HUID & ZINTUIGEN
Iemand kan overgevoelig zijn voor stoffen die bij anderen in het geheel geen reactie veroorzaken. Vaak is er dan sprake van allergie. Allergie betekent letterlijk ‘anders reageren’. Een allergische reactie is eigenlijk een abnormale reactie van het afweersysteem op lichaamsvreemde stoffen. Normaliter worden door het afweersysteem antistoffen gemaakt tegen micro-organismen en entstoffen (virussen), waaraan het lichaam wordt blootgesteld en die een bedreiging kunnen vormen. Ook bepaalde witte bloedcellen (macrofagen, granulocyten en lymfocyten) kunnen voor dit doel worden ‘geprogrammeerd’. Als het lichaam daarna opnieuw aan het micro-organisme of aan de entstof wordt blootgesteld, kunnen de antistoffen onmiddellijk ingrijpen, waardoor de indringers onschadelijk worden gemaakt. Bij allergie schiet het afweersysteem in feite zijn doel voorbij. Het produceert dan ook antistoffen of afweercellen tegen onschuldige bestanddelen uit het leefmilieu, zoals stuifmeel en graspollen, voedingsstoffen, huidschilfers van huisdieren. Deze producten bevatten ‘allergenen’, eiwitachtige structuren waartegen specifieke antistoffen worden gemaakt.
Ook tegen sommige geneesmiddelen kunnen antistoffen worden gemaakt. Bij ieder nieuw contact met een allergeen worden de antistoffen of afweercellen gemobiliseerd en volgt een overdreven reactie van het lichaam. De reactie kan zich in de luchtwegen uiten als hooikoorts of astma. Ook het maag-darmstelsel kan erbij betrokken zijn, hetgeen resulteert in misselijkheid, buikpijn of diarree. Als de reactie zich afspeelt in de huid, spreekt men van huidallergieën.
Eczeem
Eczeem is waarschijnlijk de meest voorkomende huidaandoening. Men schat dat
ongeveer 3 procent van de bevolking regelmatig last van eczeem heeft. Er bestaan
diverse vormen van eczeem, met als gemeenschappelijke klachten roodheid,
schilfering en jeuk. Geen van deze eczemen is besmettelijk. De belangrijkste
vormen zijn constitutioneel eczeem en contacteczeem.
Bij het constitutioneel eczeem speelt allergie een belangrijke rol. Constitutioneel eczeem wordt altijd in één adem genoemd met hooikoorts en allergische vormen van astma. Deze ziekten worden ook wel atopische ziekten genoemd. Ze berusten alle op een aangeboren of erfelijke aanleg voor overgevoeligheid voor bepaalde allergenen. Betreft het de huid, dan uit de overgevoeligheid zich als eczeem, terwijl overgevoeligheid van het neusslijmvlies hooikoorts veroorzaakt en overgevoeligheid van de longen astma (zie ook 'Luchtwegen en Ademhaling'). Meestal gaat het om allergenen die worden ingeademd of met het voedsel worden ingenomen: stuifmeel van grassen en bomen, katten- of hondenharen, huisstofmijtallergenen, koemelk. Constitutioneel eczeem kan al bij baby’s voorkomen. Men spreekt dan vaak van dauwworm. De kenmerken zijn roodheid van de huid in het gezicht met blaasjesvorming en vochtafscheiding, gevolgd door korstvorming. Het gebied rond de mond blijft vrij (‘narcosekapje’). Naarmate men ouder wordt, kan het eczeem zich verplaatsen, bijvoorbeeld naar de knieholten en de elleboogplooien. Meestal wordt het eczeem ook steeds droger. Er is altijd sprake van jeuk. Door het krabben en wrijven wordt het eczeem alleen maar erger en kan dan alsnog infecteren.
