VAN KRUID tot MEDICIJN
MEDICIJNEN in VELE VORMEN en GEDAANTEN
In de apotheek zie je een enorme variëteit aan
medicijnen. Het gaat niet alleen om verschillende werkzame stoffen die elk hun
eigen toepassing hebben, maar ook om verschillende toedieningsvormen. Zo worden
veel medicijnen in tabletten, capsules of poeders toegediend. Ook zetpillen,
klysma’s en ampullen met injectievloeistof gaan in de apotheek regelmatig over
de toonbank. Medicijnen in spuitbussen in de vorm van een neusspray of
dosisaërosol worden tegenwoordig eveneens veel voorgeschreven. En niet te
vergeten oogdruppels of oogzalven en de vele smeersels voor de huid: zalven,
crèmes, pasta’s, lotions enzovoort.
We hebben tegenwoordig inderdaad veel meer mogelijkheden. In de negentiende eeuw
kende men voornamelijk pillen, poeders en drankjes die je via de mond (oraal)
moest innemen, en daarnaast wat smeersels voor de huid. Pas later werden
zetpillen en klysma’s ontwikkeld die via de anus konden worden toegediend.
Medicijnen die via een injectie worden gegeven, kwamen nog later. De afgelopen
decennia is er op dit gebied veel veranderd, omdat artsen hun patiënten steeds
gerichter en doeltreffender
en met zo min mogelijk risico’s met geneesmiddelen willen behandelen. Een
voorbeeld hiervan is de behandeling van een astmapatiënt die benauwd is. Hij
krijgt tegenwoordig een spuitbus om een medicijn te inhaleren (ook wel
dosisaërosol of poederinhalator
genoemd), waarmee de benauwdheid binnen een paar minuten vermindert of
verdwijnt. Vroeger kreeg hij een tablet of een injectie waarmee in principe
hetzelfde werd bereikt, maar met veel meer nadelen (lees: bijwerkingen).

Een geneesmiddel kan op vele manieren aan het lichaam worden toegediend.
De plaats van toediening
Voor veel toedieningsvormen is de plaats van toediening van groot belang. In
principe zou je een onderscheid moeten maken tussen aandoeningen die plaatselijk
(lokaal) kunnen worden behandeld en aandoeningen waarbij dat niet
mogelijk is. Bij aandoeningen van de huid, de neus of longen, de ogen of de
vagina kan het geneesmiddel meestal direct op de aangedane plaats worden
aangebracht. De werkzame stof moet dan wel in een praktisch hanteerbare vorm
worden gebracht, bijvoorbeeld in een spray voor in de neus of longen, of worden
vermengd met een zalf- of crèmebasis voor op de huid. Je kunt nu eenmaal geen
poeder in het oog strooien en geen tablet in het oor stoppen. Het grote voordeel
van lokale toediening is dat de werking van het medicijn zich beperkt tot
het aangetaste orgaan of weefsel. Daardoor zullen niet vaak bijwerkingen
optreden om de eenvoudige reden dat het medicijn geen andere plaatsen in het
lichaam bereikt.
Jammer genoeg kunnen veel aandoeningen niet lokaal worden behandeld. Denk
bijvoorbeeld aan hoge bloeddruk, hoofdpijn en veel infecties. In die gevallen
moeten de medicijnen via de mond (oraal), via de anus (rectaal) of
per injectie (parenteraal) worden toegediend. De werkzame stof zal zich
dan na opname via de bloedbaan over het hele lichaam verdelen. Pas dan komt de
heilzame werking op gang. Dit noemen we een ‘systemische werking’.
Doordat ook andere organen en weefsels met de werkzame stof in aanraking komen,
kunnen gemakkelijk bijwerkingen optreden.
Nieuwe toedieningsvormen
De belangrijkste
ontwikkeling in de afgelopen jaren is ongetwijfeld het gebruik van inhalatiepreparaten
bij de behandeling van astma en COPD (zie ook 'Astma en COPD' in de
sectie 'Luchtwegen en Ademhaling'). Daarmee worden dus
dosisaërosols en poederinhalators bedoeld. Voor veel patiënten met
luchtwegproblemen zijn deze toedieningsvormen een ware verademing: een paar
pufjes per dag in plaats van het slikken van zware medicijnen. Ook de
neussprays die van belang zijn bij hooikoorts moeten worden genoemd
(zie ook 'Hooikoorts' in de sectie 'Luchtwegen en Ademhaling'). Verwacht wordt dat de komende jaren ook vaccins
(zoals tegen griep) per inhalatie of via een neusspray zullen worden toegediend.
