen complicaties van de longen sterk worden verminderd. Doordat het influenzavirus jaarlijks verandert en de afweerstoffen langzaam uit het lichaam verdwijnen, moet men voor optimale bescherming elk jaar een nieuwe prik halen. Dit gebeurt met het zogenaamde influenzavaccin (Batrevac®, Inflexal V®, Influvac®, Intanza®, Vaxigrip®). De jaarlijkse griepvaccinatie wordt dringend aanbevolen voor patiënten met astma of COPD, suikerziekte of een verminderde weerstand (na een transplantatie, kankerbehandeling of radiotherapie), alsmede voor hart- en nierpatiënten. Ook aan mensen vanaf 60 jaar en ouder wordt een griepvaccinatie geadviseerd (en vergoed). Gezonde mensen die niets mankeren, hebben de griepprik niet echt nodig. Voor meer informatie over vaccinaties wordt verwezen naar het onderdeel 'Immuniteit & Vaccinatie' in de sectie 'Infectieziekten'.
Amantadine
(Symmetrel®) wordt ook als preventief middel gegeven, maar alleen aan personen die de jaarlijkse griepprik zijn vergeten en die een verhoogd risico hebben op de complicaties van griep.

Neuraminidaseremmers
Sinds 1999 was de eerste vertegenwoordiger van een nieuw type geneesmiddel tegen griep beschikbaar. Het heet zanamivir (Relenza®) en behoort tot de zogenoemde neuraminidaseremmers. Deze groep stoffen remt het enzym neuraminidase uit het influenzavirus, waardoor er minder nieuw gevormde virusdeeltjes uit de geïnfecteerde gastheercellen van de luchtwegen worden afgegeven, met als resultaat dat besmetting van naburige cellen wordt afgeremd. Zanamivir verlicht en verkort (gemiddeld met 1,5 dag) de griepklachten (koorts, hoesten, beroerd voelen), mits men binnen 48 uur na het begin van de klachten met het middel start. Het wordt per inhalatie toegediend; een kuur bestaat uit twee inhalaties per dag gedurende vijf dagen. Eind 2002 kwam ook oseltamivir (Tamiflu®) op de markt. In principe is oseltamivir vergelijkbaar met zanamivir, maar het wordt via de mond (tabletten)  toegediend in plaats van per inhalatie. Het is nog niet duidelijk of zanamivir of oseltamivir de complicaties bij griep verminderen bij patiënten met een verhoogd risico (ouderen, astma- of COPD-patiënten, patiënten met suikerziekte, hartpatiënten). Bij deze groepen blijft de griepvaccinatie dus de belangrijkste vorm van grieppreventie.

Zogenaamde 'griepmiddelen'
Hoewel griep niet met medicijnen te genezen is, zijn er in Nederland tientallen zogenaamde griepmiddelen op de markt. Ze bevatten meestal altijd pijnstillers als paracetamol, acetylsalicylzuur of carbasaatcalcium (zie ook 'Pijnbestrijding' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Deze middelen werken ook koortsverlagend. Als de pijn afneemt en de koorts daalt, voelt men zich over het algemeen al een stuk beter. Toch wordt de griep zelf niet beïnvloed. Veel artsen zijn zelfs van mening dat je de koorts beter niet kunt bestrijden, omdat koorts een belangrijk afweermechanisme is in de strijd tegen een (virale) infectie. Andere toevoegingen aan griepmiddelen zijn vitamine C, coffeïne en fenylefrine. Ze zijn volstrekt zinloos bij de behandeling van griep. Tegen de (niet-productieve) hoest kan codeïne of noscapine worden gebruikt (zie ook het onderdeel 'Hoest' elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling').

overzicht  medicatie  bij  griep

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Griepvaccinatie
influenzavaccin

 

Batrevac®, Inflexal V®
Influvac®
, Intanza®
Vaxigrip®

 suspensie voor injectie:
                  9-15 μg/stam
 

amantadine

Symmetrel®

 capsule: 100 mg
Neuraminidaseremmers
oseltamivir


zanamivir

Tamiflu®


Relenza®

 capsule: 30, 45 en 75 mg
 
suspensie: 6 mg/ml
 
 inhalatiepoeder: 5 mg/dosis

Pijnstillers/koortsverlagers

paracetamol





acetylsalicylzuur


carbasalaatcalcium

Daro Paracetamol Vlb.®
Kinderparacetamol®
 Panadol®
Panadol Artrose®
Sinaspril Paracetamol®

Alka-Seltzer®
Aspirine®, Aspro®

Ascal®

 stroop: 24 mg/ml
 kauwtablet: 120 mg
 smelttablet: 125-500 mg
 tablet: 100, 500 en 1000 mg
 zetpil: 60-1000 mg
 
 
bruistablet: 324-500 mg
 
(kauw)tablet: 100-500 mg

 
poeder: 300 en 600 mg
Hoestremmers
codeïne


noscapine

diverse merknamen
(zie hoest)