Bij het vermoeden van constitutioneel eczeem kan ter bevestiging een huidtest of bloedonderzoek worden uitgevoerd. Bij een huidtest wordt een allergeenbevattende druppel met een oppervlakkige prik in de huid van de arm gebracht. Als de reactie ‘positief’ is voor een bepaald soort allergeen, is er na enige tijd op de plaats van de prik een rode plek te zien, een soort muggenbult. Bij bloedonderzoek wordt gezocht naar antistoffen voor bepaalde allergenen.

De voorkeursplaatsen van constitutioneel
(atopisch) eczeem op verschillende leeftijden.
Bij contacteczeem (ook wel contactdermatitis genoemd) ontstaat een ontsteking van de huid op de plaats waar men in contact is geweest met een bepaalde stof. Soms gaat het alleen om irritatie, bijvoorbeeld door het veelvuldig contact met schoonmaakmiddelen of organische oplosmiddelen. Het eczeem kan ook met allergie te maken hebben, maar dan wel met een ander type allergie dan bij constitutioneel eczeem. Bij contactallergie reageert de huid met eczeem op de plaats waar het allergeen contact met de huid heeft. Dat kan om een eenmalig contact gaan (bijvoorbeeld een zalf of parfum) of om frequent contact (bijvoorbeeld een horlogebandje of een bh-sluiting). Chroom en nikkel zijn bekende voorbeelden van stoffen die contacteczeem kunnen veroorzaken. Andere voorbeelden zijn conserveermiddelen, parfums en cosmetica. Bij het vermoeden van contacteczeem kan een plakproef worden uitgevoerd. Een kleine hoeveelheid van de stof waarvoor men mogelijk overgevoelig is, wordt op de huid van de rug aangebracht en bedekt met een pleister. Na twee dagen wordt de huid beoordeeld op eventuele eczeemreacties.
Een andere vorm van eczeem is het seborroïsch eczeem. In zijn mildste vorm wordt het ook hoofdroos genoemd. Het gaat om een roodgelige, schilferende aandoening, vooral op plaatsen waar veel talgklieren aanwezig zijn, zoals de behaarde hoofdhuid. Over de oorzaak is nog weinig bekend. Men vermoedt dat zowel uitwendige (kleding, lokale prikkeling door zepen, sommige cosmetica) als inwendige (aanleg, stress, stofwisseling) factoren een rol spelen. Ook bepaalde gistsoorten die op de huid voorkomen (zoals Pityrosporum ovale), zouden een rol kunnen spelen bij het ontstaan van dit type eczeem. Allergische factoren zijn tot nu toe niet aangetoond.
Behandeling
Het spreekt vanzelf dat in eerste instantie de oorzaak van het eczeem wordt
aangepakt. Dus als bij constitutioneel eczeem een of meer allergenen,
bijvoorbeeld in voedsel of in huisstof, de oorzaak van de ellende zijn, moet men
het contact ermee of de consumptie ervan vermijden. Bij contacteczeem is verdere
blootstelling aan irriterende stoffen natuurlijk uit den boze.
Verzachtende en beschermende middelen voor op de huid - ze worden
ook indifferente huidmiddelen genoemd omdat er geen farmacologisch
actieve stoffen in zitten - zijn bij alle vormen van eczeem van belang als
eerste stap van de therapie. Verzachtende middelen verhogen het vochtgehaltye
van de huid doordat ze een vetlaagje op de huid achterlaten, waardoor er minder
vochtverdamping optreedt aan het huidoppervlak. Als gevolg daarvan wordt de huid
zachter. Voorbeelden van dergelijke huidmiddelen zijn Cetomacrogolzalf of
Lanettezalf FNA. Beschermende middelen zoals Zinkoxide-smeersel FNA
of ZOK(zinkoxide-olie-kalkwater)-zalf worden gebruikt om de huid
te beschermen tegen water en irriterende stoffen.

Stroomdiagram bij de behandeling van eczeem
Dermatocorticosteroïden
Als met bovengenoemde indifferente middelen niet meer voldoende resultaat wordt
geboekt, is het gebruik van lokale
corticosteroïden (‘hormoonzalven’) een werkzame optie.
