SCHILDKLIERZIEKTEN
|
INHOUD |
| •
Schildklier • Hyperthyreoïdie ▪ behandeling • Hypothyreoïdie |
Laag in de hals, vlak onder het strottenhoofd en vóór de luchtpijp, ligt de schildklier (glandula thyroidea). Deze klier produceert hormonen die nodig zijn voor de groei, voor de ontwikkeling van het verstandelijke vermogen en voor vele stofwisselingsprocessen in het lichaam. De belangrijkste twee schildklierhormonen zijn trijoodthyronine (ook wel liothyronine of T3 genoemd) en tetrajoodthyronine (ook wel thyroxine of T4 genoemd). Bij de productie van deze hormonen heeft de schildklier jodium nodig, dat uit de voeding afkomstig is. Schildklierhormonen werken in op vrijwel alle cellen van het lichaam. Ze versterken de stofwisseling doordat ze de eiwitsynthese in de cel beïnvloeden. Ook de vorming en de geleiding van de elektrische prikkels in het hart worden gestimuleerd en de bewegingen van de darmen worden versneld. Bij kinderen beïnvloeden ze de ontwikkeling van het zenuwstelsel en van de hersenen. Schildklierhormonen spelen bij jong en oud dus een zeer belangrijke rol bij de vele essentiële processen in het lichaam. Om deze processen goed te laten verlopen, mogen er niet te weinig, maar beslist ook niet te veel schildklierhormonen in het lichaam aanwezig zijn. Bij een teveel aan schildklierhormonen spreken we van hyperthyreoïdie (hyper betekent te veel en thyreoïdie slaat op de schildklierwerking). Bij een tekort aan schildklierhormonen spreken we van hypothyreoïdie (hypo betekent te weinig).
Hyperthyreoïdie
In het algemeen is het zo dat bij hyperthyreoïdie allerlei
lichamelijke processen te snel verlopen doordat er te veel schildklierhormonen
aanwezig zijn. De patiënten hebben dan ook veel verschillende klachten en
verschijnselen, die in wisselende mate kunnen optreden: verhoogde activiteit,
versnelde polsslag en hartkloppingen, warmte-intolerantie, rusteloosheid,
nervositeit, lichte vermoeidheid, transpireren, slapte, gewichtsverlies ondanks
toegenomen eetlust, beven, spierpijn, onregelmatige menstruaties en brijachtige
ontlasting. Vaak is een te snel werkende schildklier vergroot of gezwollen. Men
spreekt dan van struma of krop.
Er zijn verschillende ziekten die een te snel werkende schildklier kunnen
veroorzaken. Eén daarvan is de ziekte van Graves-Basedow. Men beschouwt deze
ziekte als een auto-immuunziekte. Bij deze ziekte produceert het lichaam stoffen
die ervoor zorgen dat de schildklier te snel gaat werken. De ziekte kan op elke
leeftijd voorkomen, maar vooral bij vrouwen (zevenmaal vaker dan bij mannen) in
de leeftijd tussen 25 en 50 jaar.
Behalve de bovengenoemde verschijnselen kunnen bij de ziekte van Graves-Basedow
ernstige problemen met de ogen ontstaan: snel vermoeide, rode en tranende ogen
die overgevoelig zijn voor licht. De ogen kunnen zelfs gaan uitpuilen (exophthalmus)
en soms gaat de patiënt dubbelzien.
Behandeling
Er zijn drie manieren om een te snel werkende schildklier onder controle
te krijgen: behandeling met medicijnen, operatieve behandeling en een
behandeling met radioactief jodium.