 

 stroop: 0,39 mg/ml
 tablet: 10, 15 en 20 mg
 
 stroop: 1 mg/ml; tablet: 15 mg


Mexicaanse griep
De Mexicaanse griep, de officiële naam luidt Nieuwe Influenza A (H1N1), is afkomstig van een nieuwe stam van het H1N1-varkensgriepvirus, die zijn oorsprong heeft in Mexico in maart 2009. In sommige landen wordt ook de naam varkensgriep gehanteerd. Het virus manifesteerde zich voor het eerst in Mexico en breidde zich in april dat jaar uit naar de Verenigde Staten en al snel ook naar andere landen. Op 11 juni verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat het uitbreken van de Mexicaanse griep een pandemie is, een wereldwijde epidemie dus. Eind augustus 2009 waren wereldwijd ruim 200.000 besmettingen en ten minste 2.200 doden als gevolg van het griepvirus vastgesteld. Bij de genoemde sterfgevallen was meestal sprake van een combinatie met één of meerdere andere aandoeningen waardoor de patiënten al een sterk verminderde gezondheid hadden. Overlijden aan alleen Mexicaanse griep was zeldzaam.

In veel gevallen verliep de infectie vrij mild en veel patiënten meldden zich daarom niet. Precieze cijfers over de sterftekans aan deze griep zijn dan ook niet bekend, maar de wereldwijde sterfte wordt geschat op 0,71% van alle mensen die met het mexicaansegriepvirus besmet waren. In Nederland was dit 0,11%. Bij de 'gewone' Nederlandse seizoensgriep ligt dit percentage tussen de 0,03 en de 0,25%. De Wereldgezondheidsorganisatie was bezorgd, omdat bij eerdere pandemieën is gebleken dat de agressiviteit van griepvirussen kan veranderen. Hierdoor zou de sterftekans kunnen toenemen. Er waren overigens sterke aanwijzingen dat in tegenstelling tot de gewone seizoensgriep jonge kinderen voor de Mexicaanse griep gevoeliger waren dan ouderen.
Op 24 december 2009 meldde het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondsheidszorg (NIVEL) dat de epidemie van de Mexicaanse griep voorbij was. Het aantal mensen met griep daalde tot onder de 51 per 100.000 inwoners.

De meeste symptomen van de Mexicaanse griep waren gelijk aan die van normale seizoensgriep: koorts, loopneus, spierpijn, keelpijn en hoest. De symptomen diarree en braken waren bij Mexicaanse griep heviger dan bij gewone griep.

Evenals bij de seizoensgriep zijn antibiotica niet werkzaam, behalve bij (bacteriële) complicaties. Alleen door tijdige griepvaccinatie kan deze griep worden voorkomen en kunnen complicaties van de longen sterk worden verminderd. De vaccinatie was er dus om volwassenen en kinderen met een extra gezondheidsrisico te beschermen. De vaccinatie was daarom alleen beschikbaar voor:

De neuraminidaseremmers zanamivir (Relenza®) en oseltamivir (Tamiflu®) zijn evenals bij de seizoensgriep (zie hierboven) ook werkzaam bij de Mexicaanse griep. Dat wil zeggen dat deze middelen de griepklachten (koorts, hoesten, beroerd voelen) verlichten en verkorten (gemiddeld met 1,5 dag), mits men binnen 48 uur na het begin van de klachten met het middel start. Het is nog niet duidelijk of zanamivir of oseltamivir de complicaties bij griep verminderen bij patiënten met een verhoogd risico. Ook bij deze griepvariant blijft de griepvaccinatie dus de belangrijkste vorm van grieppreventie.

Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.rivm.nl (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)


Stroomdiagram bij de behandeling van longinfecties.

Kinkhoest
Kinkhoest (pertussis) is een zeer besmettelijke ziekte van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door een bacterie (Bordetella pertussis). Deze ziekte komt voornamelijk voor bij zeer jonge kinderen die (nog) niet gevaccineerd zijn, en bij ouderen bij wie de vaccinatie niet meer voldoende beschermt. Kinkhoest begint als een gewone verkoudheid met milde hoest die steeds heviger wordt. Na een dag of tien heeft de patiënt enorme hoestbuien die onderbroken worden door een diepe, gierende inademing. Na vier weken nemen de hoestbuien spontaan af in aantal en hevigheid, waarna genezing volgt. Hoewel de meeste kinderen met kinkhoest herstellen, sterft 1 à 2 procent van de kinderen jonger dan 1 jaar als gevolg van ernstige complicaties.