Vanwege de toepassing op de huid worden deze stoffen meestal dermatocorticosteroïden
genoemd. De
effectiviteit van deze stoffen bij eczeem is gebaseerd op hun
ontstekingsremmende werking (zie ook het onderdeel 'Bijnierschorshormonen'
in de sectie 'Hormonen en Stofwisseling').
Daardoor worden verschijnselen als roodheid, zwelling en pijn of jeuk – drie van
de vier klassieke ontstekingskenmerken – effectief onderdrukt.
Voor gebruik op de huid is een groot aantal verschillende
corticosteroïdpreparaten beschikbaar. De preparaten zijn ingedeeld in vier
klassen met een toenemende werkzaamheid. Klasse-1-corticosteroïden zijn veel
minder werkzaam dan klasse-4-corticosteroïden (de sterkst werkzame). Bij eczeem
worden vrijwel uitsluitend klasse-1- en klasse-2-corticosteroïden toegepast. Bij
lichte vormen van constitutioneel eczeem wordt hydrocortison
(Hydrocortison Crème/Smeersel/Vaselinecrème/Zalf FNA) gebruikt – een klasse-1-corticosteroïd dus. Bij
verergering van het eczeem of bij onvoldoende effect van hydrocortison kan
worden overgegaan op een klasse-2-corticosteroïd zoals clobetason (Emovate®), flumetason (Locacorten®),
hydrocortisonbutyraat (Locoïd®)en
triamcinolonacetonide (Triamcinolon Crème/Smeersel/Vaselinecrème/Zalf FNA).
Betamethason (Betnelan®,
Diprosone®), desoximetason (Ibaril®, Topicorte®),
diflucortolon (Nerisona®), fluticason (Cutivate®) en
mometason (Elocon®) zijn klasse-3-preparaten en mogen uitsluitend bij ernstige gevallen worden
voorgeschreven en dan alleen kortdurend. Contacteczeem wordt in principe met
dezelfde corticosteroïdcrèmes of -zalven behandeld als
constitutioneel eczeem.
Het is niet verstandig corticosteroïden langdurig en intensief op de huid te gebruiken. De huid kan dan plaatselijk dunner worden (atrofie), waardoor er snel blauwe plekken en oppervlakkige verwondingen kunnen ontstaan. Ook kunnen zich op den duur striemen (striae) ontwikkelen en blauwrode vlekken door verwijding van kleine bloedvaten (teleangiëctasieën). De kans op dergelijke bijwerkingen is bij klasse-1- en klasse-2-corticosteroïden veel kleiner dan bij klasse-3- of klasse-4-corticosteroïden. De genoemde bijwerkingen kan men deels vermijden door het corticosteroïdpreparaat slechts enkele dagen per week te gebruiken. Een ander probleem is dat corticosteroïden zelf soms ook contacteczeem kunnen veroorzaken.
Immunomodulantia
Enkele jaren geleden zijn in Japan en de Verenigde Staten twee nieuwe middelen
tegen eczeem geïntroduceerd: pimecrolimus (Elidel®) als crème en
tacrolimus (Protopic®) als zalf. Beide stoffen zijn zogenoemde
immunomodulantia, stoffen die bepaalde ‘doorgeschoten’ afweerreacties in
het lichaam die leiden tot allergische (huid)reacties, kunnen afremmen zonder de
afweerfunctie te verstoren. In diverse onderzoeken is inmiddels aangetoond dat
de beide stoffen net zo effectief zijn als corticosteroïden, zowel bij kinderen
als bij volwassenen, maar een stuk veiliger. De dunner wordende huid en de
daardoor toenemende kwetsbaarheid als gevolg van langdurig lokaal
corticosteroïdgebruik zijn serieuze beperkingen die bij deze nieuwe middelen
niet optreden. Bovendien blijven ze effectief, ook na intensief en langdurig
gebruik, hetgeen bij de corticosteroïden niet het geval is.
