Hersenen & zenuwstelsel
MULTIPLE SCLEROSE
|
INHOUD |
| •
Ziekte van
de zenuwvezels • Veelsoortige klachten • Niet meer onbehandelbaar ▪ spierverslappers en cannabis ▪ corticosteroïden ▪ interferon-bèta ▪ glatirameer ▪ nieuwe ontwikkelingen |
Multiple sclerose – in het spraakgebruik heeft men het meestal over MS – is een ziekte van de zenuwvezels (axonen), de ‘witte stof’ in de hersenen en het ruggenmerg. De ziekte gaat gepaard met allerlei uitvalsverschijnselen en klachten: gestoord gezichtsvermogen, gevoelsstoornissen, spiercontracties (spasmen) of juist krachtverlies en incontinentie. Opvallend is dat het verloop sterk wisselt: perioden met weinig klachten worden afgewisseld met perioden met veel en steeds sterker wordende verschijnselen.
De ziekte is het gevolg van een verstoring van de prikkelgeleiding in de zenuwvezels, doordat de isolerende laag (myelineschede) beschadigd is of op sommige plaatsen zelfs geheel ontbreekt. Het complexe zenuwstelsel is in bepaalde opzichten te vergelijken met een elektriciteitscentrale. De zenuwvezels zijn dan de koperen draden die de elektrische signalen doorgeven. Rond die draden zit een isolatielaag. Het systeem werkt goed zolang die isolatie niet beschadigd is. Hoe de beschadigingen van de myelineschede precies ontstaan, is nog niet geheel duidelijk. Het gevolg van zo’n beschadiging is een communicatiestoornis tussen de hersenen en andere delen van het lichaam, doordat de zenuwen de signalen slecht of helemaal niet doorgeven.

Bij MS raakt de myelineschede van de zenuwvezels beschadigd, waardoor de
signalen vanuit de hersenen
slecht of helemaal niet worden doorgegeven.
Men vermoedt dat bepaalde antistoffen die geproduceerd worden door het afweersysteem van het eigen lichaam, per vergissing ‘tekeergaan’ tegen de myelineschede van de zenuwvezels. De oorzaak van deze vergissing is niet bekend. Mogelijk gaat het om een combinatie van (erfelijke) aanleg en een eerder doorgemaakte virusinfectie. Het mazelen-, het herpes- of het Epstein-Barr-virus (de verwekker van de ziekte van Pfeiffer) wordt nogal eens genoemd als directe aanleiding waardoor het afweersysteem uit de bocht vliegt. Overigens worden dergelijke vergissingen van het afweersysteem wel meer gemaakt, ook in andere organen of weefsels. Men spreekt dan van auto-immuunziekten. Andere voorbeelden van auto-immuunziekten zijn suikerziekte (diabetes), reumatoïde artritis en bepaalde schildklierafwijkingen (zie ook 'Hormonen en Stofwisseling' en 'Reumatische Aandoeningen').
Veelsoortige klachten
In Nederland komt MS bij ongeveer één op de duizend mensen voor; dat betekent
dat er ongeveer 15.000 MS-patiënten zijn. Uit de statistieken blijkt dat MS bij
vrouwen 1,5 maal vaker voorkomt dan bij mannen. Ook blijkt dat MS in landen met
een gematigd klimaat veel vaker voorkomt dan in de tropen, waar MS slechts bij
één op de tienduizend personen wordt geconstateerd, maar dat ligt misschien wel
aan het gebrek aan diagnostische mogelijkheden. Zelfs in ons land komt MS in
Friesland en Groningen iets vaker voor dan in Limburg.
In het algemeen begint MS op een leeftijd tussen 20 en 40 jaar. De ziekte kan zich op veel manieren aankondigen. De een gaat slechter zien, terwijl de ander klaagt over chronische vermoeidheid. Weer een ander krijgt last van een vreemd gevoel in de benen of krijgt problemen met de blaas. Meestal worden deze eerste tekenen niet meteen herkend als MS. Doorgaans verdwijnen de klachten weer, maar na verloop van tijd komen ze spontaan terug. Er zijn factoren vastgesteld die hierop invloed hebben; die worden ook wel ‘triggers’ genoemd. Voor sommige patiënten is ‘stress’ zo’n trigger. Ook virale infecties worden genoemd en daarom adviseren neurologen MS-patiënten elk jaar een griepprik te halen.