Vaccinatie en antibiotica
Bescherming tegen kinkhoest is zeer goed mogelijk door vaccinatie. Meestal gebeurt dat tegelijk met vaccinaties tegen andere ziekten (de zogeheten DKTP-vaccinatie bij zuigelingen, waarbij de K staat voor kinkhoest; zie ook 'Immuniteit & Vaccinatie' in de sectie 'Infectieziekten'). Mocht een kind toch kinkhoest krijgen (door welke oorzaak dan ook), dan wordt gedurende drie dagen azitromycine (Zithromax®) gegeven, een antibioticum van het macrolidetype. Bij vrouwen die zwanger zijn, wordt uitgeweken naar erytromycine (Erythrocine®, Erythrocine-ES®) eveneens een macrolidepreparaat (zie ook macroliden in  het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Wil het antibioticum effectief zijn, dan moet het in een vroeg stadium worden toegediend. Macroliden kunnen als bijwerking soms maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree) veroorzaken.

Hoestremmers
Deze middelen mogen alleen bij kriebelhoest (niet-productieve hoest) worden gebruikt. Zouden ze ook bij productieve hoest worden ingenomen, dan onderdrukken ze het verdedigingsmechanisme van de luchtwegen om slijm en andere ongerechtigheden te verwijderen, en dat is ongewenst. Bij nachtelijke kriebelhoest gaat de voorkeur uit naar codeïne. Door de versuffende werking kan men dan ook goed slapen. Voor overdag heeft noscapine de voorkeur omdat er geen versuffende werking optreedt (zie ook het onderdeel 'Hoest' elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'); maar noscapine is ook minder effectief dan codeïne.

overzicht  medicatie  bij  kinkhoest

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Vaccinatie
DKTP-vaccin

 

 suspensie voor injectie
Antibiotica:  Macroliden
azitromycine


erytromycine
 

Zithromax®


Erythrocine®
Erythrocine-ES®

 suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
 
 suspensie: 25 en 50 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
Hoestremmers

codeïne


noscapine

diverse merknamen
(zie hoest)

 

 stroop: 0,39 mg/ml
 tablet: 10, 15 en 20 mg
 
 stroop: 1 mg/ml; tablet: 15 mg


Externe links
:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.rivm.nl (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Acute Bronchitis
Bronchitis is een ontsteking van de slijmvliesbekleding van de luchtpijpen en de luchtpijpvertakkingen (bronchiën). Men maakt onderscheid tussen een plotseling optredende (acute) en een langdurende (chronische) bronchitis. Bij beide ziektebeelden overheersen het hoesten, de overmatige slijmproductie en de kortademigheid, met soms pijn in de borst. Chronische bronchitis wordt uitvoerig besproken bij 'COPD' elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'.
Acute bronchitis is vrijwel altijd het gevolg van een infectie met een micro-organisme. Meestal is de boosdoener een virus. Antibiotica zijn dan beslist niet zinvol. De ziekte geneest vanzelf, ook al kan het wel een paar weken duren voordat de klachten verdwenen zijn.

Antibiotica
Veel minder vaak is acute bronchitis het gevolg van een bacteriële infectie. Dat komt bij patiënten met astma of COPD vaker voor dan bij gezonde personen. Klachten als benauwdheid, een piepende ademhaling en een verhoogde slijmproductie, die bij astma of COPD toch al zeer hinderlijk kunnen zijn, nemen enorm toe. Haemophilus influenzae, Streptococcus pneumoniae
(pneumokok) of (minder frequent) Branhamella catarrhalis (ook wel Moraxella catarrhalis genoemd) zijn dan de micro-organismen die van belang zijn. Meestal is er dan ook sprake van koorts en is het opgehoeste slijm geelgroen van kleur. In dergelijke situaties wordt een antibioticum voorgeschreven, namelijk amoxicilline meestal in combinatie met clavulaanzuur (de combinatie heet dan Augmentin® of Forcid®). Ook worden gebruikt: doxycycline (Doxy Disp®) en cotrimoxazol (Bactrimel®) (voor de bijwerkingen van deze antibiotica zie penicillinen, tetracyclinen en co-trimoxazol in het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Bij kinderen wordt bij voorkeur de amoxicilline/clavulaanzuur-combinatie voorgeschreven.