De jeuk die vooral jonge kinderen met constitutioneel eczeem uit de slaap houdt,
kan soms redelijk worden onderdrukt met een sederend antihistaminicum
(zie ook jeuk elders in deze sectie 'Huid en Zintuigen') als
promethazine (Promethazine Stroop), dat als stroop wordt
ingenomen. De slaapverwekkende (sederende) werking is dan mooi meegenomen.
Bij hoofdroos kan vaak worden volstaan met shampoos met zinkpyrithion.
Bij onvoldoende resultaat kan een shampoo met koolteer/levomenthol (Denorex RX®) of
een hydrogel of shampoo met het antimycoticum ketoconazol (Asquam®, Nizoral®) worden
geprobeerd.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl
(Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
NETELROOS en
Anafylaxie
Netelroos (urticaria) is een vorm van allergie waarbij
rode bulten (‘galbulten’) worden gevormd die hevig jeuken. Ze kunnen in
korte tijd (enkele minuten tot uren) ontstaan en na enige tijd (dagen tot weken)
spontaan verdwijnen. De huiduitslag gaat soms gepaard met algehele malaise,
lichte koorts, misselijkheid, buikpijn en diarree. Eerst ziet men lichtrode
plekken, in grootte variërend van 1 tot 5 cm. Na enige tijd worden de plekken
vanuit het midden lichter van kleur en zwellen op, terwijl de randen rood
blijven. Het aanraken van brandnetels geeft vrijwel dezelfde verschijnselen,
vandaar de naam netelroos. Er kan een groot aantal plekken ontstaan, die over
het hele lichaam verspreid kunnen zijn, maar meestal is de romp het meest
aangedaan. Er zijn complicaties mogelijk doordat de allergische reacties zich
ook elders in het lichaam kunnen voordoen. In zo’n geval spreekt men van
anafylaxie en zouden benauwdheid en
zelfs shock (zie anafylactische shock
in het onderdeel 'Lage Bloeddruk' in de
sectie 'Bloed en Bloedsomloop') kunnen ontstaan, maar dit komt gelukkig zelden
voor.
Acute gevallen van netelroos zijn dikwijls het gevolg van gebruik van bepaald voedsel, zoals walnoten, tomaten, melk, druiven, aardbeien, schaaldieren, vis, eieren, melk, pinda’s, chocolade en nog vele andere producten. Ook bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen, bijvoorbeeld penicillinen, NSAID’s (onder andere Aspirine®), sulfonamiden en lokale anaesthetica, kan netelroos ontstaan. Wespen-, bijen- en hommelsteken kunnen behalve een flinke, zeer pijnlijke bult rond de steek, bij overgevoelige personen ook netelroos elders op de huid geven. Als complicaties kunnen benauwdheid en shockverschijnselen optreden. Er zijn echter ook andere, niet-allergische factoren die netelroos kunnen veroorzaken, zoals blootstelling aan zonlicht, kou of druk, lichamelijke inspanning.
Behandeling
Bij de behandeling ligt de nadruk op het vermijden van mogelijke uitlokkende
factoren. Dat geldt vooral bij netelroos die het gevolg is van voedingsmiddelen
of geneesmiddelen. Vaak is de aanleiding onbekend of is de uitlokkende factor
niet geheel te vermijden. Dan gaat men in veel gevallen over tot medicamenteuze
behandeling.
Antihistaminica
De effectiefste middelen zijn antihistaminica. Als gevolg
van de allergische reactie komt er namelijk histamine in de huid vrij die
roodheid, zwelling en jeuk veroorzaakt. Antihistaminica – die in dit geval via
de mond moeten worden ingenomen – onderdrukken deze histamine-effecten, waardoor
de klachten al na enkele uren na inname kunnen afnemen. Er kan een onderscheid
worden gemaakt tussen de ‘sederende’ en de ‘niet-sederende’
antihistaminica. Bij de sederende antihistaminica gaat het om al wat oudere
geneesmiddelen die als bijwerking sufheid en slaperigheid (sedatie) hebben.
