Jeuk
|
INHOUD |
| •
Jeuk heeft vele
oorzaken • Behandeling ▪ indifferente middelen ▪ lokale anesthetica ▪ antihistaminica ▪ dermatocorticosteroïden ▪ capsaïcine ▪ overige middelen |
Jeuk (pruritus) is een onaangename sensatie die dwingt tot krabben en die mensen zelfs uit hun slaap houdt. Jeuk kan zo ondraaglijk zijn dat men doorgaat met krabben tot de huid beschadigd is en pijn ontstaat. Het gekke is dat die pijn beter te verdragen is dan de jeuk. Veel huidaandoeningen gaan gepaard met jeuk: huidallergieën, huidinfecties, diverse vormen van eczeem, psoriasis. Typisch plaatselijke jeuk kan het gevolg zijn van insectenbeten (muggen, luizen, vlooien, schurftmijt), vaginale schimmelinfecties (candidosis vaginalis), aambeien (hemorroïden) of worminfecties door aarsmaden in de anus. Daarnaast kunnen mensen last krijgen van jeuk als onderdeel van een ziekte elders in het lichaam: ernstige nierziekten, geelzucht, suikerziekte, bloedarmoede, kanker van bloedcellen, aids.
Sommige geneesmiddelen veroorzaken als bijwerking jeuk. Voorbeelden daarvan zijn opiaten/opioïden (zie ook opiaten en opioïden in het onderdeel 'Pijnbestrijding' in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding') en sommige antipsychotica (zie ook antipsychotica in het onderdeel 'Psychotische Stoornissen' in de sectie 'Hersenen & Zenuwstelsel'). Ook psychiatrische aandoeningen kunnen met jeuk gepaard gaan: ‘parasietenwaan’ is hiervan het meest extreme voorbeeld. Ten slotte kunnen allerlei irriterende deeltjes en stoffen een bron van jeuk zijn: stukjes glaswol, haren of doorns van planten (bijvoorbeeld de brandnetel), waspoeder, cosmetica.
Over de manier waarop jeuk ontstaat, is veel minder bekend. Hoewel jeuk en pijn als verschillende sensaties worden beleefd, heeft men lange tijd gedacht dat jeuk te maken had met een lichte prikkeling van de pijnsensoren. Waarschijnlijk is dat niet juist, maar bestaan er speciale ‘jeuksensoren’. Tijdens een ‘jeukprikkel’ zou er plaatselijk in de huid histamine – een stof die ook bij allergische reacties zoals bij hooikoorts een rol speelt (zie ook 'Hooikoorts' in de sectie 'Luchtwegen en Ademhaling') – vrijkomen, waardoor naast het ontstaan van roodheid en zwelling de jeuksensoren worden geprikkeld. Behalve histamine zouden ook andere jeukmediatoren worden gevormd die een jeukprikkel kunnen opwekken. Via zenuwbanen die eveneens pijnprikkels vervoeren, worden deze prikkels in de hersenen als jeuk ervaren.
Behandeling
Het ligt voor de hand bij de behandeling van jeuk de oorzaak ervan weg te nemen.
Dat kan natuurlijk alleen als die bekend is. Zo kan jeuk door mijten, insecten,
wormen of schimmels het effectiefst worden bestreden door deze organismen te
elimineren en hygiënische maatregelen te treffen waardoor herinfecties met deze
organismen worden voorkomen. Jeuk als gevolg van geneesmiddelengebruik neemt af
door het gebruik te staken. Door effectieve behandeling van ziekten op de huid
of elders in
het lichaam die jeuk veroorzaken, neemt de jeuk meestal ook af. Er is echter een
grote groep patiënten met jeuk zonder directe oorzaak of met jeuk met een
allergische oorzaak.
Indifferente middelen
In eerste instantie kan vooral bij kinderen een ‘indifferent’ middel
worden gebruikt, dat wil zeggen een middel dat op de huid wordt aangebracht en
dat geen (farmacologisch) werkzaam geneesmiddel bevat. Zinkoxideschudsel FNA
(Lotio alba) is een dergelijk indifferent preparaat op waterbasis (lotion)
met een verkoelende en daardoor jeukstillende werking, dat op grote jeukende
huidoppervlakken kan worden gebruikt. Tegenwoordig wordt dit preparaat echter
niet meer zo vaak gebruikt. Kamfer, fenol en levomenthol
kunnen verwerkt worden in diverse bases met meestal een verkoelende werking.
Hoewel ze geschikt zijn om op grote jeukende huidoppervlakken te worden
gebruikt, staat niet vast of deze stoffen echt bijdragen aan de jeukstillende
werking.
Lokale anesthetica
Met deze middelen die een plaatselijke verdoving
geven, kan jeuk in principe worden onderdrukt, mits ze op de juiste wijze
plaatselijk worden aangebracht. Bij hevige jeuk rond de anus als gevolg van
aambeien of bij jeuk door insectenbeten of oppervlakkige schaafwonden en
snijwonden kan tijdelijk lidocaïne –
verwerkt in crème (Lidocaïne Vaselinecrème FNA), gel
(Lidocaïne-levomentholgel FNA), smeersel (Lidocaïne-zinkoxidesmeersel
FNA) of zalf (Xylocaïne zalf®) – of
pramocaïne/zinkoxide (Nestosyl®) worden toegepast.
Antihistaminica
Bij allergische huidaandoeningen waarbij jeuk een belangrijke klacht is, kunnen
antihistaminica worden gebruikt. Deze geneesmiddelen gaan de effecten van
histamine tegen dat in de huid vrijkomt als gevolg van de allergische reactie.