Hoestremmers
Bij zowel acute als chronische bronchitis is hoest een veelvoorkomende klacht, zowel de productieve hoest als de niet-productieve prikkelhoest. Met hoestremmers als codeïne en noscapine, die de hoestprikkel in het hoestcentrum onderdrukken, moet men echter voorzichtig zijn. Zouden ze ook bij productieve hoest worden ingenomen, dan onderdrukken ze het verdedigingsmechanisme van de luchtwegen om slijm en andere ongerechtigheden te verwijderen, en dat is ongewenst. Hoestverzachters of slijmvervloeiers kunnen zonder bezwaar worden gebruikt. Of ze werkelijk effectief zijn, is echter helemaal de vraag (zie ook 'Hoest' elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'). Bij nachtelijke kriebelhoest gaat de voorkeur uit naar codeïne. Door de versuffende werking kan men dan ook goed slapen. Voor overdag heeft noscapine de voorkeur omdat er geen versuffende werking optreedt; maar noscapine is ook minder effectief dan codeïne.

overzicht  medicatie  bij  Acute  Bronchitis

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Antibiotica
amoxicilline/clavulaanzuur


cotrimoxazol


doxycycline

Augmentin®
Forcid®

Bactrimel®


Doxy Disp®

 suspensie: 25/6¼-100/12½ mg/ml
 tablet: 250/62½-875/125 mg
 
 susensie: 48 mg/ml
 tablet: 120, 480 en 960 mg
 
 tablet: 100 mg
Hoestremmers

codeïne


noscapine

diverse
 merknamen

(zie hoest)
 

 stroop: 0,39 mg/ml
 tablet: 10, 15 en 20 mg
 
 stroop: 1 mg/ml; tablet: 15 mg


Externe links
:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.longfonds.nl (Longfonds)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Longontsteking
Longontsteking (pneumonie) – een (ernstige) ontsteking van de longblaasjes (alveoli) en het omgevende weefsel – kan veel oorzaken hebben. Behalve door diverse soorten microorganismen kan longontsteking ook ontstaan door geïnhaleerde deeltjes (uit de mond, braaksel) of geïnhaleerde chemische stoffen. Men spreekt dan van aspiratiepneumonie.

Van de vele soorten micro-organismen die longontsteking kunnen veroorzaken, zijn de bacteriële verwekkers de ergste. Bacteriesoorten als Streptococcus pneumoniae, Staphylococcus aureus, Legionella pneumophila, Haemophilus influenzae of Klebsiella pneumoniae zijn verwekkers van een ernstige longontsteking, vooral bij volwassenen. Bij oudere kinderen en jonge volwassenen is Mycoplasma pneumoniae – een verwekker die het midden houdt tussen een bacterie en een virus – nogal eens de oorzaak van een wat milder verlopende longontsteking. Ook virussen en schimmels kunnen longontsteking veroorzaken, alsmede bepaalde parasieten, zoals Pneumocystis carinii die in longen van gezonde personen onschadelijk is, maar bij patiënten met een verminderde afweer, zoals aids-patiënten, longontsteking veroorzaakt.

Van oudsher wordt onderscheid gemaakt in ‘typische’ en ‘atypische’ pneumonieën op grond van hun gevoeligheid voor penicillinen. Een ‘typische’, penicillinegevoelige pneumonie kan worden veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae (ook wel pneumokok genoemd, de meest voorkomende verwekker van acute pneumonie in de eerste lijn), Haemophilus influenzae (vooral bij ouderen) of Staphylococcus aureus (vaak als bacteriële complicatie van griep). Bij een ‘atypische’, penicillineongevoelige pneumonie is Mycoplasma pneumoniae verreweg de meest gevonden verwekker.

Hoewel men de beschikking heeft over effectieve antibiotica, is de sterfte ten gevolge van longontsteking nog steeds hoog: in de westerse landen ongeveer even hoog als de sterfte aan alle andere infectieziekten tezamen. Besmetting vindt meestal plaats via inademing van het micro-organisme; soms echter kan besmetting via het bloed (sepsis) plaatsvinden.

Nabehandeling longontsteking
Het komt vaak voor dat een patiënt die succesvol is behandeld met een antibioticum vanwege een heftige longontsteking, nog weken tot zelfs maanden last van zijn longen houdt. Hoewel de infectie feitelijk genezen is, kunnen hoesten, kortademigheid en/of opgeven van slijm nog veel last en ongemak geven. Het valt dan te overwegen om gedurende enkele weken een inhalatiepreparaat te gebruiken in de vorm van een combinatie van het bètasympathicomimeticum formoterol en het inhalatiecorticosteroïd beclometason, budesonide of fluticason (geregistreerd onder de merknamen Foster® respectievelijk Symbicort® respectievelijk Flutiform®) of het bètasympathicomimeticum salmeterol en het inhalatiecorticosteroïd fluticason (geregistreerd onder de merknaam Seretide®). Voor details zie het onderdeel 'Astma en COPD' in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'. Deze combinaties, die vaak bij hardnekkige vormen van astma en COPD met succes worden ingezet, kunnen het herstel van de longen na een longontsteking veelal  bespoedigen.