Een ander voorbeeld is de ‘spinale pijninfusietherapie’. Dit is een vorm
van pijnbehandeling bij kankerpatiënten (zie ook 'Pijn en Pijnbehandeling'). De
pijnstiller
(meestal morfine) wordt via een pomp en een (epidurale) katheter
rechtstreeks in het ruggenmerg toegediend. In vergelijking met orale toediening
is de pijnstilling beter en treden minder bijwerkingen op.

Spinale pijninfusietherapie:
toediening van een pijnstiller via een pomp en een (epidurale) katheter
rechtstreeks in het ruggenmerg.
Toch zijn er nog veel medicijnen die via de mond worden toegediend. Die zullen
natuurlijk altijd blijven bestaan, omdat nu eenmaal niet elke aandoening lokaal
kan worden behandeld. Maar ook op dit gebied is er veel verbeterd. Zoals bekend
moeten tabletten of capsules vaak drie keer per dag of zelfs nog vaker worden
geslikt. Een groot nadeel daarvan is dat niet iedereen de discipline kan
opbrengen de medicijnen steeds op hetzelfde tijdstip te nemen. Een ander nadeel
is dat de concentratie van de werkzame stof in het bloed sterk zal schommelen.
Na inname ontstaan hoge concentraties, die na verloop van tijd weer lager
worden. Je hebt dus te maken met pieken en dalen. Voor een goede werking van
veel medicijnen is het noodzakelijk dat er een constante werkzame concentratie
aanwezig is. Om dat te bereiken zijn er speciale tabletten ontwikkeld met een ‘gereguleerde
afgifte’. Ze zijn bekend als ‘retard’-, ‘slowrelease’-, ‘time-span’-,
‘durette’- of ‘oros’-tabletten. De tabletten geven de werkzame
stof langzaam maar met grote regelmaat aan het bloed af. Daardoor blijft de
werkzame concentratie van het middel veel langer constant. De tabletten hoeven
dan ook nog maar één keer per dag te worden ingenomen in plaats van drie of vier
keer.
Een nieuwe vondst voor mensen met slikproblemen of met een aversie tegen pillen
slikken is de ‘smelttablet’. Wordt de smelttablet op de tong gelegd, dan
valt hij in enkele seconden uiteen, waarna de werkzame stof wordt afgevoerd met
het speeksel in de mond en vervolgens wordt opgenomen in het maag-darmkanaal.
Medicijnen in pleisters
De laatste
jaren worden medicijnen ook via pleisters aan het lichaam toegediend. Voor alle
duidelijkheid: het gaat niet om pleisters om een wond mee af te dekken, maar om
speciale pleisters. Ze bevatten doorgaans een kleine hoeveelheid van een sterk
werkzame stof die zeer gelijkmatig (‘gereguleerd’) via de huid aan het
bloed wordt afgegeven. Het gaat dus om een systemische werking.

Met behulp van een ‘pleister’ kan een geneesmiddel via de huid
en de bloedbaan aan het lichaam worden toegediend.
Het voordeel van deze toedieningsvorm is dat er gedurende enige dagen tot soms zelfs een week een constante, werkzame concentratie ontstaat, zonder dat men steeds opnieuw een dosis moet toedienen. De therapietrouw – waarmee het op tijd innemen van een medicijn wordt bedoeld – wordt daardoor veel groter. Zo zijn er op dit moment pleisters tegen zeeziekte met scopolamine (Scopoderm TTS®), tegen angina pectoris met nitroglycerine (Deponit T®, Minitran®, Nitro-Dur®, Transiderm-Nitro®) en tegen klachten rond en na de menopauze met onder andere oestradiol (Estracomb TTS®, Fem7Sequi®). Daarnaast worden pleisters met nicotine (Nicopatch®, Nicorette®, Nicotinell®, NiQuitin®) gebruikt bij het stoppen met roken. Een belangrijke aanwinst is een pleister met de zeer sterke pijnstiller fentanyl (Actiq®, Durogesic®). Deze pleister is vooral bedoeld voor de bestrijding van pijn bij kankerpatiënten in de laatste levensfase. De werkingsduur ervan is ongeveer drie dagen.