Promethazine (Promethazine Stroop) is zo’n middel dat nogal
eens wordt toegepast bij kinderen met netelroos, die door de jeuk niet in slaap
kunnen komen. De sufheid en slaperigheid zijn dan mooi meegenomen. Andere
sederende antihistaminica zijn alimemazine (Nedeltran®),
clemastine (Tavegyl®), cyproheptadine (Periactin®),
dexchloorfeniramine (Polaramine®), dimetindeen (Fenistil®),
hydroxyzine (Atarax®), ketotifeen (Zaditen®),
mebhydroline en oxatomide (Tinset®).
De niet-sederende varianten hebben deze bijwerking niet, zodat ze ook overdag kunnen worden gebruikt. Veelgebruikte niet-sederende antihistaminica zijn: cetirizine (Prevalin Allergostop®, Reactine®, Zyrtec®) en loratadine (Allerfre®, Claritine®). Andere, even effectieve, niet-sederende antihistaminica die hier kunnen worden gebruikt, zijn acrivastine (Semprex®), desloratadine (Aerius®, Neoclarityn®), ebastine (Kestine®), fexofenadine (Telfast®), levocetirizine (Xyzal®) en mizolastine (Mizollen®). Voor jonge kinderen zijn ze vaak ook verkrijgbaar in vloeibare vorm (drank of stroop). Bijwerkingen treden niet vaak op. De kans op sufheid of slaperigheid is gering evenals het optreden van vermoeidheid, hoofdpijn, maag-darmstoornissen en toename van de eetlust.
Hyposensibilisatie
Bij overgevoeligheid voor insectenbeten (in het bijzonder van wespen, bijen en
hommels) kan hyposensibilisatie (ook wel immunotherapie genoemd)
worden overwogen. Hierbij wordt het insectengif (Alk specifiek
hommelgif®, Alutard
SQ®, Pharmalgen®) onderhuids geïnjecteerd in een oplopende dosering gedurende dagen tot vele
weken, afhankelijk van het gekozen instelschema. Vervolgens moet het
gifpreparaat elke zes tot acht weken als herhalingsinjectie worden gegeven. Na
een dergelijke hyposensibilisatiekuur blijft bij 95 procent van de patiënten met
wespengifallergie een reactie na een steek volledig uit, terwijl bij de overige
5 procent de reactie aanzienlijk minder is. De resultaten bij bijengif- en
hommelgifallergie zijn iets minder succesvol, namelijk ongeveer 80 procent.
Complicaties
Als er tijdens acute aanvallen van netelroos complicaties bijvoorbeeld door een
insectensteek optreden in de vorm
van benauwdheid en/of anafylactische shock, worden 'luchtwegverwijders'
gebruikt die de bronchiën (luchtwegvertakkingen in de longen) verwijden (zie ook 'Astma en COPD' in de
sectie 'Luchtwegen en Ademhaling') en/of middelen die de bloeddruk kunnen
herstellen (zie ook
anafylactische shock in het onderdeel 'Lage Bloeddruk' in de sectie 'Bloed en Bloedsomloop').
De behandeling bestaat dan uit een injectie met het ‘stress’-hormoon (ook wel
sympathicomimeticum genoemd)
epinefrine (adrenaline, Anapen®, EpiPen®) en het antihistaminicum
clemastine (Tavegil®). Mensen die al eerder een dergelijke anafylactische
shock door een insectensteek hebben doorgemaakt, kunnen een zogenoemde
auto-injector voorgeschreven krijgen, gevuld met epinefrine. Met de EpiPen®
(tegenwoordig ook verkrijgbaar onder de naam Anapen®) kan het
slachtoffer onmiddellijk na een insectensteek zélf epinefrine in een spier
injecteren, omdat snel handelen van levensbelang kan zijn. Daarna moet hij zo
snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde arts of het ziekenhuis gaan voor verdere
behandeling. Meestal wordt dan met behulp van een intraveneuze injectie
(dus rechtstreeks in de bloedbaan) clemastine toegediend.
Externe links:
http://www.kiesbeter.nl
(Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)