Pneumokokken-longontsteking
Longontsteking veroorzaakt door pneumokokken (Streptococcus pneumoniae) komt het meest voor. Vaak wordt de ziekte voorafgegaan door een virusinfectie van de bovenste luchtwegen (verkoudheid, keelpijn, griep). De longontsteking begint plotseling, met koude rillingen, hoge koorts, pijn in de borst vooral tijdens het inademen, en ophoesten van roestkleurig slijm. Door de pijn en het gevoel van benauwdheid gaat de patiënt oppervlakkig en voorzichtig ademen. Zonder behandeling met antibiotica kan na enkele dagen blauwzucht (cyanose) ontstaan, doordat er onvoldoende zuurstof wordt opgenomen. De patiënt kan gaan ijlen of wordt verward en geeft door bloed roestkleurig, etterig slijm op. Vroeger waren deze infecties berucht omdat de patiënten er vaak aan overleden. Maar nog steeds vallen er dodelijke slachtoffers, vooral onder oudere patiënten.

Antibiotica
Tegenwoordig kan een pneumokokkenpneumonie goed worden behandeld met antibiotica. De huisarts geeft dan het breedspectrumpenicilline-preparaat amoxicilline oraal (dus via de mond) gedurende tien dagen; meestal geeft de dokter tegenwoordig de voorkeur aan een combinatie van amoxicilline met clavulaanzuur (de combinatie heet dan Augmentin® of Forcid®). Bij een zeer ernstig ziektebeeld wordt dit antibioticum of de genoemde combinatie de eerste dag per injectie gegeven en daarna, als er verbetering is opgetreden, via de mond. Ontstaat de infectie in het ziekenhuis, dan geeft men de eerste dagen meestal het smalspectrumpenicilline-preparaat benzylpenicilline (Penicilline G) in de vorm van een intraveneus infuus, omdat men in een ziekenhuis wat meer zekerheid over de verwekker heeft. De dagen daarna wordt de patiënt oraal behandeld met feneticilline (Broxil®) of fenoxymethylpenicilline. Alternatieve antibiotica bij de behandeling van een pneumokokkenpneumonie - bijvoorbeeld in geval van overgevoeligheid voor penicillinen - zijn het macrolide-preparaat azitromycine (Zithromax®) of het tetracycline-preparaat doxycycline (Doxy Disp®).  Bij vrouwen die zwanger zijn, wordt uitgeweken naar erytromycine (Erythrocine®, Erythrocine-ES®) eveneens een macrolide-preparaat.
Voor de bijwerkingen van deze antibiotica zie penicillinen, macroliden en tetracyclinen in  het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'

Er is ook een vaccin beschikbaar dat bescherming biedt tegen een pneumokokkenpneumonie: pneumokokkenvaccin (Pneumo 23®, Pneumovax 23®, Prevenar 13®, Synflorix®). Het wordt aanbevolen bij mensen die een verhoogd risico hebben zo’n gevaarlijke longontsteking te krijgen, zoals patiënten met een hart- of longaandoening, patiënten met suikerziekte of mensen ouder dan 65 jaar.

overzicht  medicatie  bij  Pneumokokken-longontsteking

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Vaccinatie

pneumokokkenvaccin


 

Pneumo 23®
Pneumovax 23®
Prevenar 13®
Synflorix®

 suspensie voor injectie


 

Antibiotica:  Penicillinen

amoxicilline/
       /clavulaanzuur

benzylpenicilline

feneticilline
 


fenoxymethylpenicilline

Augmentin®
Forcid®

Penicilline G

Broxil®


 

 suspensie: 25/6¼-100/12½ mg/ml
 tablet: 250/62½-875/125 mg
 
 injectievloeistof: 1 en 10 milj. IE
 
 capsule: 250 en 500 mg
 suspensie: 25 mg/ml
 
 capsule: 250 mg
Alternatieve  antibiotica
azitromycine


doxycycline

erytromycine
 

Zithromax®


Doxy Disp®

Erythrocine®
ErythrocineES®

 suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
 
 tablet: 100 mg
 
 
suspensie: 25 en 50 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg

nabehandeling

formoterol/beclometason


formoterol/budesonide


formoterol/fluticason


salmeterol/fluticason
 

Foster®


Symbicort®


Flutiform®


Seretide®
 

 dosisaerosol: 100/6 μg/dosis
 inhalatiepoeder:
100/6 μg/dosis
 
 inhalatiepoeder:
100/6, 200/6
                 en 400/12 μg/dosis
 
 dosisaerosol:
50/5, 125/5
            en 250/10 μg/dosis

 
 dosisaerosol:
25/50-25/250 μg
 inhalatiepoeder: 50/100-50/500 μg


Mycoplasma-longontsteking

Deze longontsteking is één van de zogenoemde atypische pneumonieën, omdat ze niet veroorzaakt wordt door een typische bacterie, maar door – in dit geval – Mycoplasma pneumoniae. Dit is een verwekker waarvan de herkomst lange tijd onbekend is gebleven. De ziekte komt voornamelijk voor bij mensen tussen 5 en 35 jaar en verloopt veel milder dan een pneumokokkenpneumonie. De ziekte begint geleidelijk, waarbij in de beginfase niet zozeer longklachten, maar meer algemene klachten als spierpijn, hoofdpijn, vermoeidheid en lichte koorts op de voorgrond staan. In het begin hoest de patiënt doorgaans niet, maar later is de hoest prominent aanwezig en is meestal niet-productief (dat wil zeggen dat geen slijm wordt opgehoest). Zonder behandeling kan de patiënt na drie tot zes weken spontaan genezen, maar na een schijnbaar herstel kan de ziekte opnieuw opvlammen.