Omdat de beschadigingen van de myelineschede van de zenuwvezels op verschillende plaatsen in het centrale zenuwstelsel ontstaan, lopen de klachten sterk uiteen. Bevindt de beschadiging zich in het optische gebied van de hersenen, dan neemt het gezichtsvermogen af. Is de myelineschede in het motorische gebied beschadigd, dan kan dat leiden tot krachtverlies in armen of benen. Niet alleen de soort klachten, maar ook de ernst en de regelmaat ervan verschillen van persoon tot persoon. In de meeste gevallen zijn er twee fasen in het ziekteproces: een intermitterende fase en een progressieve fase. In de intermitterende fase worden perioden van terugval (meestal ‘Schub’ genoemd) afgewisseld met perioden van herstel. De ‘Schub’ kan enkele dagen of weken duren. Daarna volgt het herstel: de klachten verminderen of verdwijnen zelfs geheel. Hoe lang deze periode van herstel duurt, is niet te voorspellen. Er kunnen jaren voorbijgaan voordat de volgende ‘Schub’ zich aandient. In de progressieve fase worden de klachten erger en is er geen sprake van tussentijds herstel. Bij 15 procent van de patiënten met MS begint de ziekte meteen met deze tweede fase.
Niet meer onbehandelbaar
Een aantal jaren geleden kregen patiënten nog te horen dat de ziekte
onbehandelbaar was. Dat kun je nu niet meer zeggen. De laatste jaren zijn er
enkele nieuwe medicijnen voor MS ontwikkeld die het aantal ‘Schubs’ kunnen
verminderen en zodoende de kwaliteit van leven verbeteren. Desondanks moet men
zich goed realiseren dat MS niet te genezen is; eenmaal ontstane beschadigingen
van de zenuwvezels kunnen nooit meer worden hersteld. De huidige behandeling van
MS bestaat grotendeels uit het verlichten van de klachten.
Spierverslappers en cannabis
Klachten als
spierspasmen (spasticiteit) die bij meer dan 80 procent van de
MS-patiënten vóórkomen, kunnen worden verminderd met baclofen
(Lioresal®), tizanidine (Sirdalud®) of diazepam (Stesolid®,
Valium®). De laatste tien jaren zijn ook preparaten met cannabis (hasjiesj,
marihuana, weed, nederwiet enzovoort) in de belangstelling gekomen bij de
behandeling van MS. In diverse onderzoeken bleek dat sommige patiënten met
pijnlijke spierspasmen en tremoren zich aanzienlijk beter voelen na het roken
van een marihuanasigaret. Buiten de officiële registratie om (cannabis valt
onder de Opiumwet en is niet geregistreerd als geneesmiddel) is het sinds 1
september 2003 mogelijk cannabis via de apotheek te betrekken (zie ook
'Cannabis op recept'
in het onderdeel 'Cannabis: hoe soft is cannabis?' in de sectie
'Verslaving'). Blaasfunctiestoornissen komen in enig stadium bij
ongeveer 90 procent van de MS-patiënten voor.
Zowel incontinentie als
urineretentie (urineophoping in de blaas, doordat men de blaas moeilijk kan
leegplassen, ondanks hevige aandrang) kan optreden. De medicijnen die bij deze
ernstige klachten worden voorgeschreven, worden besproken in het onderdeel 'Plasproblemen'
in de sectie 'Nieren &
Urinewegen'.
Corticosteroïden
Bij een plotselinge verslechtering geeft men soms het corticosteroïd
methylprednisolon (Solu-Medrol®) in een hoge dosis gedurende enkele dagen.
Het middel wordt rechtstreeks per infuus in de bloedbaan gebracht (voor meer
details zie ook 'Bijnierschorshormonen'
in de
sectie
'Hormonen & Stofwisseling'). Hiermee kan de verslechtering, zij het
tijdelijk, enigszins worden tegengegaan.
Interferon-bèta
Interferon-bèta (Avonex®, Betaferon®, Rebif®) is één van de zogenoemde interferonen, een groep
lichaamseigen stoffen die cellen beschermen tegen virussen. Naast een antivirale
activiteit hebben ze ook invloed op het afweersysteem. Hoe interferon-bèta bij
MS werkzaam is, is nog onduidelijk, maar vaststaat dat het aantal en de ernst
van de ‘Schubs’ met circa 30 procent worden verminderd. Of interferon-bèta ook
de progressie van de ziekte op de lange termijn gunstig kan beïnvloeden, is nog
niet duidelijk, maar lijkt wel waarschijnlijk. Afhankelijk van het gebruikte
preparaat moet interferon-bèta één- tot driemaal per week in een spier
(intramusculair) dan wel onderhuids (subcutaan) worden geïnjecteerd. Meestal
worden de injecties goed verdragen. Toch kunnen er bijwerkingen ontstaan, zoals
reacties op de injectieplaats, griepachtige verschijnselen met koorts, koude
rillingen, spierpijn en transpireren.
