
Terug




BLOED
& BLOEDSOMLOOP
Lage bloeddruk en SHOCK
Een lage bloeddruk (hypotensie) wordt wel eens in verband gebracht met
flauwvallen en duizeligheid. Men denkt echter dat daarbij andere oorzaken dan
lage bloeddruk in het spel zijn. Artsen beschouwen een lage bloeddruk niet als
een echte afwijking. Medicijnen zijn dan ook niet nodig. Het komt echter wel
eens voor, vooral bij ouderen die bepaalde bloeddrukverlagende middelen slikken,
dat de bloeddruk bij het opstaan (van liggende naar staande houding) even zeer
snel daalt, waardoor men duizelig wordt. In zo’n geval spreekt van
orthostatische hypotensie. Vooral sommige medicijnen die op het centrale
zenuwstelsel werken (zie ook 'Hersenen
& Zenuwstelsel'), kunnen deze
(bij)werking hebben.
Toch zijn er situaties waarin de bloeddruk in korte tijd sterk kan dalen.
Daarbij ontstaan dan verschijnselen van onvoldoende doorbloeding van vitale
organen. Dat kan zeer ernstige gevolgen hebben voor het lichaam. Men spreekt dan
van shock. Er zijn in principe vier vormen van shock.
- Shock door een massale bloeding of vochtverlies. Deze vorm van shock wordt
ook wel hemorragische of hypovolumische shock
genoemd. Er is dan sprake van ernstige ondervulling van het vaatstelsel. Dat kan bijvoorbeeld
ook het geval zijn bij een tweede- of derdegraadsverbranding van
een groot huidoppervlak, waarbij massaal vochtverlies optreedt (zie ook
brandwonden
in het onderdeel 'Wondbehandeling' in de sectie
'Huid & Zintuigen'). Bij de behandeling is het van belang dat het
bloedvolume zo snel mogelijk wordt aangevuld (meestal met bloedplasma en
vocht) en dat verder bloedverlies wordt voorkomen.
- Cardiogene shock. Bij deze vorm gaat het om een sterk
verminderde pompwerking van het hart, meestal veroorzaakt door een
acuut hartinfarct of ernstige ritmestoornissen van het hart. De behandeling moet dan in eerste instantie op het hart gericht
zijn (zie 'Hartziekten' in deze sectie 'Bloed
& Bloedsomloop').
- Septische shock. Hierbij is sprake van besmetting van het
bloed met bacteriën (bloedvergiftiging of sepsis) en giftige
bacteriële producten (endotoxinen). De bacteriën zijn de bloedbaan
binnengedrongen via (geïnfecteerde) urinewegen, darmen, longen, huid
(wonden) of bij een operatieve ingreep. Bij een septische shock speelt
ondervulling van het vaatstelsel een rol (plasma is in grote
hoeveelheden buiten de bloedvaten getreden), maar ook vaatverwijding én
vaatvernauwing. Bestrijding van de infectiehaard met antibiotica, maar ook
maatregelen om het bloedvolume te herstellen staan bij de behandeling van
septische shock voorop. Naast deze niet-medicamenteuze maatregelen wordt
meestal ook een combinatie van twee of zelfs drie antibiotica met een breed antibacterieel spectrum gegeven.
Penicillinen, cefalosporinen en
aminoglycosiden, toegediend per intraveneus infuus (dus rechtstreeks via
een ader), zijn dan doorgaans de typen antibiotica van keuze (zie ook
penicillinen,
cefalosporinen en
aminoglycosiden in het
onderdeel 'Ziekteverwekkers
& Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten').
- Anafylactische shock. Dit kan het gevolg zijn van een extreme
allergische reactie, bijvoorbeeld door een wespen-, bijen- of hommelsteek,
of na gebruik van een geneesmiddel waarvoor men overgevoelig is. Er ontstaat
een zeer lage bloeddruk doordat de kleinste slagaders (arteriolen)
zich gelijktijdig verwijden. Meestal gaat deze vorm van shock gepaard met
(hevige) benauwdheid. De behandeling bestaat uit het injecteren van het
‘stress’-hormoon (ook wel sympathicomimeticum genoemd) epinefrine (adrenaline) en het
antihistaminicum clemastine (Tavegil®) (zie ook het
onderdeel 'Netelroos en Anafylaxie' in 'Huidallergieën' in de
sectie 'Huid &
Zintuigen'). Mensen die al eerder een dergelijke anafylactische shock
door een insectensteek hebben doorgemaakt, kunnen een zogenoemde
auto-injector krijgen, gevuld met het epinefrine. Met deze Anapen®
of EpiPen® kan het
slachtoffer onmiddellijk na een insectensteek zélf epinefrine injecteren in
een spier, omdat snel handelen van levensbelang kan zijn. Daarna moet hij
direct naar de dichtstbijzijnde arts of het ziekenhuis gaan voor verdere
behandeling. Meestal wordt dan met behulp van een intraveneuze injectie
(dus rechtstreeks in de bloedbaan) clemastine toegediend.

Externe links:
http://www.kiesbeter.nl (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
RIVM)
http://www.fk.cvz.nl
(Farmacotherapeutisch Kompas)
http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)
Terug