Antibiotica
Bij de behandeling komen slechts enkele groepen antibiotica in aanmerking, zoals macroliden bijvoorbeeld erytromycine (Erythrocine®, Erythrocine-ES®) en azitromycine (Zithromax®) of tetracyclinen zoals doxycycline (Doxy Disp®), omdat Mycoplasma-soorten zeer bijzondere micro-organismen zijn. Mycoplasma pneumoniae is voor veel antibiotica – waaronder penicillinen – ongevoelig. Macroliden kunnen als bijwerking soms maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree) veroorzaken. Tetracyclinen hebben behalve maag-darmstoornissen nog wat meer bijwerkingen (zie ook macroliden en tetracyclinen in  het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Zo mag doxycycline beslist niet worden voorgeschreven bij zwangere vrouwen.

Hoestremmers
Deze middelen mogen in principe alleen bij kriebelhoest (niet-productieve hoest) worden gebruikt. Zouden ze ook bij productieve hoest worden ingenomen, dan onderdrukken ze het verdedigingsmechanisme van de luchtwegen om slijm en andere ongerechtigheden te verwijderen, en dat is ongewenst. Aangezien bij mycoplasma-pneumonie na enige tijd hinderlijke kriebelhoest vaak prominent aanwezig is, zijn middelen als codeïne en noscapine zinvol. Bij nachtelijke kriebelhoest gaat de voorkeur uit naar codeïne. Door de versuffende werking kan men dan ook goed slapen. Voor overdag heeft noscapine de voorkeur omdat er geen versuffende werking optreedt (zie ook het onderdeel 'Hoest' elders in deze sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'); maar noscapine is ook minder effectief dan codeïne.

overzicht  medicatie  bij  Mycoplasma-longontsteking

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte

antibiotica

Macroliden
azitromycine


erytromycine

Tetracyclinen
doxycycline


Zithromax®


Erythrocine®
ErythrocineES®

Doxy Disp®


 suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
 
 suspensie: 25 en 50 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg

 
tablet: 100 mg
Hoestremmers

codeïne


noscapine

diverse merknamen
(zie hoest)
 

 stroop: 0,39 mg/ml
 tablet: 10, 15 en 20 mg
 
 stroop: 1 mg/ml; tablet: 15 mg

nabehandeling

formoterol/beclometason


formoterol/budesonide


formoterol/fluticason


salmeterol/fluticason
 

Foster®


Symbicort®


Flutiform®


Seretide®
 

 dosisaerosol: 100/6 μg/dosis
 inhalatiepoeder:
100/6 μg/dosis
 
 inhalatiepoeder:
100/6, 200/6
                  en 400/12 μg/dosis
 
 dosisaerosol:
50/5, 125/5
             en 250/10 μg/dosis

 
 dosisaerosol:
25/50-25/250 μg
 inhalatiepoeder: 50/100-50/500 μg


Veteranenziekte

In het voorjaar van 1999 werd Nederland opgeschrikt door een uitbraak van veteranenziekte (legionairsziekte) bij bezoekers van de West-Friese Flora in Bovenkarspel. Deze gevaarlijke ziekte werd bij 230 mensen geconstateerd, met als triest resultaat 29 doden. De ziekte wordt ook wel Legionella-pneumonie genoemd, omdat zich naast andere verschijnselen (hoofd- en spierpijn, diarree, verwardheid) ook een levensgevaarlijke longontsteking kan ontwikkelen. De verwekker (Legionella pneumophila) is pas in 1976 ontdekt naar aanleiding van een uitbraak van longontsteking met dodelijke afloop in een hotel in het Amerikaanse Philadelphia, waar een bijeenkomst van Vietnam-veteranen (legionairs) werd gehouden. Het resultaat was 34 doden!

De bacterie verspreidt zich via de airconditioning en de warmwaterinstallaties in grote gebouwen, hotels en ziekenhuizen. Besmetting vindt plaats door inademing van met Legionella-bacteriën geïnfecteerd water(damp). Er zijn geen gevallen bekend waarbij mensen elkaar rechtstreeks hebben besmet. Ongeveer 10 tot 20 procent van de mensen met veteranenziekte overlijdt.