Glatirameer
Glatirameer (Copaxone®), dat voordat het in Nederland was geregistreerd copolymeer-1
werd genoemd, is een lange keten van vier aminozuren (eiwitbouwstenen). Het werd
ontworpen als het synthetische evenbeeld van het myeline-basisch proteïne
(mbp), het hoofdbestanddeel van de myelineschede van de zenuwvezels. Bij MS
hebben de afweercellen van het afweersysteem het gemunt op dit mbp-eiwit.
Onderzoekers hoopten met dit namaak-mbp een middel in handen te hebben om bij
proefdieren een experimentele vorm van MS op te wekken. Dat pakte echter geheel
anders uit: glatirameer bleek het optreden van MS juist te blokkeren. Nader
onderzoek bij patiënten met MS maakte vervolgens duidelijk dat met dagelijkse
injecties gedurende twee jaar het aantal ‘Schubs’ met ruim een kwart
verminderde. Bij glatirameer lijkt de kans op bijwerkingen (meest
frequent: reacties op de injectieplaats) bovendien kleiner te
zijn dan bij interferon-bèta.
Nieuwe ontwikkelingen
Natalizumab (Tysabri®) is een zogeheten monoklonale antistof
(stoffen die gemaakt worden door een kloon afkomstig van één enkele B-lymfocyt
[=antistofproducerende witte bloedcel]), die de werking van bepaalde witte bloedcellen, de
leukocyten, remt. Deze witte bloedcellen zijn betrokken bij de afweer en
veroorzaken de ontsteking van de buitenste gedeelte van de myelineschede van de
zenuwen. Ze worden ook wel 'biologicals' genoemd, waarmee een
gevarieerde groep van geneesmiddelen wordt bedoeld die met geavanceerde
technieken (o.a. recombinant-DNA-technologie)
worden bereid uit natuurlijke eiwitten (of fragmenten daarvan) zoals
antistoffen (antilichamen) en cytokines, stoffen die een
belangrijke rol spelen bij de immunologische afweer. Natalizumab bindt zich aan deze witte bloedcellen, zodat ze niet
meer vanuit de bloedbaan bij de zenuwen kunnen komen. In feite is dit middel
effectiever dan interferon-bèta en glatirameer, met name op de
vermindering van het aantal 'Schubs' per jaar. Pas als de patiënt geen
baat meer heeft bij interferon-bèta of glatirameer kan dit middel
worden gegeven, want het heeft tamelijk veel en ernstige bijwerkingen (onder
meer een zeldzame maar ernstige vorm van een virale neurologische aandoening:
progressieve multifocale leuko-encefalopathie [PML]).
Natalizumab wordt één keer per maand als infuus toegediend; het kan enige
maanden duren voor het effect intreedt.
Een ander middel dat bij MS een gunstige werking lijkt te hebben is het cytostaticum (een middel dus dat bij kanker wordt toegepast) mitoxantron. Dit middel zou vooral een vertraging geven van de progressie van de invaliditeit, met name bij de progressieve vormen van MS. Daarnaast is een gunstig effect op de frequenties van de 'Schubs' geconstateerd, vergelijkbaar met natalizumab. Helaas zijn de ernst en de frequentie van de bijwerkingen ook vergelijkbaar.
Alemtuzumab (MabCampath®) en rituximab (Mabthera®) zijn net als natalizumab monoklonale antistoffen, echter niet tegen leukocyten maar tegen lymfocyten, een ander type witte bloedcel. Tot nu toe worden beide middelen toegepast bij de chronische vormen van leukemie (zie ook het onderdeel 'Kanker in vogelvlucht' in de sectie 'Kanker'). Recent is echter gebleken dat deze stoffen ook in staat zijn bij MS-patiënten een sterke reductie van zowel de blijvende neurologische uitval als van de 'Schub'-frequentie te geven. Deze hoopgevende effectiviteit moet nog wel in groter opgezette klinische studies worden bevestigd. En ook zal nog moeten worden onderzocht of het veiligheidsprofiel van alemtuzumab en rituximab uiteindelijk een brede toepassing bij MS zal toestaan.
Externe links:
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
http://www.cbg-meb.nl (College ter Beoordeling van
Geneesmiddelen)