Ze kunnen bij deze aandoeningen alleen via de mond (oraal) worden toegediend. Er
kan een onderscheid worden gemaakt tussen de ‘sederende’ en de ‘niet-sederende’
antihistaminica. Bij de sederende antihistaminica gaat het om al wat oudere
geneesmiddelen die als bijwerking sufheid en slaperigheid (sedatie)
hebben. Promethazine (Promethazine
Stroop) is zo’n middel dat nogal eens wordt toegepast bij kinderen met
netelroos (‘galbulten’; zie ook 'Huidallergieën' in de sectie 'Huid
en Zintuigen'), die door de jeuk niet in slaap kunnen komen. De sufheid en
slaperigheid zijn dan mooi meegenomen. Andere sederende
antihistaminica zijn alimemazine (Nedeltran®),
clemastine (Tavegyl®), cyproheptadine (Periactin®),
dexchloorfeniramine (Polaramine®), dimetindeen (Fenistil®),
hydroxyzine (Atarax®), ketotifeen (Zaditen®),
mebhydroline en oxatomide (Tinset®).
De niet-sederende varianten hebben
deze bijwerking niet, zodat ze ook overdag kunnen worden gebruikt. Veelgebruikte
niet-sederende antihistaminica
zijn: cetirizine (Prevalin Allerstop®, Reactine®,
Zyrtec®) en loratadine (Allerfre®, Claritine®). Andere,
even effectieve, niet-sederende antihistaminica die hier kunnen worden
gebruikt, zijn acrivastine (Semprex®), desloratadine (Aerius®,
Neoclarityn®), ebastine (Kestine®), fexofenadine (Telfast®),
levocetirizine (Xyzal®) en mizolastine (Mizollen®). Voor
jonge kinderen zijn ze vaak ook verkrijgbaar in vloeibare vorm
(drank of stroop). Bijwerkingen treden niet vaak op. De kans op sufheid of
slaperigheid is gering evenals het optreden van vermoeidheid, hoofdpijn,
maag-darmstoornissen en toename van de eetlust.
Met antihistaminica die rechtstreeks op de huid (cutaan)
moeten worden aangebracht middels een crème of stift, is men wat voorzichtiger. De kans dat men
overgevoeligheid voor een dergelijke stof ontwikkelt is niet gering. Het enige
middel dat daarvoor in Nederland is geregistreerd is tripelennamine (Azaron®);
het mag dan ook alleen kortdurend
worden toegepast, meestal alleen bij jeuk door insectensteken en kwallenbeten.
Dermatocorticosteroïden
Bij sommige jeukende huidaandoeningen speelt histamine een ondergeschikte rol.
Antihistaminica zijn dan minder of helemaal niet effectief. Lokale
corticosteroïden voor op de huid (meestal
dermatocorticosteroïden of hormoonzalven genoemd) verwerkt in een crème of zalf zijn dan meestal middelen van
eerste keuze. Vooral bij jeuk door eczeem zijn deze middelen effectief
(zie ook 'Huidallergieën' in deze sectie 'Huid en Zintuigen').
Hydrocortison (Hydrocortison Crème/Smeersel/Vaselinecrème/Zalf FNA) en het iets sterker werkende
triamcinolonacetonide (Triamcinolon Crème/Smeersel/Vaselinecrème/Zalf FNA), verwerkt in crème,
smeersel
of zalf, zijn veelgebruikte preparaten bij deze aandoening. De hier genoemde
preparaten behoren tot de zwak (klasse 1) en matig sterk (klasse 2)
werkzame corticosteroïden, waardoor de kans op bijwerkingen zeer
gering is. Bij sterk (klasse 3) en zeer sterk (klasse 4) werkzame
preparaten kunnen bijwerkingen op de huid wel degelijk optreden( zie ook
dermatocorticosteroïden in het onderdeel 'Bijnierschorhormonen' in de
sectie 'Hormonen en Stofwisseling').
Capsaïcine
Bij moeilijk
behandelbare jeuk waarvan niet duidelijk is dat de directe oorzaak een
huidziekte is, kan capsaïcine worden toegepast, dat als crème (Capsaïcine Crème FNA)
en als huidpleister (Qutenza®) verkrijgbaar is. Capsaïcine is
de actiefste component uit capsicumextract, dat afkomstig is van de rode peper.
De lokale werking berust op het vrijmaken van één van de jeukmediatoren,
substance P genaamd. Uiteindelijk ontstaat er een tekort aan deze
jeukopwekkende stof, waarna de jeuk zal verdwijnen. Vooral tijdens het begin van
de behandeling kan een branderig gevoel en roodheid optreden op de plaats van
aanbrengen. Capsaïcine is ook
effectief bij de behandeling van zogenoemde postherpetische neuralgie als
gevolg van gordelroos (zie ook 'Huidinfecties' en 'Pijn en
Pijnbestrijding').
Overige middelen
De door geelzucht veroorzaakte
jeuk kan soms worden bestreden met colestyramine (Questran®,
Questran-A®), dat
galkleurstoffen
als bilirubine kan binden, waarna ze in verhoogde concentraties met de
ontlasting
kunnen worden uitgescheiden. Pijnstillers of antihistaminica zijn meestal niet
effectief
tegen deze vorm van jeuk. Er zijn sterke aanwijzingen dat de opiaatantagonist
naltrexon (zie ook
opiaatantagonisten in het onderdeel 'Opiaten: Heroïne, Morfine en
Methadon' in de sectie
'Verslaving') wél werkzaam is bij dit type jeuk. Naltrexon is voor
deze indicatie echter nog niet officieel geregistreerd.
Externe links:
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)