Antibiotica
Macroliden (onder andere erytromycine [Erythrocine®, Erythrocine-ES®] of azitromycine [Zithromax®]) en chinolonen (onder andere ciprofloxacine [Ciproxin®]) zijn de antibiotica van keuze (zie macroliden en chinolonen in het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). In ernstige gevallen moeten deze middelen intraveneus (dus rechtstreeks in een ader) worden toegediend. In minder ernstige gevallen kunnen ze via de mond (oraal) worden ingenomen. Zowel macroliden als chinolonen kunnen als bijwerking soms maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree) veroorzaken (zie voor meer details, zie macroliden en chinolonen in het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').

overzicht  medicatie  bij  Veteranenziekte

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte

antibiotica

Macroliden
azitromycine


erytromycine

Chinolonen
ciprofloxacine
 


Zithromax®


Erythrocine®
ErythrocineES®

Ciproxin®
 


 suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
 
 suspensie: 25 en 50 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg

 
suspensie: 50 en 100 mg/ml
 
tablet: 250, 500 en 750 mg

nabehandeling

formoterol/beclometason


formoterol/budesonide


formoterol/fluticason


salmeterol/fluticason
 

Foster®


Symbicort®


Flutiform®


Seretide®
 

 dosisaerosol: 100/6 μg/dosis
 inhalatiepoeder:
100/6 μg/dosis
 
 inhalatiepoeder:
100/6, 200/6
                  en 400/12 μg/dosis
 
 dosisaerosol: 50/5, 125/5
             en 250/10μg/dosis

 
 dosisaerosol:
25/50-25/250 μg
 inhalatiepoeder: 50/100-50/500 μg


 

Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.longfonds.nl (Longfonds)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.rivm.nl (pneumokokkenziekte; LCI, RIVM)
    http://www.rivm.nl (mycoplasma-pneumonie; LCI, RIVM)
    http://www.rivm.nl (veteranenziekte; LCI, RIVM)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Longtuberculose
Deze besmettelijke ziekte – ook wel tbc genoemd – wordt veroorzaakt door de tuberkelbacil (Mycobacterium tuberculosis). Besmetting vindt plaats door het inademen van lucht waarin zich microscopisch kleine slijmdeeltjes bevinden die zijn opgehoest door iemand met open tuberculose. Op de plaatsen in de longen waar de tuberkelbacillen zich vermeerderen, ontstaat na verloop van tijd een ontstekingsreactie die typisch is voor tuberculose: een knobbeltje (ontstekingshaard of tuberkel) met in het midden dood (necrotisch) weefsel. Als er veel knobbeltjes ontstaan, spreekt men van verkazing, omdat het weefsel een geelwitte kleur krijgt. De infectie kan vele maanden tot jaren sluimeren zonder dat er ziekteverschijnselen zijn. Pas als de infectie actief wordt, krijgt de patiënt klachten als moeheid, zich slecht voelen, lichte koorts, gebrek aan eetlust en kriebelhoest. In het longweefsel kunnen holten ontstaan. In dat stadium is de ziekte zeer besmettelijk en spreekt men van open tuberculose. Behalve in de longen kan de ziekte ook in vele andere organen tot uiting komen.

Mensen die ooit in aanraking zijn geweest met tuberkelbacillen, hebben een positieve Mantoux-reactie. De Mantoux-reactie is een huidtest waarbij een kleine hoeveelheid extract uit tuberkelbacillen (tuberculine) in de huid wordt geïnjecteerd. Als er antistoffen aanwezig zijn (dus na contact met tuberkelbacillen), zal er een lichte ontstekingsreactie (roodheid en zwelling) op de plaats van injectie te zien zijn.

Vroeger was tuberculose in Nederland een ziekte met een hoog sterftecijfer. De behandeling bestond toen vooral uit bedrust, bij voorkeur in sanatoria hoog in de bergen (wegens de zuivere lucht). Wereldwijd is tuberculose nog steeds één van de belangrijkste infectieziekten, met meer dan twee miljoen doden per jaar.