De behandeling met medicijnen bestaat uit het toedienen van
schildklierremmende stoffen (thyreostatica) zoals carbimazol,
propylthiouracil of thiamazol (Strumazol®). Op basis van het
gehalte aan schildklierhormoon in het bloed wordt de optimale dagelijkse
dosering bepaald. Bij een andere methode – die over het algemeen beter voldoet –
wordt de werking van de schildklier met een hoge dosis van één van deze middelen
volledig geremd en wordt het aldus ontstane tekort aan schildklierhormonen
aangevuld met het schildklierhormoonpreparaat levothyroxine (Eltroxin®,
Euthyrox®, Thyrax Duotab®). Deze behandeling duurt ongeveer twaalf maanden. Daarna
wordt gestopt met de medicijnen en wordt beoordeeld of de schildklier nog te
hard werkt. Als dat het geval is, zal dat binnen maximaal acht weken duidelijk
zijn: de klachten komen terug en de hormoonconcentraties in het bloed worden
weer afwijkend. Ongeveer de helft van de patiënten wordt na deze behandeling als
genezen beschouwd. Toch kan de ziekte ook na langere tijd terugkomen; een nieuwe
behandeling is dan noodzakelijk.
Bij een operatie wordt ongeveer 90 procent van de schildklier verwijderd. Meestal is dat voldoende om de klachten te laten verdwijnen. De kans bestaat echter dat het restant van de schildklier te weinig schildklierhormonen (hypothyreoïdie!) produceert. Het tekort kan dan eenvoudig worden aangevuld met het schildklierhormoon levothyroxine. Dit preparaat moet dan wel levenslang worden ingenomen.
De behandeling met radioactief jodium is gebaseerd op het gegeven dat jodium zich uitsluitend ophoopt in de schildklier. Daardoor wordt uitsluitend schildklierweefsel vernietigd; er wordt dus geen schade aangericht in de rest van het lichaam. Na een dergelijke behandeling zal 50 procent van de patiënten een normaal functionerende schildklier hebben, terwijl bij 30 procent de schildklier nog steeds te snel werkt. Bij 20 procent van de patiënten is na de behandeling sprake van hypothyreoïdie, zodat levenslang levothyroxine moet worden geslikt.
Hypothyreoïdie
De klachten en verschijnselen die zich bij hypothyreoïdie
kunnen voordoen, komen ook bij sommige andere ziekten voor. Dat is de reden dat
deze afwijking vaak pas laat wordt herkend. Bovendien ontstaan de klachten
meestal zeer geleidelijk. Veel voorkomende klachten zijn: traagheid,
kouwelijkheid, lusteloosheid en sloomheid, soms depressie, droge huid, slechte
haar- en nagelgroei, gewichtstoename en een pafferige gelaatsuitdrukking. Een
vrij specifieke klacht is het uitvallen van de haren aan de buitenkant van de
wenkbrauwen. Daarnaast is het risico op hart- en vaatziekten verhoogd, doordat
er ook stoornissen in de vetstofwisseling bestaan (onder andere van
cholesterol).
Meestal is het tekort aan schildklierhormoon het gevolg van een langdurige ontstekingsachtige ziekte van de schildklier (bijvoorbeeld het struma van Hashimoto) die in het begin nauwelijks wordt opgemerkt. Een andere oorzaak van hypothyreoïdie is een eerdere behandeling van een te snel werkende schildklier (zie hierboven). Soms is het gebruik van bepaalde typen medicijnen de oorzaak. Ook een extreem jodiumtekort kan hypothyreoïdie veroorzaken.
Ongeacht de oorzaak wordt vrijwel altijd dezelfde behandeling ingesteld. De behandeling is erop gericht het tekort aan schildklierhormoon aan te vullen. Dat gebeurt met het schildklierhormoonpreparaat levothyroxine (Eltroxin®, Euthyrox®, Thyrax Duotab®). De tabletten moeten dagelijks op de nuchtere maag worden ingenomen. Op basis van het gehalte in het bloed wordt bij iedere patiënt afzonderlijk de optimale dosering vastgesteld. De dosering wordt meestal geleidelijk verhoogd, totdat er geen klachten meer zijn. De medicijnen zullen in principe levenslang moeten worden gebruikt. Minstens één keer per jaar moet het gehalte in het bloed worden gecontroleerd.
Externe links:
http://nhg.artsennet.nl
(Nederlands Huisartsen Genootschap)
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)