Suikerziekte en injecties
Vooral patiënten met chronische ziekten zijn gebaat bij medicijnen met een
eenvoudige toedieningsvorm, liefst in een zo laag mogelijke frequentie. Men moet
zich voorstellen dat sommige patiënten dag in dag uit, soms meermalen per dag,
steeds weer dezelfde medicijnen moeten gebruiken. Dat kan op den duur erg
belastend zijn. Een goed voorbeeld hiervan is de behandeling van suikerziekte (diabetes;
zie ook 'Suikerziekte' in de sectie 'Hormonen en Stofwisseling').
Het probleem hierbij is vooral dat insuline – het hormoon uit de
alvleesklier dat bij suikerpatiënten geheel of gedeeltelijk ontbreekt – altijd
per injectie moet worden toegediend, soms wel drie of vier keer per dag.
Toediening via de mond is onmogelijk, omdat insuline door het maag-darmsap wordt
afgebroken. Meer dan driekwart van de patiënten maakt gebruik van de ‘insulinepen’.
Dit is een injectiesysteem in penvorm, met een voorgevulde insulinepatroon en
een dunne injectienaald voor onder de huid. Hiermee kan de patiënt zich op
gezette tijden, vooral vlak voor een maaltijd, een hoeveelheid insuline
toedienen. Ten opzichte van vroeger, toen de patiënt voor elke injectie zelf de
injectiespuit moest vullen, is de insulinepen een enorme verbetering.
Een recente ontwikkeling is de insuline-infusiepomp. Nog meer dan met de
insulinepen wordt hiermee de natuurlijke insulineafgifte zoals die bij gezonde
mensen plaatsvindt, nagebootst. Dit gebeurt door het continu toedienen van een
zeer kleine hoeveelheid insuline via de pomp. De benodigde hoeveelheid is
afhankelijk van het bloedsuikergehalte, dat regelmatig moet worden gemeten. Dat
kan de patiënt zelf doen via een vingerprik, maar nog mooier is een geheel
automatisch systeem waarbij de insulinetoediening gestuurd wordt door een
zogenoemde bloedsuikersensor. Hoewel dit systeem nog niet geheel foutloos
is, verwacht men er op den duur veel van.
Het zelf injecteren blijft natuurlijk een probleem, vooral vanwege het
infectierisico. Om dit te omzeilen zijn speciale inhalatieapparaten ontwikkeld
om insuline via de longen toe te dienen. Hoewel het nog om een experimenteel
ontwerp gaat, is het een veelbelovende ontwikkeling. Er zijn ook naaldloze
injectietechnieken ontworpen. Daarmee wordt het mogelijk medicijnen als
insuline of interferon toe te dienen via de intacte huid, dus zonder dat
er geprikt hoeft te worden. Het is een soort injectietoeter bestaande uit een
kleine pijp en een cilinder gevuld met samengeperst heliumgas, dat op de huid
moet worden gedrukt. Via een afgiftesysteem kan het gas expanderen, waardoor een
schokgolf ontstaat en de medicinale poederdeeltjes met hoge snelheid door het
heliumgas worden meegesleurd en de huid binnendringen. De poederdeeltjes zijn zo
klein dat geen weefselbeschadiging en pijn zullen ontstaan. Sommige vaccins
kunnen nu al vrijwel pijnloos en zonder infectiegevaar met een dergelijke
injectietoeter worden toegediend.
Nieuwe ontwikkelingen op langere termijn
Het is te verwachten dat er steeds meer toedieningsvormen zullen komen waarbij
de medicijnen ‘gereguleerd’ aan het lichaam worden toegediend, hetzij via
de mond, hetzij via injecties of met pleisters. Ook voorziet men dat er methoden
worden ontwikkeld om medicijnen veel plaatsgerichter te laten werken,
bijvoorbeeld door het gewenste medicijn alléén naar die cellen en weefsels te
transporteren die ziek of aangetast zijn.
Er zijn ontwikkelingen waarbij medicijnen worden gekoppeld aan bloedcellen die
een rol spelen bij afweerprocessen (bijvoorbeeld T-lymfocyten). Het
medicijn wordt als het ware door zo’n bloedcel op de plaats van werking
afgeleverd. Men spreekt in dit verband wel eens van ‘magic bullets’
(toverkogels). Het is nog toekomstmuziek, maar men hoopt op deze manier giftige
medicijnen bij kanker of andere ernstige aandoeningen veel gerichter te kunnen
toepassen, zonder dat gezonde lichaamscellen ermee in aanraking komen.