Tuberculose door de eeuwen heen

Tuberculose heeft veel, uit de historie bekende slachtoffers gemaakt. Tijdens een uitvoering van zijn toneelstuk De ingebeelde zieke, waarin hijzelf de hoofdrol speelde, kreeg de toneelschrijver en -speler Molière (1622-1673) een fatale bloedspuwing uit de longen. De componisten Frédéric Chopin (1810-1849) en Carl Maria von Weber (1786-1826) stierven aan tuberculose. Dat zou ook het lot zijn geweest van Franciscus van Assisi (1181-1226), keizer Jozef II (1741-1790), kardinaal Richelieu (1585-1642), Calvijn (1509-1564) en Schiller (1759-1805).
De ziekte kwam vroeger zeer vaak voor. Armoede, kou en vocht, maar ook slechte hygiënische omstandigheden maakten de mensen vatbaar voor infecties. Omdat die omstandigheden van generatie op generatie nauwelijks veranderden, dacht men dat de ziekte erfelijk was, want tuberculose kwam vaak in dezelfde families voor. Artsen probeerden soelaas te bieden, maar stonden met de rug tegen de muur. Ze leken voor een onmogelijk opgave te staan. Lang voordat ze aan een speciale verzorging dachten, gaf Florence Nightingale (1820-1910) het advies tuberculosepatiënten in het ziekenhuis in een aparte, hygiënische en luchtige omgeving te behandelen. Haar advies werd in 1854 opgevolgd; men opende zo’n kliniek, waar aan de behandeling ook dieetmaatregelen en lichaamsbeweging werden toegevoegd. De kliniek was een voorloper van de latere sanatoria, met hun rustkuren, lucht- en zonnebaden, zoals in Davos, Zwitserland. Die hooggelegen oorden bleken de voorkeur te hebben. Bron: Margreet Algera, Mens en medicijn, Amsterdam: Meulenhoff, 2000.

Tuberculosemiddelen
Sinds 1950 zijn er middelen beschikbaar die de tuberkelbacil kunnen remmen of doden, de zogenoemde tuberculosemiddelen (ze worden ook wel tuberculostatica genoemd). De belangrijkste zijn: isoniazide (Isoniazide FNA), rifabutine (Mycobutin®), rifampicine (Rifadin®), pyrazinamide en ethambutol (Myambutol®). Ook is er een vast combinatiepreparaat op de markt: isoniazide/rifampicine (Rifinah®).

Omdat tuberculose een chronische ziekte is, die wordt veroorzaakt door een erg hardnekkige verwekker die moeilijk bereikbaar is voor antibiotica, is de behandeling veel moeilijker dan bij andere infecties. Ook de ontwikkeling van resistentie tegen de genoemde medicijnen is een groot probleem (zie ook 'Antibiotica in de problemen' in de sectie 'Infectieziekten'). Daarom worden vrijwel altijd combinaties van twee of drie, soms zelfs van vier verschillende tuberculosemiddelen gegeven gedurende zes tot negen maanden. De besmettelijkheid is na enige weken al voorbij, maar van totale genezing is pas sprake na vele maanden behandeling. Het spreekt voor zich dat een dusdanig lange behandeling met genoemde tuberculosemiddelen de kans op het optreden van vervelende bijwerkingen fors verhoogt.

In het jaar 2014 is er na hele lange tijd - het laatste middel was rifampicine in 1965! - eindelijk weer een nieuw tuberculosemiddel op de markt verschenen. Het betreft bedaquiline (Sirturo®), dat effectief is tegen multiresistente tuberculose. De ontwikkeling daarvan was lange tijd voor fabrikanten niet interessant, terwijl de behoefte eraan groot is. Net als de andere bestaande middelen tegen longtuberculose wordt bedaquiline uitsluitend toegepast in combinatie met andere tuberculosemiddelen.

Men kan zich tegen besmetting beschermen door vaccinatie met verzwakte levende tuberkelbacillen (BCG-vaccin), maar dat biedt geen honderd procent bescherming. Het is gebruikelijk alleen mensen te vaccineren die gedurende langere tijd in een land verblijven waar tuberculose vaak voorkomt. Isoniazide is zeer effectief wanneer het preventief gegeven wordt aan mensen die contact hebben gehad met tuberculosepatiënten en bij wie een omslag van de Mantoux-reactie (van negatief naar positief) is geconstateerd, maar die geen symptomen hebben van actieve tuberculose. Het middel moet dan in tabletvorm gedurende zes maanden elke dag worden ingenomen. Door het gebruik van isoniazide kan een vitamine-B6-tekort ontstaan. De klachten die daarvan het gevolg zijn (sufheid, concentratiestoornissen, veranderd gevoel in de ledematen, psychische verschijnselen) kunnen worden tegengegaan door dagelijks pyridoxine (vitamine B6) te slikken.

overzicht  tuberculosemiddelen

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Vaccinatie
BCG-vaccin

 

 injectievloeistof
Tuberculosemiddelen
bedaquiline

ethambutol

isoniazide


isoniazide/rifampicine

pyrazinamide

rifabutine

rifampicine

 

Sirturo®

Myambutol®


Isoniazide FNA


Rifinah®



Mycobutin®

Rifadin®

 

 tablet: 100 mg

 tablet: 400 mg
 
 
drank: 10 mg/ml
 injectievloeistof: 100 mg/ml
 
 dragee: 150/300 mg
 
 tablet: 500 mg
 
 capsule: 150 mg
 
 capsule: 150 en 300 mg
 dragee, tablet: 600 mg
 suspensie: 20 mg/ml


Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.longfonds.nl (Longfonds)
    http://www.rivm.nl (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)
    http://www.diliguide.nl (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Terug