inleiding
|
INHOUD |
| •
Hormonen ▪ endocriene klieren ▪ doelwitorganen ▪ regulerende hersencentra • Stofwisseling |
Hormonen
Hormonen zijn chemische stoffen die in
verschillende organen of celgroepen van het lichaam worden geproduceerd en
meestal op een andere plaats in het lichaam een bepaalde werking uitoefenen. Het
woord ‘hormoon’ is afkomstig van het Griekse hormaino, dat ‘in beweging
brengen’ of ‘prikkelen’ betekent. Naast het zenuwstelsel en de hersenen speelt
ook het hormonale stelsel een zeer belangrijke rol bij de overdracht van
informatie voor de regulatie van orgaanfuncties en stofwisselingsprocessen.
Terwijl zenuwen gespecialiseerd zijn in een zeer snelle geleiding van subtiel op
elkaar afgestemde signalen, is het hormonale stelsel verantwoordelijk voor een
veel langzamere informatieoverdracht.
Hormonen worden gewoonlijk geproduceerd door klieren met een inwendige afscheiding, ook wel endocriene klieren genoemd. Ze scheiden hun hormonale producten af in het bloed en niet, zoals klieren met een uitwendige afscheiding (exocriene klieren), naar de ‘buitenwereld’ (zoals bij zweetklieren, speekselklieren en traanklieren het geval is). Hormonen zijn als het ware boodschapperstoffen die via de bloedbaan overal in het lichaam terechtkomen, maar die alleen op zeer bepaalde, ‘ontvankelijke’ plaatsen (‘doelwitorganen’) hun werking uitoefenen. In nauwe samenwerking met zenuwcentra in de hersenen reguleert het hormonale stelsel de voeding, de stofwisseling, de groei, de lichamelijke en psychische ontwikkeling en rijping, de voortplanting, de aanpassingen bij lichamelijke inspanning en het inwendige milieu van het lichaam. De meeste van deze functies worden gecontroleerd door een deel van de tussenhersenen (de zogenoemde hypothalamus) in nauwe samenwerking met het hersenaanhangsel(hypofyse).

De regulatie van vele lichaamsfuncties door
verschillende hormonen en door het zenuwstelsel.
De functie van veel endocriene klieren wordt rechtstreeks geregeld door de hypofyse, een klier ter grootte van een erwt. De voorkwab van de hypofyse produceert bijvoorbeeld het hormoon TSH (thyreoïdstimulerend hormoon) dat de schildklier stimuleert tot productie van de schildklierhormonen. Een ander hypofysevoorkwabhormoon is het ACTH (adrenocorticotroop hormoon) dat de bijnieren aanzet tot afgifte van hydrocortison, een hormoon dat bij veel levensprocessen onmisbaar is. Twee andere hormonen uit de hypofysevoorkwab, namelijk LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikelstimulerend hormoon), stimuleren de geslachtsorganen (eierstokken en teelballen) tot de productie van geslachtshormonen. Bij vrouwen stimuleren LH en FSH de productie van oestrogeen en progesteron en de maandelijkse rijping van een eicel (ovum) in de eierstokken. Bij mannen zet LH de teelballen aan tot het produceren van testosteron, het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon, terwijl FSH de teelballen stimuleert tot de productie van zaadcellen. Een ander belangrijk hormoon uit de hypofysevoorkwab is het groeihormoon (somatropine). Dit hormoon is van groot belang voor de lengtegroei van kinderen, maar ook essentieel voor een gezonde stofwisseling. De achterkwab van de hypofyse scheidt twee hormonen af: ADH (antidiuretisch hormoon) en oxytocine. Het ADH zorgt ervoor dat de waterhuishouding via de nieren optimaal verloopt en oxytocine zorgt ervoor dat de baarmoeder zich tijdens de bevalling en direct erna samentrekt, waardoor ernstige bloedingen worden voorkomen.
De chemische samenstelling van hormonen is zeer gevarieerd. Bepaalde hormonen behoren tot de eiwitten of tot de peptiden (brokstukken van eiwitten), andere tot de steroïden of tot de aminen. Hormonen kunnen in sommige gevallen ook als geneesmiddel worden gebruikt, bijvoorbeeld als er van een bepaald hormoon te weinig wordt geproduceerd. Zo is er bij suikerziekte een tekort aan het hormoon insuline. Dat tekort kan dan worden aangevuld; zo’n behandeling wordt ‘suppletietherapie’ genoemd. Andere ziekten, waarbij niet direct van een hormonale afwijking gesproken kan worden, kunnen met een hormoonbehandeling gunstig worden beïnvloed. Zo worden hormonen uit de bijnierschors (corticosteroïden) soms gebruikt bij de behandeling van astma en in hoge doses zelfs bij bepaalde vormen van kanker.
Stofwisseling
Onder de stofwisseling (metabolisme) wordt verstaan het totaal aan
chemische omzettingen in het lichaam dat noodzakelijk is voor het leven. Daarbij
kan onderscheid worden gemaakt tussen opbouwende (anabole) en afbrekende
(katabole) processen. Bij de opbouwende processen is sprake van groei en
ontwikkeling, waarvoor energie en bouwstoffen nodig zijn. Bij de afbrekende
processen worden organische stoffen omgezet in eenvoudiger stoffen, die
uitgescheiden kunnen worden en waarbij energie vrijkomt. Deze energie kan bij
lichamelijke inspanning worden benut, maar kan ook weer worden gebruikt om
opbouwende processen te bevorderen. Zo is er binnen de stofwisseling dus een
subtiel samenspel van zeer uiteenlopende processen nodig, waarbij sommige
hormonen (onder andere insuline) een zeer belangrijke rol spelen. Dat geldt
eigenlijk ook voor de vitaminen. Vitaminen zijn plantaardige stoffen die
in de voeding – zij het in kleine hoeveelheden – aanwezig moeten zijn voor de
instandhouding van de normale stofwisseling. Bij een vitaminetekort
kunnen ziekten ontstaan, waarbij de stofwisseling van het hele lichaam of die
van bepaalde organen te lijden heeft. Voor een uitvoerig overzicht over de rol
van de vitaminen in ons lichaam link naar
vitaminen in het onderdeel 'De
Vitaliteit van de Vitaminen' in de sectie 'Van Voeding tot Doping'.
Externe links:
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)